donderdag 30 juni 2016

Nog niet klaar met vertellen

Oké dan nu het tweede deel van mijn verhaaltje van vorige maand.
Want ik had nog zoveel te vertellen vorige keer! Dan ben je maar een paar weekjes in Torvaj en dan maak je nog zoveel mee. Want toen wij er net waren vertelde onze buurvrouw tegen ons dat de poes zwanger was. Ik heel blij, ooooo wat lief. Maar de buurvrouw was dus helemaal niet blij. Want nog een paar poesjes erbij kon ze zich echt niet veroorloven. Ojee. De poes was normaalgesproken aan de anticonceptiepil. Maar dat was er even bij ingeschoten… waarom, dat weet ik niet. Ik vroeg wanneer de bevalling was, en ze zei dat het iedere dag kon gebeuren. Ik vroeg haar wat er dan met de poesjes ging gebeuren als ze geboren waren. Ging ze die weggeven of verkopen. Nee, zei ze, ze gaan helaas naar onze lieve heer.... Huh, dacht ik, hoor ik dat goed? Ze zag mijn verbaasde gezicht en ze vertelde me dat ze geen keus had, ze moest wel. Niemand wilde die poesjes en zelf kon ze ze niet houden. De zwangere poes zat zachtjes over haar buikje te likken en kon niet anders als denken, je moest eens weten… 2 dagen later hoorde ik van de buurvrouw dat de poes zoek was. Ze had haar al een halve dag niet meer gezien, ze had niet thuis geslapen. Ja die poes lag natuurlijk ergens in een kraambedje. Ze zei ook dat ze maar gewoon af moest wachten, want ze zou vanzelf wel weer tevoorschijn komen. Toen ze ons de volgende dag vertelde dat ze de poes gevonden had in het houthok, werd ik een beetje bang. Ze zou toch niet…. Jawel hoor, de poesjes waren al hemelen. Ik wilde niet weten hoe of wat, maar ik zag wel dat de buurvrouw het er ook heel moeilijk mee had. Ze had rode ogen en vertelde emotioneel dat het 2 hele mooi grijze poesjes waren. Zo mooi, zei ze. Maarja ze had geen keuze. En dan weet je meteen weer dat het leven in een klein dorpje in Hongarije heel anders is. Ze weet dat het moeilijk is, maar het moet gebeuren, dus doet ze het. Een paar dagen later komt de buurvrouw bij ons post afleveren, met in haar kielzog het poesje. Het is als een kind voor haar. Dat zegt ze ook altijd, ze is dolgek op die kat. Even later begint ze toch weer over de jonge poesjes, dat het zo’n mooie kleine grijze poesjes waren. En ze zegt dat de kat nu weer aan de pil is. En meteen daarna horen we een plons. Kat te water! De buurvrouw begint in paniek naar het zwembad te rennen. Mario vliegt naar de bladhark en rent als een dolle naar het zwembad. Als hij de bladhark voor de kat houdt, springt ze erop en Mario zet haar weer op het droge. Och och die arme buurvrouw, ze is helemaal ontzet. Bijna was het poesje verdronken. Als de kat even later in de zon zit om te drogen is de rust weder gekeerd. Pfff en daarom doen wij nu al een tijd zo moeilijk om dat afdekzeil voor het zwembad. Nu lag er alleen het zomerzeil op en daar dacht de poes overheen te kunnen lopen. Ik moet er niet aan denken dat dit was gebeurd als wij er niet bij waren. Of dat het gebeurd met een kindje. Wij wilden een veilig zeil waar een kindje veilig overheen kan lopen. Eentje wat je ’s morgens oprolt en ’s avonds weer dichtmaakt. Helaas is dat nog niet steeds niet gelukt.



Wat wel gelukt is, is het tuinhuisje! Het staat er! Nadat de betonvloer uitgehard was, zijn Mario en ik aan de slag gegaan. En dan ging nog best snel ook. Het is gewoon een kwestie van de planken in de juiste volgorde opstapelen. 


En het is nog leuk ook, want je ziet het letterlijk onder je handen een huisje worden. Omdat het een tweedehands huisje is, hebben we de boeiboorden en 2 onderste planken vervangen. 


Het dak moesten we in stukken meenemen, want je kunt geen dakplaten van 3 vierkante meter op een gewone aanhanger vervoeren. Dus is het dakleer doormidden gesneden en dat betekent dan weer dat het dak ook vernieuwd moet worden. Maar ook dat hebben we mooi opgelost door er dakshigles op te leggen. Toen Mario zo op het dak zat, was het echt bloedheet! 


Hij was verplicht om zijn lange broek aan te houden, anders bleef hij met zijn billen aan de shingles plakken.


Het tuinhuisje is hier nog donkerbruin, maar dat ga ik van de zomer wit met blauw schilderen. Ja het moet natuurlijk wel bij de andere gebouwen passen. Maar ik vind het nu al leuk staan!

Ja en we kregen deze vakantie ook minder leuk bericht. Want onze buurman vertelde mij op een gegeven moment via messenger dat hij naar Engeland vertrekt om te werken. Ik schrik er van! Want zolang als wij ons huisje op de heuvel bezitten is Fery een hele goede buur voor ons geweest. Hij heeft samen met Margit altijd een oogje in het zeil gehouden als wij in Nederland waren. Als er zware dingen naar boven gesjouwd moesten worden, Fery was de eerste om ons te helpen. De laatste jaren hield hij voor ons het gras bij. Ik heb genoten van zijn kippies en ganzen. Sinds we de Trabant hebben, mogen we die bij hem op het erf parkeren als we weer naar Rooi zijn. En zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan…. Wat zullen we hem gaan missen, want hij wil voor langere tijd daar blijven. (Achteraf gezien misschien wel net op tijd, nu de Britten voor de Brexit hebben gestemd. Je weet niet wat er nog allemaal gaat gebeuren.) Maar het meeste van alles zal ik toch wel zijn glimlach gaan missen! Hij lacht altijd, ik heb hem zelden anders gezien. Maar van de andere kant begrijp ik het wel. Dat beetje geld wat ze in Hongarije verdienen…. En zijn grote liefde gaat ook mee, zijn broer en zijn dochters wonen en werken al in Engeland. Dus ja, wat houdt hem tegen? Voor ons gras heeft hij al een opvolger geregeld, een neef gaat het nu doen. Maar even afwachten of dat allemaal goed gaat. En voor zijn eigen gras heeft hij een andere oplossing gevonden, gewoon helemaal doodgespoten. Tenminste dat denken wij, want zijn erf is als enige in de buurt helemaal dor en geel. Er staat geen sprietje gras meer. Is ook een oplossing. Als de nieuwe grasmaaier ons niet bevalt kunnen wij dat natuurlijk ook nog altijd doen, haha. Een week voordat wij naar huis gaan, is Fery al vertrokken naar Engeland.

Maar het allerleukste wat we meegemaakt hebben is toch wel het dansfeest! We kregen de uitnodiging van de burgemeester toen we de gele kliko’s gingen ophalen. We waren nog nooit naar zo’n feest geweest, dus we waren heel benieuwd hoe dat er aan toe zou gaan. We werden om 19:00 uur verwacht in het cultuurhuis. Zeg maar den Beckart van Torvaj. Het is een zaaltje met een podium, waar gegeten en gefeest kan worden, erlangs is een klein kamertje waar de drank en de biertap staat. Een toilet is er niet, daarvoor moet je naar een huis schuin tegenover aan de andere kant van de straat. Wij kwamen binnen en werden natuurlijk ontvangen met een pálinka. In het zaaltje stond aan de ene muur een lange eettafel en aan de overkant stonden allemaal lege stoelen tegen de muur. Naast elkaar. Zoals dat bij ons 40 jaar geleden ook was. Het zat al gezellig vol en we vonden nog een plaatsje naast Johny. Gezellig kunnen we tenminste ook wat buurten. Het was een mengelmoes van Hongaren, Duitsers en wij als enige Nederlanders. De burgemeester kwam zelf het eten mee rondbrengen. We kregen een bord vol met Hongaarse kost. Dat betekent een soort stamppot en vlees, veel vlees. En potverdorie het was echt erg lekker, een complimentje voor de dames uit Torvaj die dit heerlijke eten gekookt hadden! Want in zo’n dorpje komt geen catering of zo aan te pas, alles wordt door de bewoners zelf klaargemaakt. En dat vind ik nou zo mooi! Het is een dorpje van zo’n 300 inwoners, maar ze organiseren het toch maar weer. En wat is het dan geweldig dat je daar deel van uit mag maken! Als toetje kregen we een lekker gebakje en ons buikje was weer rond. En dan begint de zenekar te spelen. Ze zijn met 6 man sterk en het gaat hard! 


Nou ben ik toch heel veel gewend wat herrie betreft… Maar dit gaat maar door en door en door. Op een gegeven moment werd ik er tureluurs van… 


Maar er wordt flink gedanst door veel mensen. Dus het zal toch wel mooie muziek zijn. De stoelen tegen de muur werden steeds voller, want er kwamen nu ook mensen binnen die niet meegegeten hadden. En die moesten ook gewoon entree betalen. Van buurten kwam nu trouwens niks meer terecht, want die zenekar had bijna geen pauze. 


Op een gegeven moment kwam er een man aan Mario vragen of hij met mij mocht dansen. Mario keek hem heel verbaasd aan en ik zag hem denken, wat gebeurt mij nou? Ja natuurlijk mag dat, zei Mario. Geen probleem, vroeg de man nog. Nee, nee, geen probleem zegt Mario lachend. Dus die man komt naar mij, maakt een kleine buiging en steekt zijn hand uit. Hij vraagt of ik met hem wil dansen. Ik zeg tegen de dappere man, nee ik kan niet dansen. Niet dansen, niet dansen, ik zie de man kijken van, ik geloof er geen snars van. Iedereen kan toch dansen???? Nou ik dus niet. Toen ik een jong meisje was konden al mijn vriendinnen dansen, behalve ik. Ik vond dat zo saai, ik hield er gewoon niet van. Ik was meer van het headbangen en van het bumpen. Wat dat deed je in de jaren 70, bumpen en in een rijtje naast elkaar los dansen. Allemaal dezelfde stapjes. Maar mijn vriendinnen wilden toch dat ik leerde vast-dansen. Dus zij hebben mij dat geleerd, met als gevolg dat ik een beetje kan dansen als een man. Dus toen ik nogmaals tegen de man had gezegd dat ik echt niet kon dansen, droop hij af. Arme man, had hij toestemming gevraagd aan Mario… Hij ging vervolgens naar het rijtje met stoelen en vroeg de ene na de andere vrouw, maar allemaal zeiden ze nee. De ene greep naar haar rug en de andere begon gauw over haar voeten te wrijven. Ik had met hem te doen. En die zenekar bleef maar doorgaan, mijn oren begonnen te tuuten. En toen er na een tijdje een dronkenlap kwam, die mij de dans vloer op wilde slepen, was ik het beu. En toen moesten ook nog de tafels opgeruimd worden zodat de dansvloer groter werd…. Het was mooi geweest, maar nu was het tijd om op te staan. Het was een beetje een cultuurschok, maar ik had voor geen geld willen missen. Goh wat mis ik het daar…

Groetjes,

Marti

maandag 30 mei 2016

Een wisselvallig voorjaar

Ja nu is het er prachtig weer, maar toen wij in Torvaj waren was het echt heel wisselvallig weer. De ene dag was het echt warm weer en de volgende dag was het ijskoud! Toen wij er net waren was het veels te koud om buiten te werken, dus ging ik binnen verder met het badkamertje. Ik was daar aan het werken met een lange broek, een trui en daarover een vest. En dan had ik ook de gaskachel nog aan.


Maar dat komt ook omdat het gastenverblijf achter helemaal in de heuvel staat en aan de voorkant zijn de muren bijna een meter dik. Dus de kou blijft daar lang hangen. Naargelang de dagen verstreken kon het kacheltje steeds sneller uit, de vest en trui maakten plaats voor een shirt. En dat werkt toch een stuk gemakkelijker.


Op deze foto kun je zien dat er nog volop wordt gestookt binnen, want je ziet de rook hangen boven de huizen.
Ja dat is zo mooi in deze tijd van het jaar, de mooie gele glooiende koolzaad velden. Het blijft een prachtig gezicht en ik moet dan ook weer foto’s maken…





We mochten ook dit jaar weer mee naar de ambassade in Budapest, ter ere van Koningsdag. Vorig jaar waren we er ook en toen was het warm, heel warm. We zochten toen wat beschutting tegen de zon en gingen in de tent staan die geen zijkanten had, zodat het er lekker onderdoor waaide. Nu was het overdag slechts 6 graden! Dus ook dit jaar zochten bij de beschutting van de tent op, maar nu tegen de kou. De zijkanten zaten er nu gelukkig wel in en er stonden ook gaskachels. Daar stonden wij, zo dicht mogelijk bij een kachel, met onze jassen aan. Het was leuk, maar potverdorie, wat was het koud. We hielden het dan ook niet zo lang vol en waren blij dat we in de warme auto zaten.


Maar 2 dagen hiervoor was het dus echt mooi weer. We dachten, we gaan eens lekker bij Puli eten. Maar helaas, daar was het vol. Vol. Dat hebben we nog ooit meegemaakt. Achteraf bleek dat in dat weekend veel Hongaren feest hadden omdat veel kinderen geslaagd waren voor school. En dan gaan ze dus lekker uit eten. Toen we daar dus niet terecht konden, dachten we: we rijden gewoon richting Balaton en dan komen we vanzelf iets tegen. Zo kwamen we in het dorpje Pusztaszemes terecht. Daar is een restaurantje waar we zo’n 15 jaar geleden ook ooit geweest zijn. We besluiten om hier een hapje gaan te eten. Op de veranda staat een grote biljarttafel. Eromheen zitten allemaal mannen op een stoeltje te kijken naar 2 mannen die aan het biljarten zijn. Er wordt gezellig gekletst onder het genot van een biertje of wat sterkers. We kunnen dus niet buiten eten en gaan naar binnen. Daar heb ik vol zicht in de keuken. En het is zo gezellig om dat te zien en te horen. Het oude vrouwtje is druk aan het bakken en braden. Het sist en pruttelt dat het een lieve lust is. De inrichting is echt Hongaars, gele muren met gouden lampen en dat afgemaakt met plastic bloemen. Even later komt èèn van de oude mannen van de veranda naar binnen geschuifeld en overhandigd ons de menukaart. Achter ons zitten nog 3 Nederlanders en we maakten even een praatje. Ze zeggen dat je hier lekker kunt eten. Dan gaat de toeter want het eten voor de andere Nederlanders is klaar. Het mannetje schuifelt naar het loket waar 3 borden met eten klaarstaan. Hij plaatst 2 borden op zijn arm en de derde houdt hij in hand. En ineens: kadoenk boink klats. Het mannetje ligt op de grond en naast hem het eten. Hij ligt verdwaasd te kijken tussen de schnitzels en de friet. Vanuit de keuken komt zijn vrouw gillend aangerend. Wij helpen de man weer overeind en hij gaat even op een stoel zitten om bij te komen. Zijn vrouw gaat handveger en blik halen en veegt alles bij elkaar. Als ze alles in de vuilnisbak heeft gekieperd gaat het schouwspel van bakken, braden, sissen en pruttelen weer opnieuw beginnen. Als het mannetje weer een beetje bij zijn positieven is, komt hij zijn verontschuldigingen aanbieden. Omdat we nu wat langer op ons eten moeten wachten… Och die arme mensjes, wat maakt ons het toch uit. Ik heb zo met ze te doen… Als het eten klaar is gaat er geen toeter, want de vrouw brengt het eten zelf naar de gasten toe. We hadden overigens lekker gegeten.

In de winter hadden we een tuinhuisje uit Nederland meegenomen en dat willen we nu gaan opbouwen. Het is de bedoeling dat het bij het zwembad komt te staan en dan gaat het als schuurtje dienen. Alle tuinstoelen en tafels staan nu nog in het gastenverblijf, maar dat moet onderhand leeggehaald worden, zodat we daar verder kunnen gaan. Dus nadat we het erover eens zijn waar het moet komen te staan, gaan we het met paaltjes en lint uitzetten. En het is vandaag weer heel koud, het waait zo hard over de heuvel. Maar het moet toch gebeuren…


Want de volgende dag komt er werkvolk om het uit te graven en om de betonnen vloer te storten. We hebben besloten om het in 2 verschillende hoogtes te maken. De grond loopt ook daar schuin omhoog, dus je moet creatief zijn oplossingen. Ze zijn met zijn 3-en dus dat schiet lekker op.


2 dagen later wordt er cement en zand geleverd en kunnen ze beginnen met het storten van de vloer.  
Dezelfde dag komen ook de mannen van de zeilmakerij langs om het zwembad te maken. Eindelijk! Maar ze hebben nu wel een probleem, want aan de ene kant kunnen ze er bijna niet bij omdat daar de vloer gestort wordt. Stiekem lach ik in mijn vuistje… Het water is nog ijskoud, dus als hij erin moet omdat hij er anders niet bij kan….. Maar dat is niet gebeurt en de gaten zijn gedicht. Een paar dagen dringt het tot mij door dat ze het niet goed gedaan hebben. Ze hebben de liner aan de stalen wand geplakt, dus je kunt er vergif op innemen dat het weer gaat scheuren, Maar ik wil ze niet meer zien, ik kan het zelf ook wel repareren. Het ziet er trouwens ook niet uit, zoals zij het gedaan hebben.


Omdat het dak van de wijnkelder nu echt bijna op instorten staat hebben we besloten om dat nu ook te laten maken. En dat betekent dat er een compleet nieuw dak op moet. Nieuwe draagbalken, panlatten en dakpannen. Maar omdat we liever geen nieuwe dakpannen willen, omdat we dat niet mooi vinden, ga ik op Jófogás op zoek naar tetöcserép. Daar staan er verschillende op en al gauw vind ik er genoeg bij iemand in Siófok. Kijk dat is nog te doen. Maar omdat de verkoper alleen Hongaars spreekt en ik maar een klein beetje verloopt de communicatie een beetje lastig. Ik denk dat we die middag om 14:00 uur in Siófok moeten zijn om de dakpannen op te halen. Maar de man zegt dat hij naar ons komt. Wooow denken wij, hij komt ze hier afleveren, nog gemakkelijker. Dus wij verwachten die middag een aanhanger of misschien zelfs een vrachtwagentje. Maar opeens komt daar een mooie glimmende auto aangereden die onder aan de heuvel stopt. Er stapt een man uit, hij komt de trap op en stelt zicht voor. Hij vraagt of wij op zoek zijn naar dakpannen. Ik snap er niks meer van. Dan zegt hij dat we mee naar zijn auto moeten lopen. Daar doet hij de achterklep open en daar liggen verschillende soorten dakpannen. Maar het zijn er geen 300. Ik snap het nog steeds niet. We moeten uitkiezen welke we willen hebben. Als we dat gedaan hebben zegt hij tegen Mario dat hij mee moet gaan om de dakpannen op te halen. Want ik heb die middag met Martine afgesproken om samen naar de kringloopwinkel in Tamasi te gaan. Het is die dag echt prachtig weer en jolig gaan we op stap. We kletsen er gezellig op los en ik geniet van het uitzicht. Als we na een half uurtje bij de kringloop aankomen, blijkt dat hij gesloten is. Grrrrrr. Wat jammer. Dus om ons leed te verzachten gaan we een kopje thee drinken met een lekker gebakje erbij. We sluiten het af met een ijsje. Ik hoor mijn vader al zeggen: hoe word je dik. 
Als ik weer thuiskom, gaat Mario net de laatste lading dakpannen ophalen. Wat blijkt nu, de man woont wel in Siófok, maar heeft een huis gekocht in een dorpje dichtbij ons. Dit huis is zo slecht dat hij heeft besloten om het af te breken en wat bouwmaterialen te verkopen. Slim hè? Wij zijn er in ieder geval heel blij mee, want we hebben nu de dakpannen die we mooi vinden voor maar 30 cent per stuk. Hij blij, wij blij.

Omdat de schuinte van het oude dak niet goed is moet er eerst een nieuw laag muurtje opgetrokken worden. Als dat klaar is moet het oude dak verwijderd worden. En dat vind ik best een beetje spannend. Want er zou er maar eentje naar beneden vallen…



Hierna kan het opbouwen dan beginnen.


Zo was het dak eerst

En hier is het bijna klaar


Heel verschil hé?

Nou ik vind dat mijn verhaal nu lang genoeg is, de volgende keer vertel ik over de rest van deze werkvakantie.

Groetjes, Marti








zaterdag 30 april 2016

Speelgoed voor de kinderen van Torvaj

Anderhalf jaar lang had ik weer volop speelgoed gespaard voor de kindjes van Torvaj. Overal waar ik kom, ik kijk altijd als eerste naar het speelgoed. Of het nou bij de kringloop, Hema, Action of de markt van Kaposvár is, ik wordt als een magneet aangetrokken door kleurig plastic. Sterker nog, toen ik na een prachtige dochter een heerlijke zoon kreeg, was het eerste wat ik dacht, yes nu kan ik de hele speelgoedwinkel hebben... 

Als ik bij de kringloop kom kijk ik welk speelgoed nog compleet is en wat er nog mooi uitziet. Rommel hoef ik niet. Dat ga ik echt niet weggeven.. Het probleem is wel dat je heel vaak goed degelijk speelgoed van ..... kunt kopen. Vaak voor maar 1 of 2 euro, maar het meeste is niet geschikt voor de Hongaarse kindjes. Omdat het Nederlands spreekt! Zo'n leuk rood appeltje waar een wormpje bovenuit komt. Druk je die op zijn kop gaat ie een liedje zingen van ....... Of een schattige Winnie the Pooh die je leert tellen en je de kleuren leert, in het Nederlands. Dat kan ik niet maken vind ik, maar jammer is het wel. Maar ik kan genoeg mooi speelgoed kopen wat ik thuis schoonmaak, knuffels gaan in de wasmachine, en dan pak ik het in plastic. En zo gaat het in de doos. Ik krijg soms ook speelgoed, wat ik dankbaar aanneem natuurlijk. Weet je wat het is, wij hebben het zo goed. En ik vind dit nou eenmaal gewoon leuk om wat voor de kinderen van Torvaj te doen. Zo was ik in januari bij de Zeeman en daar was het opruiming. Je mocht voor 2 euro een papieren zak vullen met spulletjes van de opruiming. Nou dan gaat Marti los. Ik vulde 3 zakken. Zolang als de zak niet scheurde mocht je blijven proppen. Bij de kassa moest alles één voor één gescand worden. Dat meisje had onderhand vuurrode wangen en ze zei steeds, mevrouw wat kunt U dat er toch netjes  ingepakt krijgen. Haha, als het maar goeiekoop is, dan kan ik heeeel netjes inpakken. Want het waren vooral kleur- en knutselspulletjes en die zijn lekker klein. Ik had voor meer als 70 euro en hoefde maar 6 euro te betalen. Ikke keiblij met mijn fietstassen vol naar huis. Mario vond het wel grappig, maar ik zag dat hem denken, omg dat moet straks weer allemaal mee in den auto.

Met kerst anderhalf geleden had ik pakketjes gemaakt voor de kinderen, maar ik wilde het nu anders aanpakken. Maar hoe doe je dat. Hoe zorg je ervoor dat het eerlijk verloopt? Dat niet het eerste kindje al de mooiste kadootjes mee naar huis neemt? Ik wist het nog niet.. Wel had ik bij het Kruidvat 25 van die leuk Disney tasjes op de kop getikt, dus daar wilde ik iets mee doen. En dan heb je soms opeens een helder moment. Ja dat was het. Ik heb al het speelgoed op tafel gelegd en ben het gaan sorteren. Groot speelgoed, knutselspulletjes, knuffels, middelgroot en klein speelgoed. Toen heb ik er per groep een andere kleur sticker op geplakt. Ik heb stroken dik papier gepakt, er met een radeerwieltje lijnen in getrokken en daar weer de stickers op geplakt. Snap je het nog? Dus nu krijgen de kindjes allemaal een Disney tasje en daar zit dan een strookje aan en zo kunnen ze per kleur een kadootje uitzoeken en dan het kaartje inleveren. Nou lijkt me wel leuk... 

In Torvaj hebben we ook nog dozen met speelgoed staan en nadat ook die in de kamer zijn gezet, zie ik pas hoeveel het is... De kinderen hebben in ieder geval genoeg om uit te zoeken.
Ter aankondiging had ik op de faceboekgroep van Torvaj een berichtje gezet dat we op 30 april voor alle kinderen van Torvaj kadootjes hadden. Voor de volwassenen hadden we kleding en puzzels. Ik had thuis het berichtje nog uitgeprint zodat ik ze in Torvaj op kon hangen. Op deze manier hoopte ik dat iedereen van deze actie op de hoogste was. Omdat we maandag toch bij het gemeentehuis onze gele kliko's voor het plastic, papier en blik op moesten halen, besloot ik de burgemeester ook op de hoogte te stellen. Nadat we vriendelijk in zijn kamertje ontvangen waren liet ik hem mijn uitgeprinte bericht zien. Tudom, zei hij. Ik weet er al van, betekent dat. Ik vroeg hem of het geen probleem was, nem nem problem. Ik bedankte hem, maar hij bedankte mij. Hij vond het fijn dat ik dit voor de kinderen doe. Nouja wij hebben het zo goed, ik vind het fijn om te doen. Ook vertelde hij me dat ze het berichtje zelf al uitgeprint hadden en dat het uitgeplakt hangt in het bushokje. Echt waar, dat is leuk, zei ik tegen hem. Hij nodigde ons toen ook meteen uit voor het feest op 7 mei in het cultuurhuis. Groot feest met eten erbij. Kost ons wel 3000 forint, omgerekend 10 euro.... Nouja dat kunnen we nog wel betalen, dus we hebben ons aangemeld. We waren klaar en na het handenschudden liepen we met onze gele kliko's naar huis. Maar eerst moesten we nog mee gaan kijken in het bushokje. Ja hoor daar hing het a4-tje. Glimlachend liepen wij de heuvel op.

En vandaag was het dan zover. Het was stralend weer en ik kon alleen maar denken, vandaag is een heerlijke dag. Om kwart over 11 gingen we al lunchen, want ik wilde op tijd klaar zijn. Vanaf één uur werden de kinderen verwacht. We gingen eerst de tafels met de auto naar beneden brengen. Ook hadden we zeiltjes meegenomen om de kleding en puzzels op te leggen. Toen Mario het speelgoed was halen, kwam er al een meisje aangedrenteld... Ze lachte verlegen naar mij en liep langzaam verder. Ze bleef op 3 meter afstand staan wachten. 





Toen ik na een tijdje alles klaar had liggen, stonden er bij het winkeltje ook al 3 kindertjes te wachten. Om 5 minuten voor 1 riep ik de kinderen en daar kwamen ze blij aan. En toen ging het snel. 


Het was een paar keer uitleggen hoe het werkte met de kleurtjes, maar het liep als een speer. De grootste kadootjes waren als eerste weg, begrijpelijk. 


Maar ze vonden het zo leuk om zelf uit te zoeken! Dit vraagt om een herhaling. Om 3 uur was het mooi geweest, er was al een uur voorbij sinds het laatste kindje. 

Martine en John waren ook mee komen helpen, keigezellig


Wat overbleef hebben we weer ingepakt en komt over een jaar weer tevoorschijn. Het was een succes!

Groetjes, Marti 

donderdag 31 maart 2016

En we klôote mar wir wijer

Oftewel, we gaan maar weer verder. Verder met hobbyen in het huisje op de heuvel. Want om de zoveel tijd komt er een aanbieding in de mail van Wizzair en dan begint mijn hartje weer wat sneller te kloppen.  Want ook al heeft Mario het heel druk met werk, als je voor 36 euro met zijn tweeën van Eindhoven naar Budapest, en weer terug, kunt vliegen, dan moet dat toch maar ergens tussen gepropt kunnen worden. Dus hadden we 5 daagjes Torvaj voor de boeg, van donderdag tot dinsdag. Dat is niet lang, maar o zo fijn om weer even op de heuvel te zijn. Om over je landgoed(je) te lopen en de frisse lucht op te snuiven. Tenminste als ze niet aan het stoken zijn, want dan is de lucht niet zo fris en moet je snel de was binnenhalen.



Mario duu dè ok zo gere, un fikkie stoke. Oftewel, Mario maakt ook graag een vuurtje. Dus dat heeft hij ook deze keer weer gedaan. Door de jaren heen was er een grote houtstapel ontstaan aan de rand van ons bos(je). Maar omdat we daar wat bomen omgedaan hadden, lag die houtstapel nu een beetje midden op het grasveld. Dus heeft hij het goede hout verplaatst en het slechte meteen opgestookt. Een ontspannen klusje voor iemand die normaal gesproken altijd op kantoor zit.

Meteen de eerste dag dat we er waren kwam onze buurvrouw met een tasje met post. Ze kwam even binnen voor een kopje koffie en een praatje. En soms is zo’n praatje nog best wel lastig voor ons. Want ze had het over onze wei, schapen, luzerne, János en over een ander vrouwke. Een beetje een raar verhaal, maar uiteindelijk begrepen we het. Een beetje dan… Ze zou terugkomen met dat andere vrouwke. Ondertussen was ik al aan het fantaseren geslagen. Zouden we schapen in onze wei krijgen? Dat zou toch leuk zijn! Wel de lusten, maar niet de lasten. Onze wei werd eerst altijd Feri, de kroegbaas, bijgehouden. Meestal stond er luzerne op, wat als veevoer voor zijn varkens diende. Maar sinds Feri afgelopen augustus overleed, lag onze wei er ook maar troosteloos bij. Mario had al geopperd dat hij nu toch echt een tractor nodig had om zelf de wei bij gaan te houden. Wat hij er dan mee wilde gaan doen? Geen idee…
Die middag kwamen de dames dus samen aangelopen en wij kenden de mevrouw niet. Nadat we ons elkaar hadden voorgesteld vroeg ik hun binnen voor koffie. En die koffie van ons vinden ze maar raar. Margit zegt altijd dat ze maar een halfje wil. Want in Hongarije drinken ze normaal gesproken espresso. Dus lekkere sterke koffie. Dus zo’n grote kop van dat slootwater vinden ze maar niks. Maar deze mevrouw vond het lekker! Ze bleef het maar zeggen en samen met Margit zat ze zich te verbazen over de grote mok Hollandse koffie. Maar toen, toen moest er weer serieus gepraat worden. En omdat wij er echt niet veel van snapten, besloot Mario om János erbij te gaan halen. Want die was vanmorgen al benoemd, dus wij waren er voor het gemak vanuit gegaan dat hij er nu bij zou zijn. Hij tolkt wel vaker voor ons, als om serieuzere zaken gaat. En dit leek ons best serieus. Toen János er was gingen we maar meteen naar de wei, want daar ging het tenslotte om. Er werd gepraat en gewezen en toen kwam het hoge woord eruit. Of de mevrouw onze wei kan pachten. 


Ze wil er luzerne gaan zaaien als voer voor haar schapen. Jammer, dus geen schapen in de wei. Nee zegt ze, want dan moet het omheind worden en dat is veel te kostbaar. Oja natuurlijk, daar had ik weer niet aan gedacht. De schapen staan gewoon achter haar huis in de wei. Nou wij vinden het een goed plan! Zo wordt de grond weer bebouwd en zij is ermee geholpen. Het gaat dan wel om een periode van een jaar of 4 a’5, want de eerste jaren is het niet veel soeps. Nadat ze weer met János heeft gesproken, vraagt ze een beetje verlegen aan ons wat we er voor vragen. Niks, helemaal niks, zeggen wij. Ze vraagt het nogmaals, en wij zeggen nogmaals niks. Stel je voor zeg…. Nee we zijn blij dat het nu bijgehouden wordt, dus we schudden elkaar de hand en de deal is gesloten. Dan zegt ze dat we lekkere worst van haar krijgen als dank. Wij bedanken haar en ik kan niet anders denken dan, als het maar geen schapenworst is….

Ut waar tog zon skôn weer! Meaning, het was zo’n lekker weertje. En daarom hadden we besloten om de Trabant onder zijn afdekzeil vandaan te halen en hem lekker even uit te laten razen. Dus zijn we lekker naar Siófok gereden om daar een ijsje te gaan eten. 


En als je dan over de nieuwe weg rijdt en het zonnetje schijnt naar binnen, dan ruikt ie nog veel lekkerder als normaal. Ik weet niet of je die geur kent, zo’n typische geur die in een muf oud autootje hangt. Heerlijk vind ik dat! Maar tegen de tijd dat we in Siófok waren aangekomen, was de zon weg en was het echt koud geworden. Maar wij zijn geen watjes, dat ijsje ging er toch wel in hoor.


Maar toch kon je al een beetje de lente proeven, want de struiken beginnen al weer uit te lopen. Ook heb ik de eerste wesp alweer gespot. Hij was nog een beetje loom, kwam denk ik net uit zijn winternestje.



Ik wilde tijdens deze korte break heel graag verder gaan met het stuken van de muur in de badkamer van het gastenverblijf. En dat heb ik ook gedaan, maar klaar is het nog steeds niet. Want ik zeg altijd: och we doen mar wè, we frotten mar wa heene. Wat eigenlijk betekent, we doen het zo goed als we kunnen, maar we zijn geen profs. En dat betekent dat de muren niet helemaal waterpas en strak gemetseld zijn. En dat betekent dan weer dat er soms een dikke laag stuc op moet en soms een flinterdun laagje om het een beetje glad te maken. Want het is toch wel handig dat er gewoon een wastafel en een spiegel opgehangen kunnen worden… En als het allemaal hult-en-bult is, is dat toch een beetje lastig. Dus ik kreeg het niet in één laag zoals ik het wilde hebben. 


En omdat ik dus moest wachten totdat ik de 2e laag erop kon zetten, ben ik verder gegaan met het project mooi raampje. Dat raampje was van origine gewoon rechthoekig. Maar omdat de muur bijna een meter dik is, leek het mij leuk als het raampje schuin toeloopt, zodat het aan de binnenkant groter is. De bovenkant is halfrond geworden. Snap je het nog? Aan de buitenkant een gewoon raampje en aan de binnenkant schuin toelopend met een halfronde boog. Jaja dat had ik mooi bedacht…. Maar het uitvoeren ervan was een ander verhaal. Eerst een malletje gemaakt zodat het overal even schuin was.  Na het weghakken van het leem wilde ik dat aan de binnenkant gaan stuken. Maar je kunt niet zomaar op de leem gaan stuken, het moet ergens aan kunnen hechten. En een echte stukadoor gebruikt hier van dat blauwe gaas. Maar omdat wij maar wa heen frotte, moest er eerst een gipsplaatje tegenaan komen. 


Daar ben ik mee begonnen, maar dat is nou halverwege want toen moesten we alweer terug naar Nederland. Het was kort maar krachtig en we hebben genoten!

En over un por weeku  ziemme mar wir wijer wamme gedôn kunne krijgen.
En een paar weken zien we wel wat we allemaal kunnen doen.

Groetjes, Marti








maandag 29 februari 2016

Een Torvajloze maand

Oké het is 29 februari, dus bijna lente. GELUKKIG! De winter hebben we weer gehad. Ik ben niet van de winter, maar dat heb ik al vaker gezegd… ben blij dat het morgen maart is. Maar februari was ook zo saai omdat we helemaal niet in Hongarije geweest zijn… Het was een Torvaj-loze maand. En die zijn niet leuk. Het was maar goed dat de emigratie beurs in februari was, hadden we toch nog een beetje een Hongarije gevoel. En dat gevoel hebben we uit welteverstaan 1 kraampje op de hele beurs moeten halen. En dan was het nog een makelaar ook nog. Hij verkocht huizen bij het Tiszameer. Nou zijn wij niet op zoek naar nog een huis, en al helemaal niet bij het Tiszameer… Het is ook een prachtig meer, daar niet van! Maar wij wonen 10 minuten van het Balatonmeer af, dus kun je nagaan dat wij in al die jaren nog maar 1 keer bij het Tiszameer geweest zijn. Het is toch meer dan 3 uur rijden bij ons vandaan. 

Als wij Torvaj uitrijden en rechtsaf slaan, zien wij het Balaton al liggen.

Maar om terug te komen op die beurs, er stond een Belgische meneer bij die stand en die was zo aardig. Hij vroeg als eerste aan Mario of we Hongarije kenden. Toen vroeg hij op we op zoek waren naar een huis. Mario zegt, we hebben al een huis in Hongarije. Het is zo lullig om meteen te roepen, we hebben 2 huizen in Hongarije. Dus wij zeggen altijd dat we èèn huisje hebben… Die man gelijk heel enthousiast, waar hebben jullie een huisje. In Torvaj, zegt Mario. Nou weet bijna geen enkele Hongaar waar Torvaj ligt, laat staan een Belg of Nederlander, dus Mario zegt er vlug achteraan, bij Siófok. Oja dat kende hij wel. Het maakte die man niks uit dat we geen huis zochten, want het gesprek ging al gauw over onze liefde voor Hongarije. 

                     Foto's gemaakt door Authentic Hongaars

Er was zoveel herkenning, dat het duidelijk was, die man houdt ook niet van Hongarije-loze maanden. Want ook hij woonde nog niet fulltime in Hongarije. We hadden het over de rust, de ruimte en de prachtige natuur. Over de Hongaarse keuken en de behulpzaamheid. Het was duidelijk, we waren zielsverwanten… Tegenover hun stand was de ingang naar de Frankrijk hal. Waar Hongarije het met 1 stand moest doen, kreeg Frankrijk een hele hal! Maar wat waren we daar blij mee. We zeiden al tegen elkaar, laat ze daar maar allemaal naartoe gaan. Blijft het in Hongarije tenminste nog lekker rustig. Maar ik zei ook tegen die meneer, wat al die mensen zoeken in Frankrijk, is in Hongarije in overvloed. Behalve het stokbrood en de croissants dan, haha. En hij zei, dat heel veel mensen verbaasd waren over het feit dan de huizen in Hongarije nog zo lekker goedkoop zijn. En dan worden mensen toch nieuwsgierig en komen ze wel even een praatje maken. Onbekend maakt onbemind. Het is eigenlijk heel dubbel, want van de ene kant zijn we blij dat Hongarije maar 1 stand had op de beurs en dat het nog vrij rustig is. Maar van de andere kant zijn wij zelf zo enthousiast dat we iedereen willen laten zien hoe fijn het in Hongarije is. En daar werkt deze blog ook weer aan mee…. Wij gunnen het gewoon iedereen om zo’n fijne plek te hebben. Mijn vriendin zei pas, wat is het toch fijn dat je zo’n plekje hebt waar je alles kunt ontvluchten. En dat is ook zo. Zo gauw als wij in Torvaj zijn, zijn we Rooi alweer vergeten….

Op de beurs was ook een stand van Hans en Nel, 2 Nederlanders die een gastenverblijf hebben in Oostenrijk. Zij hebben daar een prachtig boek over geschreven en dat boek werd op de beurs gepromoot. Om zo’n boek gratis te krijgen werd er gevraagd of je een droom had en of je die met hen wilde delen. Ja ik denk dat de meeste bezoekers van de emigratiebeurs dezelfde droom hebben… Onze droom is in ieder geval om zo snel mogelijk naar Torvaj te kunnen verhuizen, fulltime of parttime, dat weten we nog niet. Dus ik schreef mijn droomwens op een kaartje en die werd op de wand gehangen en ik kreeg het mooie boek. Ook kregen we nog wat toepasselijke kaartjes mee.
Ik was helemaal blij!


Nog 9 nachtjes slapen en dan vliegen we weer naar Budapest! Om van daaruit met de huurauto naar Torvaj te crossen, jippppiiieee. Ik heb mijn huisje zo gemist! Ja ik lijk wel een achterlijke, maar ik denk zo vaak aan ons huisje dat daar nu zo alleen staat. Vooral ’s avonds vind ik het zielig… Helemaal alleen in het donker, met alleen een lantaarnpaal die over zijn dakje schijnt… 


Het huisje mist mij ook, denk ik op zo’n moment. Hoe gek kun je zijn.
Ik hoop dat ik in het gastenverblijf verder kan gaan met de badkamer. In november hebben we de afvoer van de wc verlegd omdat het dan allemaal toch beter past. Mario heeft alle leidingen in de muur gelegd.

Ook heb ik toen èèn wand betegeld met dezelfde tegels als op de vloer komen. De rest van de wanden worden niet betegeld, die ga ik stuken. Daarmee ben ik op de helft, dus ik hoop dat ik het nu af kan maken. En dan nog de tegelvloer erin en de pot kan geplaatst worden! Maar omdat we maar een paar dagen gaan, zullen het wel lange dagen worden om nog iets gedaan te krijgen. Maakt niks uit, slapen doe ik in Rooi wel weer.


Groetjes, Marti