donderdag 30 november 2017

Jarig in Kalocsa

Al jaren vier ik mijn verjaardag in Hongarije, ik ben dan ook in augustus jarig en dat valt voor ons midden in de vakantie. Oooo ik weet nog dat ik 34 werd en dat de kinderen dat met stoepkrijt op het campingpad geschreven hadden. Met pijlen enzo erbij, daar zit de jarige. En dat ik zei, niet iedereen hoeft te zien dat ik al zo oud word. 34 jaar! Wat een broekie was ik nog. Nu ben ik er al 55 en waarschijnlijk lach ik daar over 21 jaar ook weer om. Laten we het hopen….

Maar al die jaren zeur ik dus dat ik een verrassing wil, dat ik iets krijg wat ik niet zelf gekocht of uitgezocht heb. Maar dat is bijna nooit gebeurd, want Mario vind dat lastig. En dat hij gelijk had, is dit jaar bewezen. Want dit jaar had hij een echt verrassing voor mij! Hij vond het wel heel moeilijk om stil te houden, maar dat hield hij vol tot een week vantevoren. Want hij was inmiddels wel gaan twijfelen of ik er wel zo blij mee zou zijn. Dus op een geven moment vertelde hij wat hij had bedacht. We zouden 5 dagen naar Kroatië gaan. 5 dagen naar Kroatië! Ik keek hem verschrikt aan van, moet ik 5 dagen weg uit Hongarije? Waarom zou ik ons huisje op de heuvel 5 dagen alleen willen laten om naar het buitenland te gaan? Het huisje is straks al zolang alleen als wij weer in NL zijn. Ik werd er een beetje verdrietig van… Pfff wat moest ik daar nou mee. Hij bedoelde het zo goed en was zo trots dat hij het zelf bedacht had. Maar hij wist ergens wel dat ik er niet zo blij mee zou zijn, anders was hij niet gaan twijfelen. Hij had dan ook nog niks geboekt. Gelukkig maar. Ik had zelf een beter idee, of nee niet beter, maar een ander idee. We konden ook gewoon 1 of 2 dagen naar Kalocsa gaan. Ik ben namelijk dol op het traditionele borduurwerk wat daar vandaan komt. En ik had op internet als gezien dat er ook heel mooi treinstation moest zijn, dus daar zou ik erg graag naartoe gaan. Maar omdat het best een eindje rijden is vanaf Torvaj, is het er nooit van gekomen. Maar als we dan een overnachting zouden boeken, was het wel leuk om te doen. Als jij dat liever doet, zei Mario, dan doen we dat. Ja 5 dagen naar Kroatië wil ik echt niet, hoe lief ook bedoeld. Dus ging Mario op zoek naar een hotel in Kalocsa en op 3 augustus in de vroege morgen vertrokken wij.


Op ons dooie gemakkie en dus onderweg even koffie en thee met gebak, we hebben tenslotte iets te vieren.
Rond de middag kwamen we in Kalocsa aan en het eerste wat we deden was een ijsje eten. Want we hadden wel een goede dag uitgekozen… het was die dag boven de 40 graden.


Daarom gingen we verkoeling zoeken en kwamen we bij het Viski Károly Múzeum. Dit is een prachtig museum over de historie van Kalocsa. 

De entree voor ons beiden was 1000 forint, en we moesten slofjes aan over onze schoenen. Wij waren de enige bezoekers en de mevrouw van het museum liep met ons mee en deed overal de lamp aan en ná ons ook weer uit. Ze probeerde wel een beetje te vertellen, maar ze had wel door dat wij maar een beetje Hongaars spreken en dan is het best moeilijk.








Het was werkelijk een en al folklore wat er te zien was, ik vond het echt gewéldig! Je krijgt een heel goed idee van hoe de mensen hier vroeger woonden.

Nadat ik uitgekwijld was gingen we weer naar buiten. Bam, de hitte in. Het korte wandelingetje naar de prachtige kathedraal was eigenlijk al te veel. Maar binnen was het heerlijk koel en ooo wat was het mooi!


Buiten werd volop gewerkt aan de kathedraal maar ook de tuin werd flink onder handen genomen.




Onze volgende stop was het paprika museum. Want hier in Kalocsa wordt volop paprika geteeld.


Ook hier loop een mevrouw van het museum met ons mee en ze biedt op een gegeven moment aan om foto’s van ons te maken.
Het wordt hier duidelijk uitgelegd hoe de paprikaplant groeit en je ziet hier echt heel goed de geschiedenis van de paprika uitgelegd.



Maar dan gaan we naar het népművészeti ház. En omdat eigenlijk alles op loopafstand is, doen we dan ook maar. Maar het is zo ontzettend heet en het valt echt tegen om in de felle zon te lopen… Dus proberen we om telkens in de schaduw te blijven, maar dat lukt niet overal. Op een gegeven moment ga ik bijna van mijn graatje en moeten we echt ff stoppen en een pauzetje houden.


Het folklorehuis is zoooo mooi! Een wit gebouw met blauwe deuren en kozijn. Helemaal mijn ding!


Ik zou hier zo in kunnen wonen, echt prachtig!! Binnen zie je weer hoe de mensen vroeger leefden en  op de muren zie je de prachtige typische schilderingen terug. OOOO ik wil ook wel zo’n kamer.






En hier gebeurt weer hetzelfde, de mevrouw van dit museum vraagt of ze een foto van ons moet maken bij de mooie schouw.


Haha echt een degelijk stel.

Het is nu middag en we mogen het hotel in en dat gaan we dus ook doen. We lopen naar het hotel en frissen ons daar even op, dat is wel nodig na dat gewandel in de hitte.

Hierna pakken we de auto want we gaan naar het oude station van Kalocsa. Dat staat er om bekend dat het die mooie muurschilderingen heeft, dus dat wil Marti natuurlijk even bekijken.


En ook hier zijn wij de enige bezoekers, zou iedereen ergens aan het water liggen? Zo aan de voorkant stelt het niet zo veel voor, maar aan de achterkant en binnen is het echt keimooi.

Het is nu een mooi museum geworden.





Ik kan er maar niet genoeg van krijgen en maak de ene foto na de andere.



En dan gaan we weer verder om ergens een hapje te gaan eten. Onderweg nog wat ooievaars gespot. We zijn tenslotte in de stad die ooievaars in zijn wapen heeft staan. 


We komen bij een restaurantje terecht aan het water en het is er supermooi.  Het Trofea étterem is echt een aanrader. Het terras lijkt op een boot en we zoeken een tafeltje uit met uitzicht over het water. 


Als we lekker zitten te eten, zien we zon in de rivier zakken. Zucht, wat een romantiek.


Bij het hotel aangekomen is het op het terras nog gezellig en het is nog 35 graden, dus besluiten we om nog een lekker koud biertje te nemen.
Later zien we op de Hongaarse tv dat er die dag een hitte record gebroken is. Mooie dag om rond te struinen, toch?


De volgende morgen staat er nog één ding op het programma en dat is de porselein fabriek van Kalocsa. Daar maken ze het originele breekgoed wat je eigenlijk overal in Hongarije wel tegenkomt. Het ziet er een beetje kitscherig uit, maar daar hou ik wel van.



En hier zijn we niet de enige bezoekers en moeten we zelfs even wachten in het winkeltje tot de vorige groep van 4 personen klaar zijn met de rondleiding. Want ook wij gaan de rondleiding doen. Ik ben wel benieuwd. Maar in het fabriekje is geen airco en het is eigenlijk een beetje te warm hiervoor. De mevrouw die ons alles laat zien is steeds met een zakdoekje in de weer, maar dat kan het gutsende water wat van haar gezicht in haar decolleté loopt, niet tegenhouden.

In deze potjes gaat paprikapoeder uit Kalocsa. Deze mevrouw maakt de rode potjes.



Maar ze zijn hier echt alleraardigst, zoals overal in Hongarije eigenlijk, en geduldig laten ze ons alle processen van het bakken en beschilderen van het porselein zien. Ik vind het echt zo leuk om mee te maken!




We sluiten deze dag af in Szekszárd bij het zwembad. Het is een mooi zwembad met glijbanen,  mooie baden en een heerlijke zonneweide.



Lieve Mario, bedankt voor deze 2 heerlijke dagen! Dit was echt een fantastische verjaardag. Bedankt voor de leuke verrassing <3

Groetjes, Marti





dinsdag 31 oktober 2017

Met de trein mee, wat een feest!

Al zolang als wij in Hongarije komen, zijn wij geïntrigeerd door de treinen die er rijden. Rondom het Balaton rijden best-wel-grote dieseltreinen. Sinds kort is aan onze kant van het meer het spoor helemaal vernieuwd en uitgebreid. Maar bij ons in de provincie rijdt nog een oud rood boemeltreintje. En al jaren lang zeiden we tegen elkaar, we moeten toch eens een keer met dat treintje mee gaan. Maarja het kwam er maar steeds niet van. Tot we deze zomer een nieuwe auto hadden gekocht in Kaposvár. We kregen toen het idee om die auto met de trein op te gaan halen. Dus met het treintje heen en met de nieuwe auto weer terug naar Torvaj. En Corina en Hans hadden wel zin om met ons mee te gaan! Super, daar hadden we keiveel zin in.
De dag vantevoren waren Mario en ik al bij het station in Tab gaan kijken hoe en waar we de kaartjes moesten kopen. In het kantoortje van het stationnetje zaten 2 mannen achter een ventilator te roken. Mario zei dat we morgen met de trein naar Kaposvár wilde gaan en vroeg of we vandaag al een kaartje bij hen konden kopen. Ook vroeg hij hoe laat de trein vertrok. Kaartje kopen kon morgen in de trein gewoon bij de conducteur en de trein vertrok om kwart voor 8 en zou 2 uur en 5 minuten later arriveren in Kaposvár. 2 uur en 5 minuten! Voor een afstand van 55 kilometer.

De volgende morgen waren we om half 8 bij het station, het voelde alsof we op schoolreisje gingen, zoveel zin hadden we er in! Na een kwartiertje kwam daar het treintje aangetuft en toen we instapten vielen onze monden open van verbazing. 


Het was alsof we een rijdend museum in stapten. Geweldig!! Van die handige bagagerekken boven de prachtige fluwelen zittingen. Gordijntjes tegen de felle zon. Het zag er allemaal ook zo netjes en authentiek uit, dat hadden we echt niet verwacht.



En dit is geen toeristentrein hé, dit wordt dagelijks door verschillende mensen als vervoer van A naar B gebruikt! In het begin waren we de enige passagiers en het ene na het andere dorpje werd aangedaan.






Het prachtige Hongaarse landschap trok in een relaxt tempo aan ons voorbij.



Hoe dichter we bij Kaposvár kwamen, hoe meer mensen er in stapten.



Op een gegeven moment stopte de trein en de conductrice stapte uit. Ze ging handmatig de slagbomen dicht draaien. De trein reed voorbij de slagbomen, de conductrice draaide de slagbomen weer omhoog, stapte in en de trein kon de reis weer hervatten.


Gelukkig hadden we wat te eten en te drinken meegenomen, want het was toch best een hele zit. En we waren ook blij dat we niet met de trein weer het hele eind terug moesten, maar gelukkig konden we met de nieuwe 4wd terug rijden.




Het was echt de moeite waard en dat alles voor iets meer dan 3 euro... We gaan het zeker nog een keer doen! Je moet er wel een hele dag voor uittrekken…
















Het prachtige station van Kaposvár.


Groetjes, Marti.