vrijdag 30 september 2016

Het gras is niet altijd groener aan de overkant.

Nee nee, deze zomer was het gras bij ons in Torvaj knalgroen. Mals gezond groen gras, dat iedere ochtend nat was. Vroeger toen wij nog kampeerden, en we kwamen dan ergens waar het gras groen was, dan vonden we dat geen goed teken. Dan zeiden we, hier blijven we niet, we rijden nog een stukje verder. Maar dat is nu een beetje raar, om 1350 km te rijden, even op de heuvel te kijken en dan te zeggen, hier blijven we niet, we rijden een stukje verder. Maar het is echt niet normaal hoor, in de zomer in Hongarije. Normaal groeit er gewoon hooi op de gele klei. Van die harde stoppels, waar je de hele zomer niks aan hoeft te doen… Dit jaar niet, dit jaar bleef het gras maar groeien. En de bosmaaiers bleven maar brommen. En de Hongaren bleven ook maar brommen. Steeds maar maaien… We hebben wel iets beters te doen met onze tijd. Want we hebben wel iemand die het gras maait voor ons, maar die komt niet als wij er zijn. Dus moest Mario het zelf doen…


In de tijd dat wij in er niet waren in het voorjaar, heeft het veel en hard geregend in Torvaj. En dat zagen we natuurlijk aan het groene gras, maar ook toen we de deur van het eerste huis open deden. In de ruimte waar de badkamer moet komen, liep een modderspoor. De lemen muur moet aan de onderkant helemaal verzadigd zijn geweest, zodat er uiteindelijk een stroompje gevormd is. De houten stoelen in de keuken zaten ook vol met schimmel. Dus alle ramen en deuren open gooien, schimmel wegpoetsen en spinnen vangen. We moeten even wennen aan de temperatuur, want het is er nu erg warm. Dus gaan we op ons nieuwe terrasje zitten bij het tuinhuisje bij het zwembad. Als we daar zo zitten te genieten van het feit dat we er weer zijn, valt het me op dat het water van het zwembad zo stinkt. En toch is het water niet zo groen, zegt Mario. Maar morgen gooien we het afdekzeil er wel even af en dan kijken we wel.


Wat ons nog meer opvalt is dat het stikt van de slakken.


Van die kleine slakjes met een huisje op hun rug. Echt niet normaal zoveel. Als je door het gras loopt hoor je ze kraken onder je schoenen. Dat komt natuurlijk ook door de vele regen die er gevallen is. Ze zitten met grote getale op de witte muren, lekker te genieten van het zonnetje.


De volgende dag gaan we dan toch maar het afdekzeil eraf halen, zodat we kunnen kijken hoe zwembad erbij staat. Het zomerzeil laten we er nog even op liggen. En dan schrikken we ons rot. Want de wanden van het zwembad zijn voor een groot gedeelte naar binnen gedrukt. Wel snotverdorie, nu dit weer, denk ik! Hoe kan dit nu, roep ik tegen Mario. En gooi het maar dicht, mopper ik er achteraan. Ik heb mijn buik er meer dan vol van. Nu blijkt dus dat door de vele regen, de grond, die harde kleigrond, weggespoeld en verzakt is. En heeft de stalen wanden gewoon naar binnen gedrukt.


En dat komt omdat het zwembad maar voor de helft gevuld was. Was het gewoon vol, dan was dit hoogstwaarschijnlijk niet gebeurd. Daarom moet je dus altijd genoeg water in het zwembad laten staan… Maar het zwembad moest in het voorjaar half leeg zijn, omdat ze die grote gaten kwamen repareren. En toen dat eindelijk gebeurd was, moesten wij alweer bijna terug naar Nederland en hebben zodoende het water niet meer aangevuld.
Na een half uurtje vloeken, herpakt Mario zich en begint te graven. Dat is het enige wat hij kan doen. De grond bij de wanden weghalen en kijken hoe groot de schade is.


Het is erg warm en als we even later zitten uit te puffen, valt het ons weer op dat het water zo verrekes stinkt. Mario zegt, we laten het zomerzeil er nog maar even op liggen, want anders waait er allemaal zand in met dat graven. Het is nog een hele klus en hij krijgt het niet in één dag uitgegraven. De dag erna hebben we een barbecue bij Hans, dus komt er van graven niet zoveel terecht. Maar als hij de dag dáárna weer verder gaat met graven, ruiken wij weer het stinkende water. Het lijkt ons toch verstandig om het zomerzeil er nu maar af te gooien, want dan kunnen we het water gaan reinigen. Als wij dan langzaam het zomerzeil optillen, wordt de stank echt ondraaglijk. Mario begint te kokhalzen en laat snel het zeil los. Er drijft iets in het water, zegt hij. Ik  kijk hem aan van, wat krijg jij nou? Mario is niet snel vies van iets, dus het moet wel erg zijn. Het zeil zal er toch af moeten, dus we wagen een tweede poging. En dan zien we dat er een dode vos op het water drijft. Nouja drijft. Hij zit voor een gedeelte aan het zeil vastgeplakt en wat er drijft, dat is wat er nog over is van zijn vacht. Och wat zielig, wat een nare dood is dat geweest voor het beestje. We gooien het zeil op het gras en moeten het even tot ons door laten dringen. Nu moet het zwembad dus echt helemaal leeg. No way, dat ik hier nog ooit in ga. Mario pak de grashark en schept het slijmerige geheel van het water en kiept het in de kliko. Die komen ze morgen toch ophalen, dus dat lijkt ons de beste oplossing. Maar de vuilnismannen kijken hier wel altijd in onze kliko, om te kijken of er nog iets bruikbaars voor hun in zit. Tja dat vind ik dan ook wel weer zielig voor hun…


We zetten de dompelpomp in het bad en Mario schept de botjes uit het water. De laatste 10 centimeter moet met de waterstofzuiger gebeuren en dan zie ik dat er op de bodem allemaal tandjes liggen.


Als het zwembad leeg is gaan we er nog met schoonmaakmiddel en een dweil doorheen en het is weer als nieuw. Op de deuken na dan. Omdat de wanden naar binnen gedrukt zijn, worden ze als het ware wat lager. Dus de rand sluit niet meer aan en moet er ook af. En dan blijkt dat er nog een gaatje zit in het gerepareerde stuk van de liner, dus plakken we er nog maar een lapje overheen.


We drukken de wand zo goed en zo kwaad als het kan weer op zijn plaats en op een paar bobbels na is dat ook gelukt. Om te voorkomen dat dit nog een keer kan gebeuren, heeft Mario aan de voorkant, waar dus het meeste water komt als het regent, een muurtje in de grond gemetseld. Hopelijk is dit afdoende…. Als dan een week later ook nog een betonnen rand gestort is om het zwembad heen, zijn we er weer even klaar mee.


Op deze foto kun je al zien dat ik bezig ben met het verven van het tuinhuisje. Dat was van origine bruin. En ik hou niet zo van bruin. Ik vind het er zo somber uitzien. Dus gaat het hetzelfde worden als de andere gebouwen, wit met blauw. Hahaha geen verrassing, toch?


En als het na een paar dagen klaar is ziet het er zo uit, dat is toch veel gezelliger als dat stomme bruin?

Aan de voorkant moeten we nog wel nieuwe boeiboorden maken, maarja tijd hè.. dat blijft voorlopig ons grootste probleem.

We hebben deze zomer maar 1 keer bezoek gehad. En ze bleven maar 2 nachten. Hennie is een badmintonvriendin van mij en was 4 jaar geleden al eens in Torvaj. Nu ging ze met man Huub en zus en zwager eerst naar Wenen, toen naar Györ, dan door naar Budapest en daarna kwamen ze een paar daagjes naar ons. En wij vonden het zo leuk dat ze kwamen! Het was heerlijk relaxed en we hebben ze even van het leven op het Hongaarse platteland laten proeven. Wij zaten ’s morgens buiten op ze te wachten, zodat we gezellig samen konden ontbijten. Maar we hadden daar niks over afgesproken en op een gegeven moment dacht ik ga eens bij het bovenste huis kijken. Zitten ze daar gezellig met zijn vieren in de woonkamer aan de tafel te keuvelen. Ze zaten te genieten van een ontbijtje, het uitzicht en de buurvrouw. Die was wat rond haar huis aan het scharrelen en zij konden dat mooi in de gaten houden. Ja maar dat is ook leuk. Gewoon heel ontspannen genieten van de eenvoud. Meer moet dan niet zijn.

Toen ze in Budapest waren zijn ze in het Szechinyi bad geweest, maar ze waren daar tegelijk met heel veel Sziget-gangers. En naderhand had Hennie last van een plekje op haar enkel wat steeds pijnlijker werd. Haar voet werd helemaal dik en warm. Het was duidelijk ontstoken. Omdat ze er niet gerust op waren werd besloten om op de eerste avond nog naar de eerste hulp te rijden in het ziekenhuis in Siófok. Maar omdat het ziekenhuis verbouwd is duurde het best wel even voordat ze gevonden hadden waar ze moesten zijn. Uiteindelijk waren ze op de juiste plek, op de dokterspost, maar daar was geen dokter aanwezig. En de verpleegster was ook niet van plan om die op te roepen. Ze vond het niet nodig. Wel kregen ze het adres van de apotheek waar ze een smeerseltje konden gaan halen en dan zou het wel beter worden. Maar de volgende ochtend was de enkel nog steeds keidik en hij gloeide helemaal. Dus wij met zijn vieren naar de dokter in Tab. Ik was daar nog nooit geweest en was ook heel benieuwd hoe dit in zijn werk zou gaan. Nadat we ons gemeld hadden bij de balie, mochten we even wachten tot de dokter ons binnenriep. Het was al best druk en wij voegden ons bij de andere mensen.  Maar het even wachten werd uiteindelijk anderhalf uur wachten. De dokter kwam af en toe uit zijn kamertje om de hoek kijken, hoeveel mensen er nog op zijn hulp zaten te wachten. En dan zuchtte hij heel hoorbaar en ging maar weer naar binnen. Op een gegeven moment was hij het even zat en hij ging even weg. Even pauze. Het viel ons op dat iedereen die daar zat te wachten, een verbandje om had met zo’n netje erover heen. En de mensen die naar buiten kwamen van de dokter, hadden er allemaal weer een nieuw verbandje op zitten. Of ze nou een wond op hun hoofd, buik of arm hadden. Toen Hennie aan de beurt was, vroeg ze of ik mee naar binnen ging voor de vertaling. Ojee als hij maar geen moeilijke termen ging gebruiken. Want ik had net wel een half uurtje met een lieve oude Hongaar zitten kletsen over ditjes en datjes, maar medische woorden is toch wel heel moeilijk voor mij. Maar hij zei eigenlijk niet veel tegen ons. Hij was vooral aan Hennie haar voet aan het voelen en aan het dicteren wat de assistente allemaal in moest voeren in de computer. Na een minuut of 10 startte hij met de behandeling. Hij pakte een wit potje, haalde er met een spatel wat zwarte zalf uit en smeerde het op het plekje. Hij smeerde gewoon wat ouderwetse trekzalf op haar enkel! Eroverheen legde hij een steriel gaasje en daar weer overheen een netje. Jawel hoor, ook Hennie had zo’n mooi netje, haha. Ze moest morgenvroeg weer terug komen.

Die middag zijn we gezellig met zijn zessen naar Siófok geweest. Ik wilde ze toch graag de mooie watertoren en het prachtige Balaton laten zien. Want daar zijn wij toch heel trots op.
Maar natuurlijk hoort er ook een wandeling over de strip bij en daar hebben we ook een hapje gegeten.


Ook deze zomer staat er weer een reuzenrad en Mario en Hennie willen daar graag in, de rest, waaronder ikke, durft niet. En wij blijven beneden wachten en mooie foto’s maken. En zo is iedereen blij.




En dan zijn we mooi op tijd om te genieten van de zonsondergang. Zucht, dat verveelt echt nooit….




Maar wat is dan toch weer heerlijk thuiskomen. Genieten van de sterren, de maan, een biertje en natuurlijk: Vuur!


Een heerlijk einde van een heerlijke dag!

De volgende morgen vertrekken ze weer, nadat de arts in Tab heeft gekeken naar de voet van Hennie en gezegd heeft dat het goed komt.
Waar het niet echt goed mee komt, is het weer. Het blijft maar kwakkelen. De ene dag is het bloedheet en de volgende dag regent het. Zo ook deze middag. Op een gegeven moment begint het wat donker te worden buiten, de eerste druppels beginnen te vallen. We gaan de spullen binnen zetten, want het lijkt erop dat het wel eens best hard kan gaan regenen. Nou en dan om half 4 breekt de hemel open. Niet normaal hoeveel water er naar beneden komt! Dit hebben wij echt nog nooit meegemaakt! Omdat de weilanden boven ons al omgeploegd zijn, heeft de regen de kans om een dikke laag modder mee naar beneden te sleuren. Met geweld komt het de pad af die naast onze tuin loopt. Het is de pad die wij gebruiken om met de auto naar boven te rijden.

video

Het water loop helemaal tot aan de kruising bij het winkeltje. Daar vormt zich een modderspoor van een paar centimeter dik. En we kunnen niks doen om het te stoppen…


Als het wat gaat minderen, komen de eerste mensen tevoorschijn. Ze kijken allemaal naar boven, naar ons huisje. Maar wij kunnen er ook niks aan doen mensen. Het komt van de bovengelegen weilanden. Op een gegeven moment komt de burgemeester kijken en hij begint te bellen. Even later komen er wat mannen met skuppen aan en de burgemeester heeft een sneeuwschuiver bij zich. Ze beginnen de dikke laag modder van de weg af te scheppen en gooien het in de berm. Mario pakt ook zijn sneeuwschuiver en voegt zich bij de mannen.


Als wij weken later terug naar NL gaan, liggen de hopen modder nog steeds in de berm….

En dan hangen er opeens borden in ons Torvaj. Op 2 oktober is er een referendum over de vluchtelingencrisis, waarbij de burgers hun mening kunnen geven over de verplichte verdelingen van de vluchtelingen over de EU-lidstaten. Iedereen heeft daar zijn eigen mening over, maar daar ga ik nu niks over zeggen omdat dit nogal gevoelig ligt. Maar ik schrik wel van de hoeveelheid borden, posters en grote billboards die overal in Hongarije opduiken. Echt in ieder klein dorpje zie je ze aan de lantaarnpalen hangen. Ook vind ik de teksten nogal heftig;
Wist u dit? Sinds het begin van de immigratiecrisis in Europa, meer dan 300 mensen stierven in terreuraanslagen.
Wist u dit? Brussel wil een stad vol aan illegale immigranten in Hongarije vestigen.
Wist u dit? De moorden in Parijs zijn gepleegd door immigranten.
De teksten zijn zonder uitzondering heel negatief over immigranten.
Ik vind dit een campagne met een heel eenzijdig gezicht en ik hoop maar dat de mensen die gaan stemmen zelf hun eigen mening hebben gevormd. Maar de opkomst moet wel meer dan 50% zijn, anders is het referendum niet geldig.


Ik ben nu nog maar halverwege met vertellen over de zomer in Torvaj, en daarom ga ik volgende maand verder… Het moet natuurlijk wel leuk blijven hè?

Groetjes,
Marti