zaterdag 28 april 2012

Met het vliegtuig


Nou het is gelukt hoor! De uitdaging waar ik in mijn vorige blog over schreef, bleek helemaal geen uitdaging te zijn…. Makkie, piece of cake. Want het miniatuur koffertje bleek toch groot genoeg, alles paste er in en toen het koffertje gewogen werd, had ik zelfs nog 70 gram over, zonde hè? Mario had zelfs nog 100 gram over! Maar toch had ik alles bij wat nodig was, dus no problem. Alleen toen het koffertje gescand moest worden begon het apparaat te piepen. Het koffertje werd opengemaakt en de mevrouw van de douane greep meteen naar het saté-emmertje met sleutels. Verbaasd begon ze in het emmertje te roeren op zoek naar een steekwapen. Ik zei tegen haar: er zitten alleen maar sleutels in. Maar ze hoorde niks van wat ik zei, en roerde met haar wijsvinger driftig door het emmertje. Ja wij hebben nou eenmaal veel sleutels van ons huisje… iedere deur heeft zijn eigen sleutel en dan heb je nog de hangsloten die overal zijn… Dus nadat ze klaar was met roeren mocht het koffertje weer dicht. Dus wij gaan op zoek naar een stoel op te wachten tot we het vliegtuig in mogen, zie ik daar ineens mijn nichtje zitten! Hee, roep ik, wij gaan ook naar Budapest. Dus we hebben in het vliegtuig gezellig langs elkaar gezeten en heerlijk bij gekletst. Want zij woont alweer een aantal jaren in Hongarije, dus zo vaak zien we elkaar niet. De vlucht duurde anderhalf uur, dus voordat je er erg in had, waren we al in Hongarije. En dat vond ik nou zooooo raar! Ik ben al zo vaak naar Hongarije geweest, en daar hoort altijd anderhalve dag reizen bij. Dat is nou eenmaal zo. Maar nu, ’s morgens hadden we thuis nog ontbeten en nu om 11 uur waren we al daar, nog voor de lunch! Gek joh. Echt vreemd, maar wel heel fijn….
Toen we in de aankomsthal aankwamen, stond daar een jongeman met een bordje met daarop onze naam. Cool. Wij voelden ons effe heel belangrijk, haha. Dit was de man van het verhuurbedrijf van de auto. We gingen met hem mee naar buiten en het eerste wat we voelden was de warme zon op ons gezicht. Heerlijk, hier deden we het voor. Nadat we uitleg hadden gekregen over hoe de auto werkt, ja misschien dacht hij dat wij in Nederland het stuur aan de rechterkant hebben, vertrokken we richting Tesco. 


Want ja in het miniatuur koffertje konden we natuurlijk geen eten meenemen.  Maar ach, in Hongarije kun je ook alles kopen, dus waarom zouden dat überhaupt nog doen? Het zal wel met gewoonte te maken hebben, denk ik. Alhoewel, hagelslag, fritessaus en lekkere magere kaas hebben wij nog niet gevonden, dus dat gaat de volgende keer gewoon weer mee. Nadat we de boodschappen hadden gedaan gingen we als de wiedeweerga naar ons huisje op de heuvel! Want we waren toch wel benieuwd wat we zouden aantreffen na de winter… Maar het viel mee, er was niks kapot gevroren, niks omgevallen of ingestort. Alles zag er perfect uit, het gras was zelfs keurig gemaaid! Margit kwam ons al tegemoet met open armen. Ze kuste ons en begon meteen volop te kletsen. Heerlijk we waren weer thuis! Het lijkt iedere keer wel dat ze blij is dat wij er weer zijn.. Nouja dat hopen we dan maar, haha. Meteen kregen we te horen dat János, onze bovenste buurman in het ziekenhuis ligt. En het was niet goed met hem. En ze wees naar haar tenen en maakte een hak beweging, ja ik weet niet hoe ik het anders moet omschrijven. Dus wij schrokken er van, zou zijn teen eraf gehakt zijn? Toen vertelde ze iets over een groot rond ding. Ze maakte cirkels met haar armen en zei steeds ; nagy, nagy. Wat groot betekent. Ooo zei Mario, ik weet het al, hij heeft een grote boom op zijn voet gekregen. Nee zeg ik, hij heeft in zijn tenen gehakt. Maar we wisten geen van beiden wat het was, maar het was niet goed, dat was één ding wat zeker was. En wat ook zeker was, was dat ons Hongaars nog veel te wensen over laat…  Nou, zei Margit, dan laat ik jullie nu verder met rust, want jullie zullen wel moe zijn van de reis. Kijk en das nou het grote voordeel van vliegen, we waren helemaal niet moe! Zo fit als een hoentje waren we. Mario ging het water aansluiten en ik gooide alle deuren en ramen open. De frisse lentelucht mocht de muffe wintergeur verjagen. 


We inspecteerden ons bezit en voelden ons wederom de koning te rijk. Dit is het beste wat we ooit gekocht hebben in ons leven, maar volgens mij heb ik dat al vaker gezegd….
De volgende dag zijn we ons gaan uitsloven in ons bosje. Boven bij het grasveld waar de fruitbomen staan, is nog een stuk grond wat bijna helemaal dichtgegroeid was met vlierbessenstruiken en acacia. Normaal gesproken is dat helemaal groen en kun je er niet doorheen lopen, maar nu begonnen de bomen net blaadjes te krijgen. Dus nu was de tijd om het eens flink te gaan uitdunnen. Eerst maar eens het sprokkelhout verzamelen en dat op een grote berg gooien. Ik zag Mario al glunderen, want een stapel hout, betekent fikkie stoken. Dus lucifers erbij en hoppa daar kwamen de eerste vlammen al opstijgen. 


Machtig mooi is dat zeg! Ik zag dat onze bovenbuurvrouw ook hout aan het opstapelen was, dus ik liep er even naartoe om te vragen hoe het met János was. Maar jeetje zij praat zo ontzettend snel, dat ik er geen snars van begrijp. En ze lacht en praat aan één stuk door. In het begin deed ik altijd nog moeite om het te vertalen, maar dat heb ik opgegeven, want ze wacht niet tot ik zover ben, ze praat maar door. Dus meestal lach ik maar wat en zeg op goei geluk igen en nem. Maar nu zei ze een zin, die wij pas in de les hadden gehad. Kijk daar kon ik iets mee. Ze zei dat het vandaag een goede dag was om te stoken, omdat het niet waaide. En dan in hetzelfde rappe Hongaars zoals ze altijd doet. Maar ik verstond het meteen, en dat gaf zo’n kik! Zo wil ik het eigenlijk altijd… er staan ons nog vele jaren les te wachten… maar afijn, ik vroeg haar toen zo goed en zo kwaad als mogelijk, hoe het met haar man was. Nem jó, niet goed. En haar gezicht betrok. Ze vertelde weer een heel verhaal en ik stond er wat schaapachtig naar te luisteren. Wat erg, stort ze haar hart uit bij een Nederlander die haar niet verstaat. Ik had zo met het mens te doen. Maar opeens maakte ze dezelfde hakbeweging naar haar voet, zoals Margit had gedaan. Mijn aandacht was weer gewekt. Misschien zou ik nu aan de weet komen wat hij precies had. Toen ging haar hand naar haar knie en maakte ze daar die hakbeweging. Waat? Moest zijn hele onderbeen er af, of was dat al gebeurd? Toen begon ze over diabetes en suiker. Ja dat had Margit ook al verteld. Het had dus duidelijk iets te maken met het feit dat János suikerpatiënt is. Maar hoe ik ook door vraagde ik kwam er maar niet achter wat er nou aan de hand was met de lieve man… ze liep weer naar haar huis en ik weer naar het vuur. Mario was druk aan het zagen en snoeien.


Langzaam maar zeker kwam er meer en meer licht in het bosje. Het snoeihout belandde op de vuurstapel en wij genoten. Ik dacht opeen gegeven moment: hier kan de meest luxe vakantie niet tegenop! Wat is nu fijner dan buiten bezig zijn op je eigen landgoed(je)? En het was zo’n heerlijk weer, 23 graden! En dat bleef het de hele week. We hebben dan ook verschillende andere klusjes kunnen doen. Op een gegeven moment was Mario aan het graven in de tuin, toen hij met zijn schop op iets hards stootte. Ikke meteen kijken, bleek het een oud emaillen pannetje te zijn! Prachtig gewoon! Ik heb het goed schoongeboend en nu hangt het alweer te pronken in het zomerkeukentje, tussen mijn andere schatten.
We hebben niet alleen gewerkt, maar ook gewoon vakantie gevierd. En dat is bij ons lekker naar het thermaalbad gaan, uit eten en doen waar je zin in hebt. Op zondag zijn we naar de markt in Kaposvár geweest en daar heb ik ook weer een paar schatten kunnen kopen. 





Toen we richting Igal wilden gaan om te gaan zwemmen, vroeg ik aan Mario of hij een andere weg wilde rijden dan normaal. Ik wilde nl. graag naar Dombovár om te gaan eten bij de Nederlanders die daar een friettent hebben. Ik had er al zoveel over gehoord. Dat wilde Mario wel, we hadden tenslotte tijd zat. Maar toen we daar aankwamen bleek de zaak op zondag gesloten te zijn! Jammer maar helaas. Ik zag nog wel een boekenwinkel waar allemaal Márti boeken in de etalage hingen. Gauw een foto maken. 


Maar jammergenoeg was ook die gesloten.  Nouja dan maar weer verder richting Igal. Ik bedacht me opeens dat de ouders van goede vrienden van ons, nu ook in Hongarije waren. Ik zei tegen Mario, lijkt het jou niet leuk om daar langs te gaan? Hij kijkt me aan en zegt: ja maar die mensen weten van niks, dan kun je daar toch zomaar niet aankomen? Natuurlijk wel, zeg ik, is juist gezellig. Hij kent mij al langer en weet dat het geen zin heeft om met excuses te komen, en eigenlijk vind hij dat ook gewoon leuk! Dus na een half uurtje stoppen we bij het huis van H. en N. en ik roep bij de poort: Bezoek, hallooooo. Mario draait zijn gezicht weg, want dit vindt hij toch een beetje gênant . Al snel komt de moeder van H. eraan gelopen en ze zegt: ik weet al wie jullie zijn, jullie zijn die Brabanders uit Rooi. Ik vraag haar hoe ze dat weet, ze heeft ons nog nooit gezien. Ja, dat hoor ik toch, zegt ze. Ja ik praat best wel plat, maar om dat aan 2 woordjes al te kunnen horen…. We worden gastvrij onthaald en nemen plaats op het terras, het is warm. We krijgen koffie en thee en al snel zijn we in een leuk gesprek verwikkeld. Na een uurtje vinden wij het lang genoeg om onverwachts bij iemand op bezoek te gaan en voldaan rijden we weer verder. Bij het thermaalbad in Igal blijkt dat ze aan het werken zijn en het grote thermaalbad staat leeg.


Dat is nou jammer. Maar er zijn nog 2 buitenbaden over, die wel open zijn. Gaan we daar toch in. En het lijkt wel zomer zo lekker warm is het in het zonnetje.


Nog even binnen poelieën en nadat we aangekleed zijn, gaan we in het restaurant meteen een hapje eten. Terwijl we op het eten zitten te wachten krijg ik weer een goed idee! Het is nu toch al langer licht, zeg ik tegen Mario, kunnen we mooi even bij L. en J. op bezoek gaan. Ik zie Mario denken: is het nou nog niet genoeg geweest. Maar ik zeg, vandaag hebben we onze rakdag. Ja kunnen we wel doen, zegt ie. Leuk, denk ik. Dus als we een uur later bij hun voor de poort staan, roep ik weer: volk! Verbaasd komt L. naar buiten en ik zie haar denken, wie zijn dat nu weer? Als ze wat dichterbij is, ziet ze het. Hoi zegt ze gastvrij, kom binnen! Dat laten we ons geen 2 keer zeggen. J. is nog niet thuis, die is vissen met iemand uit het dorp. Maakt niet uit, zeggen wij, wij komen ook onverwachts langs. L. gaat koffie zetten en we kletsen honderduit, net of we elkaar al jaren kennen. Gezellig rommelt ze wat in haar keukentje en Mario zit rustig in de kamer te wachten. Als de koffie is doorgelopen, nemen we plaats in de gezellige kamer. Als we druk in gesprek zijn komt J. thuis. Hij is net zo verbaasd als L. was, haha. We buurten nog een tijdje en dan is het toch echt tijd om op te staan. J. en L. moeten tenslotte ook nog eten! Ze vragen een paar keer of een hapje mee eten, maar onze buiken kunnen niet zoveel eten meer hebben, want we hebben al gegeten bij het thermaalbad. Het is pikkedonker als we in de auto stappen. Wat was het toch een heerlijke dag, zeg ik tegen Mario, en val in slaap…..

Op maandag doen we wat kleine klusjes rondom het huis en op een gegeven moment komt Mario naar me toe en zegt dat Margit weer begon over János en zijn teen/been. Het gaat echt niet goed met hem. En hij weet nu ook dat ze nog niet weten hoever zijn teen of been of voet eraf moeten. Ik vraag aan hem, is het er dan nog niet af? Jaaaaa, zegt ie twijfelend, dat weet ik ook niet hoor….nog niks wijzer dus, maar we weten zeker dat het ernstig is.
En dan is het alweer dinsdag, nog 1 dag en dan moeten we alweer terug naar Nederland.. Wat zullen we vandaag eens gaan doen…. Het is zo’n lekker weer dat we besluiten om daar van te profiteren, we gaan zwemmen. Ditmaal naar Tamási. Het is alweer een tijd geleden dat we daar zijn geweest. En ondertussen is het zwembad helemaal verbouwd. Echt prachtig is het geworden! Een groot binnenbad, op de verdieping is het thermaalbad. 


En ook een mooi buitenterras. Dan zijn er beneden nog verschillende sauna’s, een Finse sauna, een aroma en lichttherapie sauna, een paar infrarood sauna’s en stoombad. 

video



We hebben ook nog even buiten gezwommen en met verbazing gekeken naar de bar plus barkrukken in het zwembad…. 


Helemaal rozig en lekker schoon geweekt vertrokken we naar ons favoriete restaurant, om ons laatste avondmaal in Hongarije te nuttigen. En na een hele korte nacht was het toen weer tijd om te vertrekken naar het vliegveld van Budapest. We vertrokken om 6 uur ’s morgens weer richting Eindhoven. We waren amper opgestegen en Mario viel al in slaap. Ik niet, ik zat te genieten van het uitzicht, Budapest dat ontwaakt, de Donau die door het landschap slingert. 


En even later de zon die langzaam opkomt. 


Wat is de wereld mooi van boven…. Na een ontspannen vlucht waren we om kwart voor 8 weer in Eindhoven. Dit was voor ons de eerste keer met het vliegtuig, maar zeker niet de laatste keer!

Groetjes, Marti

Ps. Ik kreeg gisteren te horen dat János in coma ligt, dus het gaat echt niet goed met hem. Helaas weet ik nog steeds niet wat hij nu precies heeft…