zondag 31 augustus 2014

Tis weer voorbij, die mooie zomer

Maar deze zomer was eigenlijk niet zo heel mooi… qua weer dan. En we hebben ook wel wat pechgevalletjes gehad. En die pech begon al onderweg. We waren mooi op tijd vertrokken, om half 5 ’s morgens gingen we vol goede moed op pad. Voordat we goed en wel op de snelweg waren, sliep ik al. Om vervolgens 2 uur later wakker te schrikken van een hard ratelend geluid. Ik zeg tegen Mario, huh wat is dat? Ja weet ik ook niet, zegt hij, hij begint ineens te ratelen. Eer brand geen enkel rood lampje en er komt geen rook onder de motorkap vandaan. Maar we besluiten om toch maar snel een parkeerplaats op te zoeken. Daar aangekomen maakt Mario de motorkap open en hij kijkt. Maarja hij heeft er ook geen verstand van en hij zegt dat hij niks geks ziet. Ik zeg tegen hem, ik zou de ANWB bellen. Hij kijkt nog een keer onder de motorkap en ziet nog steeds niks geks. Dan gaat hij de ANWB toch maar bellen. Ja en dan kom je er achter dat het hoogseizoen is. Wachten en wachten. Als we dan eindelijk aan de beurt zijn en Mario heeft zijn verhaal gedaan, moeten we weer wachten want de ANWB gaat contact opnemen met de ADAC. Dan bellen ze weer terug en zeggen dat er een auto komt van de ADAC. Dus wij weer wachten. ik vraag aan Mario, zijn we Montabaur eigenlijk al voorbij? Dat is een soort van ijkpunt voor ons geworden. Zijn we Montabaur voorbij dan gaat de rest van de reis ook voorspoedig. Onzin natuurlijk, maar omdat we daar 3 jaar geleden beland zijn na dikke pech met de auto, zijn we altijd blij als we daar voorbij zijn. Maar helaas we waren slechts 200 km van huis…. Nog niet voorbij Montabaur dus. Als dan eindelijk de ADAC arriveert zijn we blij. Niet dat hij iets doet, behalve hetzelfde wat Mario deed, luisteren en onder de motorkap kijken. Hij zwaait met zijn armen en zegt dat de motor kapot is en dat we niet verder kunnen reizen. 


De auto gaat op de sleepwagen en wij in de sleepwagen. We worden naar een garage van de ADAC gebracht en ondertussen is het gaan regenen. De ANWB belt ons en vraagt of de auto nog gerepareerd kan worden. Als wij dat ontkennen, zeggen ze dat ze op zoek gaan naar een vervangende auto. En dan begint het echte wachten pas. Gelukkig hebben we de ipad en ons eigen internet zodat we nog iets te doen hebben. We bellen regelmatig met de ANWB, maar het enige dat zij zeggen is dat ze er bezig mee zijn. Ja het valt nog niet mee om een auto te vinden waar onze 2 bedden, tuinmeubels, kussens, kleden en tig bananendozen in passen. Rond 15:00 uur komt er een man aangelopen en die zegt dat wij over 10 minuten van de parkeerplaats af moeten omdat ze gaan sluiten. Ik kijk hem verbaasd aan en zeg dat we op een huurauto aan het wachten zijn en dat we onze spullen dan ook nog moeten overladen. Hij haalt zijn schouders op en loopt weer weg. Hij zoekt het maar uit, ik ga hier echt niet weg zonder auto/spullen! Als we weer naar de ANWB bellen om te vragen hoe het ervoor staat, schiet ik uit mijn slof. Godverdorie wanneer komt er nu eens een auto. Krijg ik weer dat slap verhaal te horen, dat ze echt aan het zoeken zijn maar dat het lastig is om een auto te vinden die groot genoeg is. Ik wil het niet meer horen en zie het even niet meer zitten…. We moeten echt nog even wachten. Dus ik loop nog maar even een rondje en kijk eens goed rond en dan zie ik dat je nog veel meer pech kunt hebben. Er staat daar allemaal auto’s die flink in elkaar zitten. Auto’s zonder voorkant, auto’s mèt voorkant maar met uitgeklapte airbags. Dan besluit ik om niet meer te zeuren, want het kan altijd veel erger! Als om 7 uur  ‘s avonds dan eigenlijk ons busje arriveert kunnen we beginnen met overhuizen! 


Anderhalf uur later zijn we klaar en we hebben ondertussen besloten om de nacht door te brengen in een hotel en de volgende morgen weer verder te reizen. Eind goed, al goed. Maar niet heus. Want ik heb nog nooit zo lastig gezeten in een auto/bus. Mario had vanzelfsprekend een stoel tot zijn beschikking. Maar ik had anderhalf bankje en dat lijkt luxe en ruim maar dat was het dus niet. In het midden zitten ging niet, want omdat het een splinternieuwe bus was, dat dan weer wel, had een soort van bult in het midden. Het bankje was nog niet gevormd. Deed ik dat wel, dan schudde ik van de ene naar de andere kant en niet te vergeten, de sluiting van de gordel zal ook midden in het bankje en dat drukte heel pijnlijk tegen je kont. Nou ik heb daar vet genoeg zitten, maar toch deed dat verrekes zeer. Dus ik zat helemaal rechts tegen het raampje aan met een kussentje op mijn buik, achter de gordel, want de gordel kon niet lager gezet worden en sneed bijna dwars door mijn keel. Tel daar nog bij op dat de rugleuning van het bankje alleen maar keirecht was en ik dus de hele reis kaarsecht heb moeten zitten. Zie je het al voor je? …. Toen wij in Hongarije aankwamen waren mijn benen zo dik als van een olifant. Maar hé we waren er weer en we waren blij.



De zonnebloemen stonden er prachtig bij en het gras was groen. En dat hoort eigenlijk niet in de zomer. Normaal hebben we hooi ipv groen gras. Maar het gras bleef maar groen. En het bleef maar groeien. Ja de Hongaren hadden nou iets anders om over te klagen, ze moesten maar blijven maaien! Wat een pech zeg J


In mei hadden we toch in die ene kamer een nieuwe betonvloer laten storten, nou wij dachten dan gaan we nu eindelijk de laminaat leggen. We moesten nog even wachten tot de werkers klaar waren met stuken en schilderen, want die waren nog buiten bezig. Daar waren ze bezig met het leggen van drainage. Rondom het gastenverblijf en het toiletgebouw hadden ze een brede geul gegraven, daar kwam drainageplastic in, dan kwam er grond op en daar weer speciale grond en dan een laag beton erop. Hopelijk hebben we zo minder last van vocht in huis. Maar op een gegeven moment begon het te regenen en zagen we in de nieuwe kamer het water zo naar binnen lopen. Tussen de nieuwe muur en vloer door. Nou ik was blij dat de laminaat er nog niet lag! Wat een pech zeg! Dus voordat we echt verder konden moest ook eerst die muur aan de buitenkant aangepakt worden. 

video

En toen dat eindelijk klaar was, lag de vloer er zo in en was ik keiblij met het resultaat. De gasten konden komen.


En die kwamen, de volgende dag al. Menno kwam met zijn meisje, Susan. Het was voor haar de eerste keer in Torvaj, dus we hebben haar vol trots ons landgoed(je) laten zien. 


Ook hebben we het bruisende centrum van Torvaj bezocht en zijn zelfs op het terras van de plaatselijke kroeg gaan zitten. 


Menno en Susan wilden allebei een glas sinas en Mario en ik vroegen om water met bubbels. Maar dat had ze niet, ze vroeg wat we dan wilden. Ik zei toen tegen haar, doe maar spuitwater. Ze keek me aan of ik gek was geworden.  Ze wees naar de grote fles en vroeg of ik dat bedoelde. Ja, is goed, zei ik. Toen ik naderhand ging betalen moesten ik 300 forint, omgerekend een euro, betalen. Het spuitwater kregen we gratis. Kijk in Hongarije kan dat nog.


Een week later kwamen de volgende gasten in de vorm van Marcel en Marjolijn. Ook zij waren nog nooit bij ons in Torvaj geweest. En weer een dag later kwamen Piet en Betsie, ook al voor de eerste keer. We hebben het heel erg naar ons zin gehad met zoveel gasten, keigezellig! En wat hebben we toch gelachen om een potje Party on the Beach. 


Vooral het liplezen is een crime als je het moet raden, maar voor de omstanders o zo grappig om te zien. En als je gasten hebt, heb je zelf ook vakantie. Want dan kunnen we niet klussen. Maar dan moeten we allemaal leuke dingen doen, zoals naar de markt gaan.


En naar het Balaton gaan zwemmen en langs de boulevard lopen. Daar nemen we meestal de tijd niet voor als we met zijn 2-en zijn. En als we dan bij het meer zijn dan vind ik het nog steeds ontzettend luxe dat wij zo’n mooi meer hebben, op 10 minuten rijden van huis. 


En na bijna 20 jaar verveelt het Balaton nog steeds niet en kan ik me nog steeds vergapen aan de omvang ervan. We hebben onze gasten vooral ook kennis laten maken met de Hongaarse lekkernijen die je gewoon geprobeerd moet hebben, zoals Lángos en Kürtöskalács. 

 

Wat ook leuk was, we zijn sinds lange tijd weer eens in Tihany geweest. Dat is een klein schiereiland aan de overkant van het meer. Het is er ontzettend toeristisch maar ook ontzettend leuk. 





Een beetje het Volendam van Hongarije. De laatste keer dat wij er waren, waren Manon en Menno nog klein, het zal rond 1997 geweest zijn. Dus het was erg leuk om weer boven bij het kerkje te zijn en uit te kijken over het meer.

Maar het is ook altijd leuk om met gasten met het pontje mee te gaan, want midden op het eer ervaar je pas echt goed hoe groot het is.

Toen 4 van onze 6 gasten weer naar huis waren, kwamen er weer nieuwe, dit keer was het onze Hongaarse juf Gizella met haar gezin. Ze heeft 6 jaar lang al onze verhalen aan moeten horen en wilde wel eens zien waar wij nou altijd zo enthousiast over waren. Haar ouders wonen nog in Hongarije en daar waren ze al geweest en ze gingen nog een paar dagen naar Kroatië naar de Plitvicemeren. En wij wonen op die route, dus dit was een mooie kans om eens langs te komen. Ze zijn eigenlijk maar 1 dag geweest, maar niettemin weet ze nu precies waar wij het altijd over hebben. 

Toen Piet en Betsie vertrokken naar Budapest zijn wij met ze mee gegaan. Zij zouden nog een paar dagen in een hotel logeren om de stad te ontdekken. Maar wij gingen met zijn 4-en naar een badhuis. In al die jaren waren wij nog nooit in Budapest naar een badhuis geweest!


We kozen voor deSzéchenyibaden. En daar hebben we geen spijt van gehad. Want wat is het toch een prachtig gezicht en wat waren het toch lekkere baden zeg. 



En dat midden in de stad. En dan voel ik me weer zo rijk en dan ben ik zo trots op ons prachtige Magyarország! We kwamen helemaal rozig en verrimpeld uit het bad.  


En toen de laatste gasten vertrokken waren uit Torvaj, hadden wij nog een weekje tegoed voordat ook wij weer terug moesten naar Nederland.
Het was een rare zomer. Het was overdag wel warm, maar bijna iedere avond betrok de lucht en kwam er onweer en/of regen. 


Het zwembad is nagenoeg niet gebruikt en ik had nog wel een mooi klein badje meegenomen waar je met 4 volwassenen in kunt zitten. Ik zag het al helemaal voor me, ’s avonds onder de sterrenhemel lekker afkoelen en een drankje drinken. Maar niks hoor, het was daar echt echt geen weer voor geweest. Èèn troost, het was in bijna heel Europa wisselvallig weer, behalve in Nederland schijnbaar. En toch liep bij thuiskomst het zwembad helemaal over….

Groetjes,

Marti

maandag 18 augustus 2014

De tragiek van het Zweedse houtje

Wat een gedoe was dat toch in mei, het uitzoeken van de goeie kleur blauw. Dacht ik toen nog dat het wel een mooie kleur was, een paar dagen later dacht ik daar alweer heel anders over. Schijtziek werd ik van mezelf. Of ik nou recht voor de deur ging staan of van opzij door een spleetje in mijn ogen keek, het was gewoon niet de kleur die ik bedoelde. Grrrrrr. En de kleur hadden we al doorgegeven aan de timmerman die de nieuwe deuren en ramen ging maken. Ja we moesten wel, want we gingen weer terug naar Nederland. Maar eenmaal thuis kon ik me er niet zo druk om maken, want ik ging met mijn oudste broer een weekje naar Zweden naar mijn jongste broer. En we hebben genoten van het mooi Zweden. Van de mooie natuur, de rust, de ruimte en ook van het samenzijn natuurlijk. 



Op een gegeven moment gingen we een dagje naar Marstand, een prachtig eilandje aan de westkust van Västra Götaland. Een heel gezellig eiland waar het heerlijk wandelen en winkelen was.



Het eiland staat vol met prachtige authentieke Zweedse huizen. En laat die huizen dáár nou gewoon echte mooie kleuren hebben, in mijn optiek dan J 




Ja en dan snap je het wel, dan dwalen mijn gedachten weer af naar het huisje op de heuvel…. En opeens was daar dè kleur. Het was notabene een toiletgebouw. 


Ik riep tegen mijn broers: deze kleur bedoel ik gewoon! Ik een foto maken van het toiletgebouw. Maar dat zou geheid weer fout gaan. De kleur op een foto is altijd anders dan in het echt. Dus ik stiekem op zoek naar een loszittend stukje hout. Dat was nog niet zo gemakkelijk… Maar uiteindelijk had een stukje, niet veel groter dan een flinke splinter, maar de kleur verf was duidelijk zichtbaar en daar ging het tenslotte om. Ikke blij het houtje in mijn portemonnee gestopt. Als het nu nog niet ging lukken met de verf….

Toen ik weer thuis was uit Zweden liet ik Mario vol trots het houtje zien. Hij keek mij aan van, maar je was er toch al uit met de kleur? Oeps, ik was hem nog vergeten te zeggen dat de kleur toch niet helemáál goed was… Ik zei dat ik nu gewoon in Nederland de verf liet mengen want dan kon ik tenminste goed uitleggen  wat ik bedoelde. Het houtje belandde op tafel en dat had ik beter niet kunnen laten gebeuren. Want toen ik het de volgende dag veilig op wilde bergen was het houtje weg! Foetsie, verdwenen. Potverdriedubbeltjes en ik was nog wel zo blij met het houtje…. Dat was mijn houtje naar de goeie kleur blauw en de goeie kleur blauw zou op alle ramen en kozijnen op alle gebouwen op heuvel komen. En dan zou ik daar heel blij van worden, dus het houtje was van levensbelang! En dat was nu kwijt. Maar aangezien wij een paar dagen later alweer naar Hongarije zouden vertrekken had ik geen tijd om lang naar het houtje te zoeken. Ik hoopte dat het houtje alsnog tevoorschijn zou komen. We zouden zaterdagmorgen heel vroeg vertrekken dus op vrijdagavond ging ik nog even stofzuigen. Toen ik de bank naar voren schoof eronder ook te zuigen zag ik iets liggen en floep het schoot de slang in. En ineens beseft ik: het was mijn Zweedse houtje! Ik vlug de stofzuiger uitgezet en met de stofzuigerzak naar buiten. Het was 20:00 uur. Zul je zien dat de je de zak eigenlijk al had moeten vervangen omdat hij toch wel heel vol zit. Vol met stof en haren. En daar zat dus mijn houtje tussen. Als de zak dan bijna leeg is, komt daar het houtje tevoorschijn. Halleluja! Ik laat de stofzuiger voor wat hij is en roep Mario die in de tuin bezig is. Ik roep heel blij dat ik het houtje weer gevonden heb. Hij antwoord niet maar ik hoor een hele diepe zucht. Ik zeg, kom vlug want we moeten naar de schilder. Ik ben helemaal hyper als we om 20:10 in de auto stappen op weg naar Schijndel naar de Karwei. Als we daar even bij de verfbalie staan te wachten komt er een man op zijn elfendertigste aangesloft en gooit zijn hoofd naar achteren als groet. Zeg ut is, komt er sloom uit zijn mond. Ik moet deze verf, zeg ik tegen die slomerik. Niet ik wil, nee het is nu vort, ik MOET deze verf. Hij wijst naar een kleurige wand en zegt, daar hangen alle kleuren die we hebben. Ik zeg, nee je snapt het niet, ik moet Deze kleur. Dat kan niet, zegt hij. Wij hebben geen scan die de kleur scant en dan precies namaakt. Waar hebben ze die wel, vraag ik weer. Hier in het dorp zit een ouderwetse schilder en die heeft er eentje, zegt hij. Wij bedanken hem voor zijn gedane moeite en racen naar de auto. Het is ondertussen 20:30. En hier gaan de winkels op vrijdagavond gewoon om 21:00 uur dicht. Gelukkig is de schilder gemakkelijk te vinden en we lopen blij naar binnen. Een heel aardige mevrouw vraagt aan ons of ze ons kan helpen. Jaa heel graag, denk ik, kom maar op met die superdeluxe scan. Maar helaas die hebben ze niet, zegt ze. Ojee wat nu? Maar deze mevrouw heeft verstand van zaken en laat ons 4 dikke blokken met alleen maar blauwe kleurstalen zien! Ze weet precies waar ze moet zijn en pakt er zo de kleur uit. Ja maar ik ben niet meer zo snel overtuigd, dus ik loop met de kleurstaal en het Zweedse houtje naar buiten. Ik kan er niet omheen, dit is gewoon exact dezelfde mooie kleur. Om 10 over 9 lopen wij met ons blik verf naar buiten en het voelt alsof ik een hele grote schat in handen heb. En het houtje zit weer veilig in mijn portemonnee en gaat morgen ook mee naar Hongarije.

In Torvaj aangekomen is èèn van de eerste dingen die ik doe, een streep verf over het al blauw geschilderde kozijn zetten. Ja het klopt helemaal. Dit is em. Oké dan ga ik gewoon alles overschilderen. 2 weken later belt de timmerman om te zeggen dat hij de deuren en ramen af heeft en dat hij ze wil komen plaatsen. Ik zeg tegen Mario dat hij moet vragen of alles al geschilderd is. Ja het is helemaal klaar, dus ook al mooi geschilderd. Jammer denk ik, dat moet straks ook allemaal overgeschilderd worden. Als een paar dagen later de timmermannen er aan komen met de grote boog, kijk ik heel verbaasd. 


Die kleur lijkt heel anders dan de verf die ik had gekregen. Terwijl het dezelfde verf was en hetzelfde kleurnummer...Als dan ook nog de ramen de heuvel opgedragen worden, weet ik het zeker; hij heeft wel de goede kleur gekregen in Tab bij de festékbolt! 


Zie je wel, ik wist het wel. Ik vond het al zo raar dat ik er zo langs had gezeten… je wilt niet weten hoe blij ik nu ben! Het toekomstige gastenverblijf is nu al zo mooi geworden. 


En weet je, de kleur van het Zweedse houtje is gewoon precies hetzelfde! Verloochen jezelf nooit en blijf op je strepen staan. Ik heb weer een hele wijze les geleerd door al dit gedoe. Blijf altijd in jezelf geloven, en volg je eigen gevoel dan doe je het altijd goed. En het Zweedse houtje? 


Dat ligt nu bij de stukjes muur van het politiebureau in een laatje. 1700 km van huis.

Groetjes, Marti

Omdat we zo tevreden zijn met het werk van de timmerman en met de service en de betrouwbaarheid, wil ik toch graag even reclame voor hem maken! Top gedaan, Tamás, http://www.gyorkeasztalos.hu/