maandag 11 juni 2012

Over grondzaken en blind date's


Als een dief in de nacht vertrokken we uit het ene huis en als een dief in de volgende nacht kwamen we aan in het andere huis. Wat waren we er aan toe zeg…even weg van al die sores die ongevraagd over ons heen was gekomen. De reis verliep voorspoedig op een paar kleine files na. Maar dat hadden er veel en veel meer kunnen zijn. Want het viel ons op een gegeven moment wel op dat er zoveel vrachtwagens op de parkeerplaatsen stonden. Het stond er echt helemaal vol mee. Maar toen wij 's avonds om iets voor tienen de Hongaarse grens passeerden toen werd het ons wel duidelijk. Op Hemelvaartsdag mochten er geen vrachtwagens rijden in Duitsland en Oostenrijk! Een kilometers lange rij vrachtwagens stond klaar om de Oostenrijkse grens over te gaan. Jeetje daar hebben we geluk mee gehad.
De eerste morgen worden we om half 11 wakker gebeld door de meubelzaak, ons bankstel is binnen en ze wille het komen brengen. Slaapdronken zegt Mario dat dat nu een beetje lastig is, want we zijn niet thuis. Dus we bellen wel als we thuis zijn om een afspraak te maken. Fijn dat de nieuwe bank er al zo kan zijn, alleen nu zijn we wakker. Ikke klaarwakker en Mario iets minder wakker… ik besluit nog even te blijven liggen en ga verder in mijn boek van Saskia Noort. Als Mario weer in een diepe slaap verzonken is vind ik het mooi geweest en ga mijn bed uit. Eerst maar eens een rondje over ons landgoedje.   De zon verwelkomt me uitbundig als in de deuren open zet. De vogels fluiten en de bijen zoemen in het gras. Heerlijk ik ben weer op het fijnste plekje van de heeeeel wereld! Nouja voor mij dan. Ik loop naar het hekje en zie daar de volle aanhanger staan. Terwijl ik dromerig naar beneden kijk denk ik: we hadden die aanhanger ook zo naar de stort kunnen brengen, waren we het ook kwijt geweest….. Maar dan denk ik  aan de dankbare gezichten van de mensen hier en ik weet weer waar we het voor doen. Mario had gisteren in de auto uitgerekend dat die aanhanger ons 50 euro extra kost aan diesel, enkele reis. Ik geef er niks om, zei ik nog. En dat is ook zo, al kostte het 100 euro extra dan nog wil ik het doen. Het vele werk dat ik ermee heb, ik doe het met liefde. Ik hou van mijn buurtjes en vrienden hier in Torvaj! Bij ons word zoveel weggegooid en de mensen hier zijn er nog dolgelukkig mee. Ik loop verder de tuin in. 


De kersen zijn nog niet rijp, de acacia’s staan volop in bloei en ach het fluweelboompje heeft het niet gehaald. Het foeilelijke half dode appelboompje hangt vol met piepkleine appeltjes. De druivenstronken die voor het huis staan doen ook enorm hun best en de eerste ieniemienie druifjes zijn een feit. 


Het gaat gewoon door als wij in Nederland zijn. Ik ga naar binnen en ga de tafel dekken. Als we gegeten hebben gaan we alweer op pad. We hebben afgesproken met vrienden van ons die morgen alweer naar huis gaan, hun vakantie zit er op. En zo zit onze eerste dag er ook al weer op.

De volgende dag  gaan we naar Erzsi en Géza. Want onze kelder moet opgeknapt worden en misschien dat zij iemand weten die dit klusje kan klaren. We hadden het er in oktober al met hun over gehad en toen zeiden ze dat ze rond zouden vragen. Als we daar onaangekondigd aankomen  blijkt dat ze hun keuken aan het verbouwen zijn. In de kamer waar je binnenkomt staat het keukenblok opgesteld. In de keuken zelf zijn de muren opnieuw gestuukt en daar komt dan nog weer behang overheen en de oude tegeltjes bij het keukenblok worden vervangen door nieuwe tegeltjes. Mario vraagt aan mij: is dat de oude keuken of de nieuwe? Ik zeg tegen hem: dat is de oude en de nieuwe. Want dat had ik al wel begrepen, als alles klaar is word het keukenblok gewoon weer teuggeplaatst. Op onze vraag of ze al iemand op het oog hebben voor de kelder van ons, begint ze te knikken en pakt de telefoon. Ze gaat iemand bellen. Maar die man is niet thuis en we spreken af dat ze morgen nog een keer belt en dan naar Margit belt om door te geven wanneer ze langskomen. Mooi zo dat lijkt geregeld. Ook zijn we vandaag werkvolk gaan regelen bij onze overburen. Die hadden al vaker gevraagd of ze ons ergens mee konden helpen. Het liefste doen we alles zelf, maar dat gaat nou eenmaal niet lukken. Nem elég idö. Niet genoeg tijd. Dus hebben we besloten dat het tijd is om hulp te vragen. Ja natuurlijk komt hij helpen, hoeveel dagen moet ie komen? Één week zeggen wij. Moet zijn zwager ook meekomen? Ja graag, zeggen wij, dan gaat het lekker snel. Is goed, maandagmorgen om 7 uur zijn ze er…… het zal mij benieuwen.
Zondag krijgen we bezoek van Silvi en Hein. Beetje spannend want we hebben elkaar nog nooit in het echt gezien. We kennen elkaar alleen nog maar van de mailtjes en internet. We hebben natuurlijk een groot raakvlak en dat is een huis in Hongarije. We zijn allevier even gek op dit land. Dus eigenlijk hoef je je geen zorgen te maken ... en inderdaad het was ook heel gezellig.


Kan ook niet anders want het zijn ook Brabanders, haha. Een paar koppen koffie en een mik later gaan we met zijn vieren richting Kísbarapáti, naar Jan en Linda. Die kennen wij natuurlijk al wat langer, maar voor Silvi en Hein is dat hun 2e blind date van vandaag. We worden gastvrij ontvangen en voor je het weet zitten we gezellig met zijn allen onze ervaringen uit te wisselen. Als we tegen Jan zeggen dat we morgen hulp krijgen in de vorm van 2 Hongaren die ons komen helpen, begint hij schuddebuikend te lachen. Wij kijken hem heel verontwaardigd aan, hoezo is dat zo grappig? Ze hebben het ons toch beloofd? Nee, Jan wij weten zeker dat ze komen! Het is ook  prachtig om die 2 nieuwe gansjes te zien, wat een dotjes!


Het is een gezellige beestenboel daar. Nadat we onze buikjes weer vol hebben is het dan toch weer tijd om richting Torvaj te gaan. Het begint al vertrouwd te voelen bij Jan en Linda….

Vol verwachting gaat op maandagmorgen om half zeven de wekker. Vandaag komt ons werkvolk. Vlug maak ik het ontbijt, nog vlugger eten we het op en doen ons werkplunje aan. Mario gaat alvast naar het toekomstige gastenverblijf en begint alvast met het afbreken van een dikke lemen muur. 


Maar om 7 uur is er nog geen hulp. Om half 8 ook niet. Af en toe kijkt Mario naar buiten om het hoekje of er nog niemand aankomt. Maar nee hoor. Om 9 uur ga ik een kopje koffie brengen en vraag aan Mario wat hij er van denkt. Maar hij weet ook niet wat hij moet denken. Het zal toch niet? Wij waren zo goed van vertrouwen… Als er om 10 uur nog niemand is weten we het zeker; Jan had gisteren gelijk. Je kunt er niks van op aan. Potverdorie. Die dag gaan we samen verder, zonder ons werkvolk. Verder met het afbreken van die muur. Erzsi en Géza zijn ook nog langs geweest met degene die misschien onze kelder kan repareren. Ook hebben een emmer bij waar mooie stekjes in staan van coniferen.  Die komen goed van pas hier. Onze kelder is nu helemaal van leem, en om verder verval tegen te gaan moet hij helemaal gemetseld worden. Maar die man spreekt allen rap Hongaars, geen enkel woordje Duits of Engels. We proberen het nog even maar het gaat ons zo echt niet lukken. Ik besluit om de hulp in te gaan roepen van Manfred onze Duitse buurman. Maar helaas die is niet thuis. Pff dat word nog lastig. Totdat Erszi op het idee komt om János te vragen.  Dit is weer een andere János, want ja de helft van de Hongaarse mannen heten János. En deze János woont ook in ons dorpje, helemaal achteraan tegen het kerkhof. De dames gaan met de auto op pad en komen even later terug met János. Die gaat samen met ons de kelder in. Wij zeggen tegen hem hoe wij het willen en hij zegt het weer in het Hongaars tegen de aannemer. Die kijkt niet blij. En hij zucht en zucht. Veel werk. Gevaarlijk werk. Het moet eerst gestut worden, want anders kan het helemaal instorten. En word gemeten en opgeschreven. En gezucht en moeilijk gekeken. Hij weet het echt niet of het wel kan. Hij moet er nog eens over nadenken. Hij beloofd om vrijdag weer terug te komen met de uitslag. Nouja laten we hopen dat hij het aandurft… Laat in de middag komt ons overbuurmeisje ons vertellen dat ze gisteren bij ons aan de deur zijn geweest maar dat we niet thuis waren. En daarom komt ze nu nog een keer om te vertellen waarom de werkers niet waren gekomen. De ene had helemaal geen tijd deze week,  die moest al bij iemand anders werken van ’s morgens tot ’s avonds. En de andere kan alleen vanaf een uur of 3 want ook hij heeft een andere baan…. Dan vraag ik me af, waarom zeg je dan dat je wél kunt komen werken? Afijn het is nu niet anders. Maar ze heeft nog wel een broertje in de aanbieding, die heeft wel tijd om te komen werken behalve op donderdag dan moet ook hij ergens anders gaan werken…. Dus ook op dinsdag zijn we met zijn 2en. 







En het lukt ons om samen de muur uit te breken. Zo weer een klusje geklaard.
Woensdagmorgen precies om 9 uur stapt Péter door het poortje. Het broertje dat ons gaat helpen. Gelukkig we hebben hulp! De mannen gaat meteen aan de slag. Mario begint een geul te graven voor de fundering van een nieuwe muur, die komt op de plaats van de dikke lemen muur die wij gisteren omgelegd hebben. Péter gaat het leem naar buiten kruien. Zwaar werk hoor. Maar die jongen werkt echt hard hoor! Wat is het fijn om hulp te hebben. Kan ik mooi wat andere klusjes gaan doen.Ik besluit om de mini coniferen maar eens een mooi plekje te gaan geven. En ik weet al waar ze moeten komen staan. Als je bij ons buiten op ons toekomstige terras zit en je kijkt naar linksboven, als je andersom zit naar rechtsboven, dan is daar een gat. Nu kun je je afvragen waarom je in hemelsnaam daar naartoe wilt kijken, maar dat weet ik ook niet, ik doe het nou eenmaal vaak… Misschien omdat daar het huis van de buren staat? Maar om de een of andere reden wil ik precies dáár de mini conifeertjes planten. Dus een skup (spade) aan Mario gevraagd, een gieter vol laten lopen met water, en hup naar boven met het spul. Er zijn 5 plantjes, dus moet ik 5 kuiltjes graven. De eerste keer dat ik de skup in de grond zet, stuit ik op iets hards. Een mooi oud bord in 10 stukken. Eerst maar even eruit halen anders is het gat nooit diep genoeg. Jammer van het bord. Bij het 2e gat wil mijn skup wederom niet meer dan 2 cm. de grond in. Hier is de boosdoener een stuk steen. Ook maar effe eruit halen. Op naar het 3e gat. Hier gaat mijn skup verrassend genoeg wel dieper in de grond, maar als ik de grond omhoog haal, hangt er een groot stuk plastic aan vast. Jeetje dachten die Hongaren nou echt dat dat alles wel zou vergaan in de grond??? Het 4e en 5e gat geven gelukkig geen nieuwe geheimen prijs behalve een mierennest. Ik giet in ieder kuiltje wat water en zet er de plantjes in. Ja en dan heb ik een ander probleem, ik moet de gaten weer opvullen met grond. Ik kan slecht het bord, de steen en de plastic zak weer terug de grond in doen. Maar gelukkig komt mijn reddende engel er aan in de vorm van Mario. Ik moet grond hebben, zeg ik. Waarvoor? Om die gaten op te vullen. En wat eruit is gekomen, vraagt Mario. Ik wijs naar de bodemvondsten. Hij snapt en gaat voor mij elders in de tuin wat grond halen. Ondertussen zijn wolken vanachter de heuvel tevoorschijn gekomen en het rommelt in de lucht. 


Terwijl ik op Mario zit te wachten voel ik de eerste regendruppels op mij terechtkomen. Nog even wachten, roep ik naar boven. Mario komt eraan met de grond en grote malse druppels regen vallen neer. Vlug de grond erbij en toch nog de gieter met water leeggieten bij de plantjes en dan rennen. Zo weer een klusje geklaard. Als het goed is, is er van het gat over een paar jaar niks meer te zien! Gelukkig is de regen maar van korte duur en 5 minuten later schijnt de zon weer. Meteen is het drukkend warm. Als je het mij vraagt komt er vandaag nog wel meer onweer….. ik ga nog maar eens even bij de mannen kijken. Jeetje het schiet lekker op! Dit hadden we nodig. Hulp met het graven en kruien. Het geeft ons weer een positieve boost. Ik ga nog even binnen iets opknappen. Ik stoor me al langer aan de grote ramen in het voorkamertje. Ze moeten tzt vervangen worden, maar ik wil het nu wat mooier maken. En ik heb geleerd van de Hongaren dat je met weinig middelen toch iets kunt veranderen. Dus naar goed Hongaars gebruik plak een stuk plastic tafelkleed op de vensterbank. Daarop komen de plastic plantjes die ik uit NL heb meegebracht en zie hier het resultaat. Ik ben er gewoon blij mee ..



Op donderdag moeten we zand, kiezels en cement gaan halen om beton te maken voor de fundering van de nieuwe muur. We gaan naar Tab, want dat is het dichtste bij. We parkeren onze auto op het terrein naast de bergen kiezels. We stappen uit en wachten tot er iemand komt om ons te helpen. Daar komt een jongeman aangelopen. Hij begint in het Hongaars tegen ons te praten. We verstaan er werkelijk geen snars van en Mario zegt tegen de jongeman: beton. De jongeman schudt zijn hoofd en zegt: nem, nem. Wat is dat nou  voor onzin zie ik Mario denken. Hij wijst naar de hoop kiezels en zegt nogmaals: beton, beton. Nu is het de beurt aan de jongeman om er niks van te snappen. Hij ratelt maar door en wijst naar een man die helemaal achteraan op het terrein hout staat te kappen. Arbeiten, zegt de jongeman tegen ons. Wat krijgen we nou, we komen hier niet om te arbeiten. Hij loopt naar die man en wij volgen gedwee. Het zal wel….. De jongeman begint tegen de man te praten en die man begint te wijzen en te zwaaien met zijn armen. Ik denk niet dat wij beton krijgen, zegt Mario. De vorige keer dat ik hier was deden ze helemaal niet zo moeilijk, zegt hij. Mario zegt tegen die man ook weer: beton. De man wijst naar voren en zegt: informacio. Nou dan gaan we daar maar weer naartoe. Ondertussen loopt de jongeman naar een auto, stapt in en rijdt weg. Ineens snappen wij het, hij kwam de weg vragen en werkt hier helemaal niet, haha. Lachend lopen wij naar de informacio, waar al iemand op ons staat te wachten om ons verder te helpen. Nadat  we de lieve man uitgelegd hebben wat willen, gaat hij met ons mee en gooit de kiezels en het zand met een grote grijper in de aanhanger.


Nog wat zakken cement erbij en heel wat kilo’s zwaarder rijden we langzaam naar Torvaj. Die middag gaat Mario met de kruiwagen de kiezels naar boven duwen. Maar het is gaan regenen en dan is alles glad. En aangezien hij ons heuveltje op moet, glijdt hij een paar keer op zijn gat. En het is zwaar, heel zwaar. Na een stuk of 10 kruiwagens houdt hij het voor gezien, dit is niet te doen zo. Jammer, want we hadden graag vandaag de fundering gestort. Maar we kunnen wel alvast beginnen, want er is al een gedeelte boven. Dus begint Mario beton te draaien. 


Hij stort het dan met de kruiwagen in de geul en ik doe er dan met een stok doorheen. Ik heb gelezen dat dat moet, zodat de lucht er dan uit gaat. Of het waar is weet ik niet, maar wat maakt het uit, zo heb ik ook een nuttig karweitje. Als alles op is moeten we stoppen .Om de rest boven te krijgen hebben we besloten om hulp in te roepen van Ferry, de kroegbaas. Hij heeft een grote tractor en heeft al eerder uit de brand geholpen. Tussen de buien door, met grote regenlaarzen aan, lopen we naar de kroeg. Als we daar zijn begint het heel hard te regenen, een echte wolkbreuk. We zien hoe de weg langzaam geel kleurt. Een buurman probeert met zijn skup het mengsel van leem en regen uit de put te houden. Onbegonnen werk. Het gutst werkelijk over de weg naar de overkant de sloot in. Ferry zegt dat hij vandaag geen tijd meer heeft, maar morgen komt hij met zijn tractor. Als we terug lopen naar huis, moeten we opletten dat we niet uitglijden, want het is spekglad op de weg.

Vrijdag gaan de mannen verder met het uitgraven van de vloer, zodat hier in de zomer beton gestort kan worden. Al het leem wat uit het huis kwam, hebben ze weer gestort op een stuk tuin wat nog veel lager ligt. Zo word de tuin daar ook meteen opgehoogd, 2 vliegen in 1 klap dus. En dat kan gerust want het is dezelfde leem. Als dit werk klaar is, gaan ze nog wat hout verzamelen om de dag af te sluiten met een vuurtje, ja waarom ook niet….

Zaterdagmorgen om kwart voor 9 horen we Manfred roepen: Mario, Gutemorgen. Verschrikt zoekt Mario een broek en strompelt naar buiten. Jeetje hij is op tijd, zijn we niet gewend hier. Hij komt vertellen dat hij om 9 uur terug komt met de man van de omheining. Oké, zegt Mario, dat is goed. Vlug maak ik wat te eten en om kwart voor 9 zijn we er klaar voor. Maar Manfred is er nog niet, dus hij is niet altijd op tijd… Ik zeg tegen Mario, heb je het wel goed verstaan, zei hij wel vandaag? Volgens mij wel, zegt hij. Ja hee, wie weet komt hij morgen of overmorgen pas. Ik ga het beddengoed maar vast in de wasmachine doen en Mario doet nog wat kleine klusjes. En dan om een paar minuten voor 10, komen ze aangelopen. Gelukkig, het was toch vandaag. De mannen komen in de keuken zitten en ik vraag of ze koffie willen. Nee, dat hoeven ze niet. De mannen komen ter zake. Manfred is meegekomen voor de vertaling. De meneer van de omheining heeft een soort van koffertje bij zich dat met plakband aan elkaar hangt. Zou hij daar voorbeelden in hebben zitten van het hek dat wij willen? Een stuk acacia of gaas misschien? Hij begint te vertellen en meteen zie ik weer dat ook zijn gebit niet compleet is, hij mist een paar voortanden en de rest staat schots en scheef en is niet wit… Hij haalt papieren uit zijn koffertje en vraagt of wij een plattegrond hebben van ons perceel. Ja dat hebben we. Thuis in Rooi. Maakt niet uit zegt de meneer, hij kan dat wel opvragen bij het buro. Weten we misschien het nummer van ons perceel? Nee, toevallig niet meneer. Maakt niet uit, ook dat kan hij opvragen. Dan overhandigt hij Mario een papier wat hij moet ondertekenen. Hány forint per meter, vraagt Mario. Nem tudom, zegt de meneer, hij weet het niet. Gek vind ik dat. Dan ziet Mario een bedrag van 60.000 forint op het formulier staan. De meneer zegt dat we nu moeten betalen, maar we mogen ook 10.000 forint nu betalen en de rest later. We hebben geen 60.000 forint in huis. Dus we kiezen voor de 2e optie. Opeens valt het kwartje en snappen we dat het bedrag is voor het opmeten van ons perceel. Hij vertelde inderdaad dat het kadaster langs komt om te meten en om paaltjes te plaatsen. Ahaaaa dit is niet de meneer van de omheining, maar de landmeter! Oké, daarom wist hij niet wat de omheining gaat kosten. Als de papieren getekend zijn gaan we naar buiten. Hij wil kijken of er misschien nog wat oude omheining te zien is. Ja ach, hier en daar staat nog wel een half verrot paaltje, maar dat is ook het enige. Hij bewonderd onze vlierbessenstruiken en begint uit te leggen wat je daar zoal van kunt maken. Maar dat verhaal heb ik hier al zo vaak gehoord. En hij vertelt dat de roma ze hier plukken voor het geld. Ja dat weet ik wel, want gisteren vertelde Margitka dat ze daar 30 forint per kilo voor krijgen, dat is ongeveer 10 cent. Als we de ronde gemaakt hebben, nemen we afscheid van de landmeter en vragen aan Manfred of hij een afspraak wil maken met de meneer van de omheining. Want we willen dit nog graag geregeld hebben voordat we naar NL moeten. 10 minuten later komt Manfred al weer terug en zegt dat ze maandagmoren om 10 uur komen. Fijn, dat is weer geregeld! Blij lopen we naar boven en gaan maar eens even kijken hoe de indeling van het gastenverblijf moet worden. Laat in de middag komt ook nog de aannemer langs met de uitslag over de kelder. En dat valt tegen, hij durft het niet aan. hij schudt maar met zijn hoofd, nee nee, hij doet het niet. Te gevaarlijk en daarom doet hij het niet.
Die avond gaan we ook nog bij János langs om te kijken hoe zijn kelder is gemaakt. Die ziet er uit zoals wij de onze ook willen hebben. Alleen is onze kelder groter, wij hebben 3 gangen, maar dat moet toch te doen zijn?


We vertellen hem dat de aannemer nee heeft gezegd en vragen aan hem of hij misschien iemand kent die het wel aan durft. Hij komt al meteen met 2 namen, en hij beloofd om dat hij eens rond zal gaan vragen. Hopelijk levert het iets op..  Wat is dat een lieve man zeg! We krijgen een rondleiding en trots laat hij zijn huis en zijn tuin zien. Die tuin ziet er werkelijk prachtig uit! Wij waren er al eens langs gelopen en hadden verbaasd gekeken naar de prachtige verzorgde tuin. 


We vroegen ons wel eens af, wie zou hier toch wonen? Nu weten we het. 


Een man die in Hongarije geboren is, die jaren in Duitsland heeft gewoond en ook nog even in Nederland. Vandaar dat hij zo goed kan tolken. Nog genietend van het avondrood lopen wij weer naar huis. 


En zo is er alweer een fijne dag voorbij….

Deze zondag hebben we weer een blind date. En nu in de vorm van Truus en Cor. Truus ken ik al langer, maar ook alleen via de computer. We weten al veel van elkaar en hebben al vaak met elkaar gekletst. Maar haar stem heb ik nog nooit gehoord. Gek is dat. Maar als ze bij ons de heuvel opgelopen komen, ziet het er toch heel vertrouwd uit. En nadat we elkaar een handje gegeven hebben, beginnen we meteen te buurten alsof we elkaar al heel lang kennen. Dit komt wel goed! Het weer is een beetje wisselvallig, dus we zitten even binnen en wat langer buiten als de zon weer schijnt. 


De middag vliegt voorbij en we sluiten deze leuke ontmoeting af bij de Puli.

Maandagmorgen 10 uur. Manfred en de meneer van de omheining zijn er. Mooi zo. Willen ze misschien een kopje koffie voordat we ter zake komen. Nee, dat hoeven ze niet. Bier, vraag ik voor de grap. Ja dat lusten ze wel. Mario houdt het bij koffie. Nadat we even gepraat hebben gaan we dan maar eens kijken waar de omheining moet komen. Pff das nog niet zo gemakkelijk, want het is overal krom en scheef. Maar als het goed is gaat hij dat allemaal in orde maken. Als straks het kadaster is geweest en de grenzen zijn aangegeven, is het gemakkelijker. De rolmaat wordt erbij gehaald en het meten kan beginnen. Uiteindelijk na een half uur komen we uit op 300 meter omheining. Ongeveer dan. Nu weet hij hoeveel acacia palen hij moet bestellen en hoeveel rollen gaas. Een heleboel in ieder geval. Hij kijkt ook nog wat er allemaal moet gebeuren voordat ze kunnen beginnen. De grond moet recht gemaakt worden. Bomen moeten gesnoeid worden. Sommige bomen moeten helemaal weg, en er gaan ook zeker struiken sneuvelen. Maar dat is niet erg, wat er staat nog genoeg. En de acacia schieten daar als paddenstoelen uit de grond. De Hongaren mopperen er op, ze vinden het maar lastig. Wij niet, wij vinden ze vooralsnog heel mooi. Misschien verandert dat ooit nog eens….de rest van deze maandag bestaat uit opruimen en ons klaarmaken voor de reis, want morgen moeten we weer naar Nederland.
Als we op dinsdag om 5 uur opstaan, zijn we een beetje stil. Niet omdat het zo vroeg is, maar omdat het er weer op zit. We gaan weer naar ons andere thuis. Het uitzicht over ons dorpje is werkelijk prachtig. 


De zon is bezig met wakker worden en de hanen kraaien. Ik maak nog wat foto’s om dit mooie beeld vast te houden. 


Een half uur later zijn we klaar en stappen we in de auto. We zijn lekker uitgerust en kunnen er weer tegenaan.

Groetjes,
Marti





vrijdag 11 mei 2012

János

In mijn vorige blog vertelde ik over János, onze buurman. Dat hij ziek was en dat het niet goed met hem ging. Helaas heeft hij het niet gered en is dinsdag overleden…. Hij is nog geen 70 geworden, veel te jong natuurlijk. Vandaag is János al begraven, dus jammer genoeg konden wij er niet bij zijn.
Ik ben lid van een facebook pagina van Torvaj, jaja Torvaj heeft een eigen facebook pagina, en daar stond het op te lezen:

                           In memorian Balázs János



Ik schrok er toch van hoor, om de een of andere reden had ik dit niet verwacht. Mario en ik hadden het er vorige week nog over, als we weer in Torvaj zijn, gaan we hem opzoeken in het ziekenhuis. We wisten natuurlijk wel dat hij in coma lag en dus hoogstwaarschijnlijk niks van ons bezoek zou merken, maar dan hadden we hem nog een keer gezien voordat het te laat was. En nu is het te laat…


Helaas is János maar 4 jaar onze buurman geweest, maar wel eentje die we nooit vergeten! Altijd vrolijk en altijd lachen. Wij zagen hem al van ver aankomen, als hij het hoekje omkwam beneden bij het winkeltje. Dan was hij een praatje wezen maken in het kroegje. Ook ging hij samen met zijn vrouw iedere dag op pad om groenvoer te plukken voor de konijnen. Hij ging steeds langzamer lopen, en de weg naar boven werd een berg die hij moest beklimmen. 


Om de honderd meter stopte hij even en na een minuutje rust klom hij weer hij verder de berg op. Als hij ons dan in zijn vizier kreeg, zwaaide hij en riep iets Hongaars naar ons. Meestal gingen wij dan een stukje onze heuvel af om János te begroeten. Mario kreeg dan steevast een ferme handdruk, en naar mij blies hij dan een handkus. Hij gaf mij nooit uit zichzelf een hand, maar dit is in Hongarije gebruikelijk. De vrouw beslist of ze een man een hand geeft. In het begin vond ik dat heel vreemd, dat ik nooit een hand kreeg van een man, maar nu weet ik dat ik het initiatief moet nemen. Als we dan even gekletst hadden, liepen wij weer terug naar boven en János hernam licht zuchtend de laatste honderd meter naar zijn huis. Als ik hem dan zo zag puffen en steunen, had ik toch wel met hem te doen. Hij had geen auto, geen fiets, dus moest wel lopen. Aan een fiets zou hij trouwens niks gehad hebben, want ja hij zou die berg toch niet op kunnen fietsen… Sinds anderhalf jaar hadden János en zijn vrouw hun huis te koop staan. Ze wilden in Tab gaan wonen, een groter dorp 5 km. bij ons vandaan. Dat is toch gemakkelijker voor mensen die al wat ouder worden. Daar zit de dokter, je kunt er alles kopen. Iedere week een grote markt, vol verse groenten en fruit. Maarja dan moesten ze toch eerst hun eigen huis verkopen. Maar in Hongarije is het ook crisis, en worden er ook bijna geen huizen meer verkocht. Dus zat er niks anders op dan iedere dag opnieuw die hoge berg te beklimmen. Meerdere malen per dag zelfs.


Ik weet nog dat wij aan het dak van de zomerkeuken aan het werken waren. Het was oktober en heel koud. Daar kwam János aan met in zijn ene hand een fles pálinka en in zijn andere hand een klein borrelglaasje. Hij schonk voor Mario een glaasje in. Hier lekker opdrinken, zei hij, daar krijg je het lekker warm van. Mario bedankte en zei nem köszönöm. János snapte het niet, waarom niet, is toch lekker, zei hij. Nou het was 9 uur in de morgen en Mario moest het dak nog op, daarom. Maar hij bedoelde het goed!
Nog een leuke anekdote heb ik beschreven in een eerdere blog, maar ik ga hem nu toch nog even herhalen:
Terwijl wij aan het bedenken waren hoe wij alles naar boven konden sjouwen, kwam daar  János al aan. Hij kwam wel even helpen. En nou moet je begrijpen dat het een stevig mannetje is, die normaal gesproken niet naar boven kan lopen zonder 4 keer uit te rusten. Mario en ik waren de lattenbodems naar boven aan het dragen, toen János daar in zijn eentje aan kwam met de slaapbank! Ik schrok me wild! Zo meteen kreeg ie nog iets! Vlug snelde Mario hem tegemoet om de bank mee naar binnen te dragen. Pff dat was goed afgelopen.

Het zal stil worden op de heuvel…. Vorig jaar is de schoonmoeder van János gestorven, die ook bij hun inwoonde. En dan nu… Het is heel hard voor zijn vrouw, voortaan is ook zij alleen. Net als Margit, onze andere buurvrouw. Die is al jaren weduwe en dus al jaren alleen. En het huis onder aan de heuvel staat nu ook al 2 jaar te koop…
Ons dorpje is maar klein en heeft maar weinig inwoners. Helaas nu weer eentje minder, en jammer genoeg is het:  man, vader, opa en overgrootopa János. We zullen hem missen!



Groetjes, Marti

zaterdag 28 april 2012

Met het vliegtuig


Nou het is gelukt hoor! De uitdaging waar ik in mijn vorige blog over schreef, bleek helemaal geen uitdaging te zijn…. Makkie, piece of cake. Want het miniatuur koffertje bleek toch groot genoeg, alles paste er in en toen het koffertje gewogen werd, had ik zelfs nog 70 gram over, zonde hè? Mario had zelfs nog 100 gram over! Maar toch had ik alles bij wat nodig was, dus no problem. Alleen toen het koffertje gescand moest worden begon het apparaat te piepen. Het koffertje werd opengemaakt en de mevrouw van de douane greep meteen naar het saté-emmertje met sleutels. Verbaasd begon ze in het emmertje te roeren op zoek naar een steekwapen. Ik zei tegen haar: er zitten alleen maar sleutels in. Maar ze hoorde niks van wat ik zei, en roerde met haar wijsvinger driftig door het emmertje. Ja wij hebben nou eenmaal veel sleutels van ons huisje… iedere deur heeft zijn eigen sleutel en dan heb je nog de hangsloten die overal zijn… Dus nadat ze klaar was met roeren mocht het koffertje weer dicht. Dus wij gaan op zoek naar een stoel op te wachten tot we het vliegtuig in mogen, zie ik daar ineens mijn nichtje zitten! Hee, roep ik, wij gaan ook naar Budapest. Dus we hebben in het vliegtuig gezellig langs elkaar gezeten en heerlijk bij gekletst. Want zij woont alweer een aantal jaren in Hongarije, dus zo vaak zien we elkaar niet. De vlucht duurde anderhalf uur, dus voordat je er erg in had, waren we al in Hongarije. En dat vond ik nou zooooo raar! Ik ben al zo vaak naar Hongarije geweest, en daar hoort altijd anderhalve dag reizen bij. Dat is nou eenmaal zo. Maar nu, ’s morgens hadden we thuis nog ontbeten en nu om 11 uur waren we al daar, nog voor de lunch! Gek joh. Echt vreemd, maar wel heel fijn….
Toen we in de aankomsthal aankwamen, stond daar een jongeman met een bordje met daarop onze naam. Cool. Wij voelden ons effe heel belangrijk, haha. Dit was de man van het verhuurbedrijf van de auto. We gingen met hem mee naar buiten en het eerste wat we voelden was de warme zon op ons gezicht. Heerlijk, hier deden we het voor. Nadat we uitleg hadden gekregen over hoe de auto werkt, ja misschien dacht hij dat wij in Nederland het stuur aan de rechterkant hebben, vertrokken we richting Tesco. 


Want ja in het miniatuur koffertje konden we natuurlijk geen eten meenemen.  Maar ach, in Hongarije kun je ook alles kopen, dus waarom zouden dat überhaupt nog doen? Het zal wel met gewoonte te maken hebben, denk ik. Alhoewel, hagelslag, fritessaus en lekkere magere kaas hebben wij nog niet gevonden, dus dat gaat de volgende keer gewoon weer mee. Nadat we de boodschappen hadden gedaan gingen we als de wiedeweerga naar ons huisje op de heuvel! Want we waren toch wel benieuwd wat we zouden aantreffen na de winter… Maar het viel mee, er was niks kapot gevroren, niks omgevallen of ingestort. Alles zag er perfect uit, het gras was zelfs keurig gemaaid! Margit kwam ons al tegemoet met open armen. Ze kuste ons en begon meteen volop te kletsen. Heerlijk we waren weer thuis! Het lijkt iedere keer wel dat ze blij is dat wij er weer zijn.. Nouja dat hopen we dan maar, haha. Meteen kregen we te horen dat János, onze bovenste buurman in het ziekenhuis ligt. En het was niet goed met hem. En ze wees naar haar tenen en maakte een hak beweging, ja ik weet niet hoe ik het anders moet omschrijven. Dus wij schrokken er van, zou zijn teen eraf gehakt zijn? Toen vertelde ze iets over een groot rond ding. Ze maakte cirkels met haar armen en zei steeds ; nagy, nagy. Wat groot betekent. Ooo zei Mario, ik weet het al, hij heeft een grote boom op zijn voet gekregen. Nee zeg ik, hij heeft in zijn tenen gehakt. Maar we wisten geen van beiden wat het was, maar het was niet goed, dat was één ding wat zeker was. En wat ook zeker was, was dat ons Hongaars nog veel te wensen over laat…  Nou, zei Margit, dan laat ik jullie nu verder met rust, want jullie zullen wel moe zijn van de reis. Kijk en das nou het grote voordeel van vliegen, we waren helemaal niet moe! Zo fit als een hoentje waren we. Mario ging het water aansluiten en ik gooide alle deuren en ramen open. De frisse lentelucht mocht de muffe wintergeur verjagen. 


We inspecteerden ons bezit en voelden ons wederom de koning te rijk. Dit is het beste wat we ooit gekocht hebben in ons leven, maar volgens mij heb ik dat al vaker gezegd….
De volgende dag zijn we ons gaan uitsloven in ons bosje. Boven bij het grasveld waar de fruitbomen staan, is nog een stuk grond wat bijna helemaal dichtgegroeid was met vlierbessenstruiken en acacia. Normaal gesproken is dat helemaal groen en kun je er niet doorheen lopen, maar nu begonnen de bomen net blaadjes te krijgen. Dus nu was de tijd om het eens flink te gaan uitdunnen. Eerst maar eens het sprokkelhout verzamelen en dat op een grote berg gooien. Ik zag Mario al glunderen, want een stapel hout, betekent fikkie stoken. Dus lucifers erbij en hoppa daar kwamen de eerste vlammen al opstijgen. 


Machtig mooi is dat zeg! Ik zag dat onze bovenbuurvrouw ook hout aan het opstapelen was, dus ik liep er even naartoe om te vragen hoe het met János was. Maar jeetje zij praat zo ontzettend snel, dat ik er geen snars van begrijp. En ze lacht en praat aan één stuk door. In het begin deed ik altijd nog moeite om het te vertalen, maar dat heb ik opgegeven, want ze wacht niet tot ik zover ben, ze praat maar door. Dus meestal lach ik maar wat en zeg op goei geluk igen en nem. Maar nu zei ze een zin, die wij pas in de les hadden gehad. Kijk daar kon ik iets mee. Ze zei dat het vandaag een goede dag was om te stoken, omdat het niet waaide. En dan in hetzelfde rappe Hongaars zoals ze altijd doet. Maar ik verstond het meteen, en dat gaf zo’n kik! Zo wil ik het eigenlijk altijd… er staan ons nog vele jaren les te wachten… maar afijn, ik vroeg haar toen zo goed en zo kwaad als mogelijk, hoe het met haar man was. Nem jó, niet goed. En haar gezicht betrok. Ze vertelde weer een heel verhaal en ik stond er wat schaapachtig naar te luisteren. Wat erg, stort ze haar hart uit bij een Nederlander die haar niet verstaat. Ik had zo met het mens te doen. Maar opeens maakte ze dezelfde hakbeweging naar haar voet, zoals Margit had gedaan. Mijn aandacht was weer gewekt. Misschien zou ik nu aan de weet komen wat hij precies had. Toen ging haar hand naar haar knie en maakte ze daar die hakbeweging. Waat? Moest zijn hele onderbeen er af, of was dat al gebeurd? Toen begon ze over diabetes en suiker. Ja dat had Margit ook al verteld. Het had dus duidelijk iets te maken met het feit dat János suikerpatiënt is. Maar hoe ik ook door vraagde ik kwam er maar niet achter wat er nou aan de hand was met de lieve man… ze liep weer naar haar huis en ik weer naar het vuur. Mario was druk aan het zagen en snoeien.


Langzaam maar zeker kwam er meer en meer licht in het bosje. Het snoeihout belandde op de vuurstapel en wij genoten. Ik dacht opeen gegeven moment: hier kan de meest luxe vakantie niet tegenop! Wat is nu fijner dan buiten bezig zijn op je eigen landgoed(je)? En het was zo’n heerlijk weer, 23 graden! En dat bleef het de hele week. We hebben dan ook verschillende andere klusjes kunnen doen. Op een gegeven moment was Mario aan het graven in de tuin, toen hij met zijn schop op iets hards stootte. Ikke meteen kijken, bleek het een oud emaillen pannetje te zijn! Prachtig gewoon! Ik heb het goed schoongeboend en nu hangt het alweer te pronken in het zomerkeukentje, tussen mijn andere schatten.
We hebben niet alleen gewerkt, maar ook gewoon vakantie gevierd. En dat is bij ons lekker naar het thermaalbad gaan, uit eten en doen waar je zin in hebt. Op zondag zijn we naar de markt in Kaposvár geweest en daar heb ik ook weer een paar schatten kunnen kopen. 





Toen we richting Igal wilden gaan om te gaan zwemmen, vroeg ik aan Mario of hij een andere weg wilde rijden dan normaal. Ik wilde nl. graag naar Dombovár om te gaan eten bij de Nederlanders die daar een friettent hebben. Ik had er al zoveel over gehoord. Dat wilde Mario wel, we hadden tenslotte tijd zat. Maar toen we daar aankwamen bleek de zaak op zondag gesloten te zijn! Jammer maar helaas. Ik zag nog wel een boekenwinkel waar allemaal Márti boeken in de etalage hingen. Gauw een foto maken. 


Maar jammergenoeg was ook die gesloten.  Nouja dan maar weer verder richting Igal. Ik bedacht me opeens dat de ouders van goede vrienden van ons, nu ook in Hongarije waren. Ik zei tegen Mario, lijkt het jou niet leuk om daar langs te gaan? Hij kijkt me aan en zegt: ja maar die mensen weten van niks, dan kun je daar toch zomaar niet aankomen? Natuurlijk wel, zeg ik, is juist gezellig. Hij kent mij al langer en weet dat het geen zin heeft om met excuses te komen, en eigenlijk vind hij dat ook gewoon leuk! Dus na een half uurtje stoppen we bij het huis van H. en N. en ik roep bij de poort: Bezoek, hallooooo. Mario draait zijn gezicht weg, want dit vindt hij toch een beetje gênant . Al snel komt de moeder van H. eraan gelopen en ze zegt: ik weet al wie jullie zijn, jullie zijn die Brabanders uit Rooi. Ik vraag haar hoe ze dat weet, ze heeft ons nog nooit gezien. Ja, dat hoor ik toch, zegt ze. Ja ik praat best wel plat, maar om dat aan 2 woordjes al te kunnen horen…. We worden gastvrij onthaald en nemen plaats op het terras, het is warm. We krijgen koffie en thee en al snel zijn we in een leuk gesprek verwikkeld. Na een uurtje vinden wij het lang genoeg om onverwachts bij iemand op bezoek te gaan en voldaan rijden we weer verder. Bij het thermaalbad in Igal blijkt dat ze aan het werken zijn en het grote thermaalbad staat leeg.


Dat is nou jammer. Maar er zijn nog 2 buitenbaden over, die wel open zijn. Gaan we daar toch in. En het lijkt wel zomer zo lekker warm is het in het zonnetje.


Nog even binnen poelieën en nadat we aangekleed zijn, gaan we in het restaurant meteen een hapje eten. Terwijl we op het eten zitten te wachten krijg ik weer een goed idee! Het is nu toch al langer licht, zeg ik tegen Mario, kunnen we mooi even bij L. en J. op bezoek gaan. Ik zie Mario denken: is het nou nog niet genoeg geweest. Maar ik zeg, vandaag hebben we onze rakdag. Ja kunnen we wel doen, zegt ie. Leuk, denk ik. Dus als we een uur later bij hun voor de poort staan, roep ik weer: volk! Verbaasd komt L. naar buiten en ik zie haar denken, wie zijn dat nu weer? Als ze wat dichterbij is, ziet ze het. Hoi zegt ze gastvrij, kom binnen! Dat laten we ons geen 2 keer zeggen. J. is nog niet thuis, die is vissen met iemand uit het dorp. Maakt niet uit, zeggen wij, wij komen ook onverwachts langs. L. gaat koffie zetten en we kletsen honderduit, net of we elkaar al jaren kennen. Gezellig rommelt ze wat in haar keukentje en Mario zit rustig in de kamer te wachten. Als de koffie is doorgelopen, nemen we plaats in de gezellige kamer. Als we druk in gesprek zijn komt J. thuis. Hij is net zo verbaasd als L. was, haha. We buurten nog een tijdje en dan is het toch echt tijd om op te staan. J. en L. moeten tenslotte ook nog eten! Ze vragen een paar keer of een hapje mee eten, maar onze buiken kunnen niet zoveel eten meer hebben, want we hebben al gegeten bij het thermaalbad. Het is pikkedonker als we in de auto stappen. Wat was het toch een heerlijke dag, zeg ik tegen Mario, en val in slaap…..

Op maandag doen we wat kleine klusjes rondom het huis en op een gegeven moment komt Mario naar me toe en zegt dat Margit weer begon over János en zijn teen/been. Het gaat echt niet goed met hem. En hij weet nu ook dat ze nog niet weten hoever zijn teen of been of voet eraf moeten. Ik vraag aan hem, is het er dan nog niet af? Jaaaaa, zegt ie twijfelend, dat weet ik ook niet hoor….nog niks wijzer dus, maar we weten zeker dat het ernstig is.
En dan is het alweer dinsdag, nog 1 dag en dan moeten we alweer terug naar Nederland.. Wat zullen we vandaag eens gaan doen…. Het is zo’n lekker weer dat we besluiten om daar van te profiteren, we gaan zwemmen. Ditmaal naar Tamási. Het is alweer een tijd geleden dat we daar zijn geweest. En ondertussen is het zwembad helemaal verbouwd. Echt prachtig is het geworden! Een groot binnenbad, op de verdieping is het thermaalbad. 


En ook een mooi buitenterras. Dan zijn er beneden nog verschillende sauna’s, een Finse sauna, een aroma en lichttherapie sauna, een paar infrarood sauna’s en stoombad. 




We hebben ook nog even buiten gezwommen en met verbazing gekeken naar de bar plus barkrukken in het zwembad…. 


Helemaal rozig en lekker schoon geweekt vertrokken we naar ons favoriete restaurant, om ons laatste avondmaal in Hongarije te nuttigen. En na een hele korte nacht was het toen weer tijd om te vertrekken naar het vliegveld van Budapest. We vertrokken om 6 uur ’s morgens weer richting Eindhoven. We waren amper opgestegen en Mario viel al in slaap. Ik niet, ik zat te genieten van het uitzicht, Budapest dat ontwaakt, de Donau die door het landschap slingert. 


En even later de zon die langzaam opkomt. 


Wat is de wereld mooi van boven…. Na een ontspannen vlucht waren we om kwart voor 8 weer in Eindhoven. Dit was voor ons de eerste keer met het vliegtuig, maar zeker niet de laatste keer!

Groetjes, Marti

Ps. Ik kreeg gisteren te horen dat János in coma ligt, dus het gaat echt niet goed met hem. Helaas weet ik nog steeds niet wat hij nu precies heeft…

maandag 19 maart 2012

De uitdaging

Ik sta voor een nieuwe uitdaging. Een best wel heftige uitdaging. Tot voor kort dacht ik dat ik de grootste uitdaging in mijn leven wel gehad had. Dat was namelijk: afvallen. Beetje bij beetje was ik zwaarder, ronder en voller geworden. En nooit kon ik de moed opbrengen om er iets aan te gaan doen. Ik ben namelijk een grote smulpaap, ik vind bijna alles lekker! Chips, friet, chocolade, koekjes, heel veel koekjes, pizza, noem het maar op en ik lust het! En als je dan ook nog bedenkt dat ik echt niet van sporten houd, ja dan kun je op je vingers natellen dat het fout gaat. En dat was ook gebeurd. 20 kilo overgewicht…. Best veel om iedere dag mee te sjouwen. En de weegschaal bij de diëtiste loog er niet om. Ik had veel te veel vet. Oké, dat was slikken. Maar wat ik nog het ergste vond, was mijn leeftijd, mijn échte leeftijd. Ik ben 49 jaar, maar die weegschaal zei dat ik 64 jaar was!!!! Kijk en dat was voor mij de bekende druppel die de emmer deed overlopen. Ik zei tegen haar dat ik het even moest verwerken. Wij gingen een week daarna naar ons huisje op de heuvel. En ik noem het altijd zo omdat het ook echt op een heuvel staat, een hoge bult. Dat betekent dat wij de auto onderaan de heuvel moeten parkeren en het laatste stukje te voet omhoog moeten. Nu gaat dat nog goed, maar stel je voor als ik 64 ben… en ècht het is niet hoog of veel of lang, maar als ik zo doorging, dan zou mijn lichaam denken dat ik 80 ben als ik in werkelijkheid op papier pas 64 ben! Dan zou Mario mij op de rollator moeten zetten en omhoog duwen, want dan kom ik echt die heuvel niet meer op! Die week in oktober in Hongarije, bleef die leeftijd maar door mijn hoofd spoken. 64 64 64 64 64    Kijk dat is de leeftijd waarop wij hopelijk heel veel en heel vaak in Hongarije willen zijn. En dat gaat op deze manier niet lukken. Dus er hing nogal veel vanaf. Ik heb toen de beslissing genomen dat het roer echt om moet. En het is gelukt! Ik ben nu 12 kilo kwijt en Mario ook 10 kilo! Dus we zijn er nog niet, maar ik ben ervan overtuigd dat het nu gaat lukken. En dat wil niet zeggen dat ik nu ineens niks meer lust, onee ik vind alles nog steeds even lekker. Het water loopt me in de mond als ik aan een Mars denk, hetzelfde bij een ijsje van Ben en Jerry’s. Een bord friet met een dikke klodder fritessaus, heeeeerlijk! Maar ik haal het gewoon niet in huis. Ik zal wel moeten. Straks is ons huisje op de heuvel klaar, en dan zijn we te dik om die bult op te komen. Nee, dat gaat niet gebeuren. En natuurlijk heb ook ik geen garantie dat ik de 64 ga halen…. Maar dat is een heel ander verhaal, je weet immers nooit wat je onder de leden hebt, zonder dat je het zelf weet. Maar ik ga er wel alles aan doen om te zorgen, dat ik mijn droom kan verwezenlijken. Tot zover het schrikeffect van mijn echte leeftijd.

Nee, de uitdaging waar ik nu voor sta is van een heel ander kaliber. Want zeer binnenkort gaan wij weer naar ons huisje op de heuvel. Met het vliegtuig. Dat hebben we nog nooit gedaan. Zoals te lezen valt in mijn andere blogs, gaan we altijd met een volle auto en een nog vollere aanhanger. Dat zijn we zo gewend, zo doen we het al jaren. Ik begin al maanden van tevoren met het verzamelen van spullen, dat wordt dan overal in het huis opgestapeld. Een dag voor vertrek beginnen we het volladen van de auto en aanhanger en we hebben ons huis weer terug. Totdat we weer van voor af aan beginnen. Maar we hoorden altijd verhalen van mensen die voor een appel en een ei met het vliegtuig naar Hongarije gaan. Onze kinderen hebben het ook een paar keer gedaan. Kost bijna niks en je wint enorm veel tijd. Nu vonden wij de tijd rijp, om dat ook eens gaan te proberen. Dus in januari zijn we gaan zoeken, en jawel hoor we hadden iets gevonden. 85 euro met zijn 2en Eindhoven-Budapest en weer terug. Dat was wat we zochten, lekker goedkoop. Van vrienden van ons het adres gekregen van een betrouwbare autoverhuurder. Een mailtje gestuurd of ze nog een auto vrij hadden in die week, en jawel ook dat was oké. Dus alles is geregeld en we kunnen bijna vertrekken. En natuurlijk vind ik het best spannend. Ik ben nou eenmaal een schijtboks, zoals ze dat hier zeggen. En ik heb wel vaker gevlogen, maar het opstijgen vind ik dus echt niet leuk. Afijn, er staat een uur en 50 minuten voor de vlucht, dus ik kan net 1 film kijken en dan zijn we er al. Ik ga dat wel overleven hoor….. 

Maar in ons enthousiasme hebben we besloten om alleen met handbagage te reizen! Over een schrikeffect gesproken. We hebben ieder een ieniemienie koffertje tot onze beschikking. Kijk en dat is nou de uitdaging! Want wat neem je in hemelsnaam mee als je maar 10 kilo mag meenemen? Het miniatuur koffertje alleen weegt al  3,2 kilogram. Blijft er nog 6,8 over. Nou eerst maar een kijken wat echt mee moet. Fotocamera en medicijnen zijn natuurlijk een eerste levensbehoefte. Paspoort en Ipad ook. Telefoon plus alle opladers. Sleutels van het huis, ook wel handig. Zonnebril en zwemkleding hebben we hopelijk ook nodig. Laptop moet mee, weegt 3 kilo…Navigatie, want die zal in de huurauto ook niet in zitten. Een woordenboekje, want ja we kunnen nog steeds niet zonder. Natuurlijk mijn tas, die trouwens al ruim 1 kilo weegt….. Jeetje er blijft niet veel over voor kleding en schoenen.  Ik zal straks eens beginnen met pakken, dan weet ik of ik nog een broek of vest kan meenemen…. Want alles, echt alles moet in de koffer. Op de site staat dat je extra mag meenemen: een jas of deken, een mobiele telefoon, lectuur voor onderweg, ja en krukken als je gehandicapt bent. Nou de jas hoeft er dus niet ingepropt te worden, dus dat scheelt. Maarja welke jas neem ik mee? Winterjas lijkt me niet meer nodig, maar mijn zomerjas van vorig jaar is echt veel te groot geworden. Een warme vest dan maar? Ga ik lekker in Hongarije een nieuwe jas kopen. Och dat kan natuurlijk niet, want die moet ook weer mee terug. Of ik moet iets anders daarlaten….Maar wat dan, want ik neem al bijna niks mee! Jeetje, wat een dillema’s zeg. En wat te denken van schoenen! Normaal gesproken neem ik toch wel een paar of 6, 7 mee. Maarja dat kan natuurlijk niet, past niet eens in het miniatuur koffertje.  Dan doe ik een paar dichte schoenen aan en neem mijn fijne fitflops mee in het koffertje. Mario zei al dat hij gewoon wat dingen over elkaar aan doet, haha. Kan gemakkelijk want al zijn kleren zitten nu toch te ruim. Het is maart en dat betekent dat het ’s nachts koud is, maar overdag kan het al gemakkelijk 20 graden zijn in Hongarije. Lekker, maar wel lastig met kleren. Want je hebt dus dikke en dunne kleren nodig, om zo maar te zeggen. Ik doe de dikke wel aan en neem de dunne mee. Van elk 1 setje, dan is het koffertje propvol. Gelukkig hebben we in ons huisje op de heuvel nog wel wat boxen met kleren staan, werkkleren wel te verstaan. Maakt gelukkig maakt dat daar niks uit. Dat is een groot voordeel, je loopt nooit voor joker. Dus waar maak ik me eigenlijk druk om?

Ik ben benieuwd of er niks kapot gevroren is in en om het huis. Ik heb al van verschillende mensen gehoord dat er toch wel het een en ander kapot gegaan is. Bij vrienden van ons is de verwarmingsketel, de radiatoren en de vloerverwarming bevroren . Alles kapot en moet vervangen worden. Nou kan dat bij ons niet, want we hebben geen verwarming. Waterleiding kan ook niet, want we hebben geen waterleiding. Nou we gaan het zien. We hebben erin ieder geval keiveel zin in! En dan kom ik automatisch weer bij de volgende uitdaging: ervoor zorgen dat de kilo’s eraf blijven in Hongarije…

Groetjes, Marti

dinsdag 31 januari 2012

Ramen en andere rommel


De meeste mensen die mij kennen, weten dat ik van oude spulletjes houd. Van veel oude spulletjes, schatten oftewel zooi. En er komt een dag, dat me dat nekt. Dat kan niet anders, want als je een videocamera op mijn voordeur zou richten en die een paar dagen laat opnemen, zie je wat hier allemaal naar binnen gaat. En zou er dan ook nog eentje op de achterdeur gericht staan, dan zou je al snel gaan denken: hier klopt iets niet. Want er gaat bijna nooit iets weg uit het huis. Ja afval dat natuurlijk wel, maar spulletjes? Nee dat vind ik jammer hoor. Ik koester de schatten die ik overal op doe. En dat kan overal zijn, bij de kringloop, die breng ik elke week een bezoekje. Op de rommelmarkt, heeeeeerlijk vind ik dat, alleen kom ik daar niet zo vaak meer. Een soort van zelfbescherming, want dan kom ik echt met tassen vol naar huis. Op Marktplaats kun je ook de mooiste oude waardevolle spullen kopen voor een prikkie. Op de camping, ja zelfs op de camping zijn heel mooie spullen voor het oprapen. Zo heb ik in Hongarije op de camping wel eens een mooie blauwe stoel uit de vuilnisbak gevist. Ik kwam trots aangedragen met mijn nieuwe aanwinst en mijn gezin zei: wauw das een mooie stoel, mag ik erop zitten? Ik klapte de stoel uit en Menno, toen nog een jongentje van een jaar of 6, nam parmantig plaats in de stoel. Toen bedacht Mario ineens, waar heeft ze die toch vandaan? Ik zei eerlijk dat ik hem uit de vuilnisbak had gevist. Getver, riepen ze in koor, bah hoe kun je dat nou doen? En vervolgens werd de stoel aan de kant gegooid!  Nadat ik de stoel een grondige sopbeurt had gegeven is er nog jaren dankbaar gebruik van gemaakt. Kijk, ik bedoel maar.

Maar zo waren we ook een op een camping in Porec, in Istrië. Prachtige camping, mooi land en heerlijk weer. Maar het mooiste van alles vond ik toch wel de afvalberg die net buiten de camping te vinden was. We hadden in dat jaar 2 kleine tentjes bij voor de kinderen en daar was een tentpaal van kapot. 
Wij op zoek naar een nieuwe, maar in Porec en omgeving was geen de Wit. En ook geen andere winkel waar we zoiets konden kopen. Ik zie tegen Mario: Misschien ligt er op die afvalberg wel een tentpaal. Want dat was de stortplaats van de camping en daar werden dus ook kapotte tenten neergegooid. Ik ga niet kijken, zei Mario, doe jij dat maar. Hij heeft namelijk een hekel aan ouwe meuk…. Ik daar naartoe met Menno, die was wel te porren voor zoiets. Moest je nog goed opletten met je teenslippers dat je niet in een stuk glas ofzo trapte. Het was een walhalla! Want behalve een tentstok, hadden we ook nog allerlei andere schatten gevonden! Onderdelen voor de partytent van thuis, haringen en nog meer andere dingen we echt niet konden laten liggen.  Wij blij naar de camping en nadat alles goed schoon gemaakt was, werd de tentstok onder de tent geplaatst en de rest werd uiteindelijk nooit gebruikt….

Eén van mijn hobby’s is mozaïeken. En daar heb je veel gekleurde tegeltjes voor nodig. Ik ging naar een tegelhandel om te kijken wat die dingen kosten. Kei- en kei duur zijn die! Je betaalt gewoon de hoofdprijs per tegeltje. Dat moet anders, dacht ik. En zo geschiedde. Op een gegeven moment heb ik de stoute schoenen aangedaan en ben naar een andere tegelhandel gereden. En ik heb binnen netjes gevraagd of ze misschien goedkope gekleurde tegeltjes hadden om te mozaïeken. Nee, zie de lieve man, die hebben we net allemaal in de container gegooid. Mag ik ze er misschien uithalen vroeg ik. Ja natuurlijk, zei de man. Ik mijn autootje naar achteren gereden en langs de container geparkeerd. Ik probeerde erin te kijken, en dat viel nog niet mee, want ik ben niet zo groot. Maar wat ik wel zag was een scala aan gekleurde tegeltjes! En het mooie was, ze waren gratis! Maar hoe kreeg ik die er nu uit? Het was al laat in de middag en ik besloot het erop te wagen. Ik ben naar huis gegaan en heb tegen Mario verteld dat hij echt mee moest naar Schijndel. Hij kijkt me aan zo van: mens ben je nou helemaal gek geworden? Maar die lieve schat, hij gaf zich gewonnen. Want hij weet ook wel, dat ik anders over blijf zeuren. Dus de volgende dag was het zaterdag en wij gingen terug naar de tegelhandel. En nu maar duimen dat niemand anders me voor was geweest. Ik eerst weer binnen netjes vragen, geen enkel probleem zeiden ze. Vol verwachting reden we naar de container. Ik sprong op het randje zodat ik er net overheen kon kijken en mijn hart maakte een sprongetje! Ze lagen er nog! Ik wist niet hoe snel we alles in de auto moesten krijgen, want stel je eens voor, dat er nu net nog iemand aankwam die gratis gekleurde tegeltjes zocht! Rustig maar, zei Mario, die wil echt geen hond, die rommel. Het enige waar Mario zich min of meer druk om maakte, was dat bij deze tegelhandel een fietsmaatje van hem werkte. En hopelijk was die vandaag niet aanwezig. Want het is nogal wat, dat je door je vrouw de container in gejaagd wordt. Maar alles ging vlekkeloos en met een heel laaghangende auto togen wij weer naar huis. Ik heb die winter een heel mooie tafel gemaakt van die tegeltjes.


De tafel staat er nog steeds en ik krijg nog regelmatig complimentjes, en als mensen dan vragen hoe ik aan die mooie tegeltjes ben gekomen, slaakt Mario een diepe zucht. Daar wil ie niet meer aan herinnerd worden. Ik had trouwens nog heel veel tegeltjes over en die gaan allemaal mee naar Hongarije, want ook daar ga ik ooit een tafel maken.

Als wij in Hongarije zijn, gaan we op zondag vaak naar Kaposvár, naar de markt. Aan de rechtse kant van de markt verkopen ze nieuw spul, niet interessant. Maar aan de linkse kant is de 2ehands markt. Heel interessant. Voor de vorm lopen we ook altijd even langs de nieuwe spullen, en kopen soms ook wel iets, maar ik kom eigenlijk alleen maar voor de oude schatten.


Een leuke markt is dat zeg, hij is niet groot, dat is dan weer fijn voor Mario. Maar groot genoeg om er lekker een tijdje rond te snuffelen. Ik heb er al regelmatig leuke dingen gekocht, en echt heel goedkoop. Een ouderwetse spuitfles, een mooi oud bord, verschillende emaillen spulletjes.


Die staan nu allemaal te pronken in mijn huisje op de heuvel.

Maar dit alles valt is het niet bij de grote slag die we deze herfst hebben geslagen! We hadden van vrienden gehoord dat er in Tab bij de schilder zo’n mooie oude ramen stonden. En die stonden bij de glascontainer, klaar om weg te gooien. Zij hadden nog getwijfeld, maar konden er niks mee, en hadden ze niet meegenomen. Mijn aandacht was gewekt. Mooie oude ramen, gratis, klaar om mee te nemen. Ja, zei Mario, wij kunnen er ook niks mee. Oja dacht ik, dat zullen we dan nog wel eens zien. Want ik weet nog wel dat wij een jaar geleden, onderweg naar vrienden, langs een huis kwamen wat ze helemaal aan het verbouwen waren. En bij dat huis lagen langs de weg, de mooiste oude paneeldeuren die ik ooit gezien had. Echt Hongaarse. Ik riep tegen Mario: stop, ik moet even kijken. Ik stapte uit de auto en Mario, och ik wist al wat hij dacht… daar gáán we weer! Er kwam een man naar buiten en hij begon tegen mij te praten. Hij zei dat alles wegging en dat ik alles mee mocht nemen. Ik heel blij naar de auto en zeg tegen Mario: we mogen die oude deuren meenemen. Wat moeten wij daarmee? Wij hebben geen deuren nodig. Ja maar, zei ik, dat weet je niet, we moeten nog een heel huis en een gastenverblijf verbouwen. En we mogen ze gratis meenemen. Hij stapte uit, en keek naar de deuren. En zei: hoe moeten we die meenemen. Wat dat je van gewoon in de auto, dat kan gemakkelijk. Ja, maar we hebben ze niet echt nodig en ze zijn zo groot en het zijn er zoveel. Nee, doe maar niet, is zo’n gesjouw, zei hij. Mokkend stapte ik weer in de auto en we reden verder naar onze vrienden. Daar aangekomen vertelde ik het verhaal en zij verklaarden mij voor gek dat we de deuren niet mee hadden genomen. En sindsdien heb ik me heilig voorgenomen, dat me dat nooit meer overkomt! Het is altijd blijven knagen, die mooie deuren. Misschien zijn ze wel in de kachel belandt, erg hè? Moet je niet aan denken… Maar op de een of andere manier, waren de ramen toch naar de achtergrond geraakt, en had ik er helemaal niet meer aan gedacht! Tot we er eigenlijk toevallig bijna langskwamen. Ik zeg tegen Mario: zullen we eens gaan kijken of die ramen er nog staan. Een diepe zucht volgt. Maar denkt Mario, ik wil dat gezeur van die deuren, die ze van mij niet mocht meenemen, niet meer horen. Nou wij komen daar op dat terrein aangereden en in een vlucht zie ik het al, die gaan mee. Rijen dik staan ze opgesteld! Mooie oude Hongaarse ramen. Van die dubbele en het originele beslag er nog aan. We kijken even en jawel de achterklep gaat open en Mario begint ze zowaar in te laden!


Hij is ondertussen de schaamte allang voorbij…. Nouja niet helemaal dan, hij kijkt af en toe rond en vraagt aan mij: zouden die echt weg mogen. Ja, natuurlijk zeg ik, schiet nou maar op. Want weer bekruipt mij hetzelfde gevoel: want stel je eens voor, dat er nu net nog iemand aankomt die die mooie ramen ziet staan en denkt: het zijn er zoveel die zullen ze echt niet allemaal nodig hebben, ik pak er ook een paar. Nodig, nodig, natuurlijk heb ik ze niet echt nodig. Maar ik moet ze wel hebben!


Gestaag sjouwen en proppen wij verder. De auto begint ondertussen aardig vol te raken. Maar het past, alles zit erin! Voorzichtig gaan wij op weg naar ons huisje op de heuvel. Daar weer aangekomen moeten ze één voor één weer omhoog gedragen worden. Maar ik doe het met liefde, en ben Mario dankbaar dat hij zonder mokken gewoon meewerkt en net doet of hij ook heel blij is met de deuren….. Blij begin ik al te plannen waar we de ramen allemaal gaan gebruiken. In het gastenverblijf, in de ‘serre’ die aan het de voorkant van het huis is. Daar zitten nu van die grote ramen en die vind ik al vanaf het begin spuuglelijk. Ik vind de verhouding niet kloppen… dus daar zijn ze ook goed voor. En wie weet waar nog meer. En zo zijn er weer wat spullen bijgekomen, maar nu in ons andere huis. En daarom maak ik me voorlopig ook nog geen zorgen, want als het hier vol raakt, neem ik het gewoon weer mee naar Hongarije. Daar heb ik (voorlopig) nog ruimte zat!
Groetjes, Marti