vrijdag 30 september 2016

Het gras is niet altijd groener aan de overkant.

Nee nee, deze zomer was het gras bij ons in Torvaj knalgroen. Mals gezond groen gras, dat iedere ochtend nat was. Vroeger toen wij nog kampeerden, en we kwamen dan ergens waar het gras groen was, dan vonden we dat geen goed teken. Dan zeiden we, hier blijven we niet, we rijden nog een stukje verder. Maar dat is nu een beetje raar, om 1350 km te rijden, even op de heuvel te kijken en dan te zeggen, hier blijven we niet, we rijden een stukje verder. Maar het is echt niet normaal hoor, in de zomer in Hongarije. Normaal groeit er gewoon hooi op de gele klei. Van die harde stoppels, waar je de hele zomer niks aan hoeft te doen… Dit jaar niet, dit jaar bleef het gras maar groeien. En de bosmaaiers bleven maar brommen. En de Hongaren bleven ook maar brommen. Steeds maar maaien… We hebben wel iets beters te doen met onze tijd. Want we hebben wel iemand die het gras maait voor ons, maar die komt niet als wij er zijn. Dus moest Mario het zelf doen…


In de tijd dat wij in er niet waren in het voorjaar, heeft het veel en hard geregend in Torvaj. En dat zagen we natuurlijk aan het groene gras, maar ook toen we de deur van het eerste huis open deden. In de ruimte waar de badkamer moet komen, liep een modderspoor. De lemen muur moet aan de onderkant helemaal verzadigd zijn geweest, zodat er uiteindelijk een stroompje gevormd is. De houten stoelen in de keuken zaten ook vol met schimmel. Dus alle ramen en deuren open gooien, schimmel wegpoetsen en spinnen vangen. We moeten even wennen aan de temperatuur, want het is er nu erg warm. Dus gaan we op ons nieuwe terrasje zitten bij het tuinhuisje bij het zwembad. Als we daar zo zitten te genieten van het feit dat we er weer zijn, valt het me op dat het water van het zwembad zo stinkt. En toch is het water niet zo groen, zegt Mario. Maar morgen gooien we het afdekzeil er wel even af en dan kijken we wel.


Wat ons nog meer opvalt is dat het stikt van de slakken.


Van die kleine slakjes met een huisje op hun rug. Echt niet normaal zoveel. Als je door het gras loopt hoor je ze kraken onder je schoenen. Dat komt natuurlijk ook door de vele regen die er gevallen is. Ze zitten met grote getale op de witte muren, lekker te genieten van het zonnetje.


De volgende dag gaan we dan toch maar het afdekzeil eraf halen, zodat we kunnen kijken hoe zwembad erbij staat. Het zomerzeil laten we er nog even op liggen. En dan schrikken we ons rot. Want de wanden van het zwembad zijn voor een groot gedeelte naar binnen gedrukt. Wel snotverdorie, nu dit weer, denk ik! Hoe kan dit nu, roep ik tegen Mario. En gooi het maar dicht, mopper ik er achteraan. Ik heb mijn buik er meer dan vol van. Nu blijkt dus dat door de vele regen, de grond, die harde kleigrond, weggespoeld en verzakt is. En heeft de stalen wanden gewoon naar binnen gedrukt.


En dat komt omdat het zwembad maar voor de helft gevuld was. Was het gewoon vol, dan was dit hoogstwaarschijnlijk niet gebeurd. Daarom moet je dus altijd genoeg water in het zwembad laten staan… Maar het zwembad moest in het voorjaar half leeg zijn, omdat ze die grote gaten kwamen repareren. En toen dat eindelijk gebeurd was, moesten wij alweer bijna terug naar Nederland en hebben zodoende het water niet meer aangevuld.
Na een half uurtje vloeken, herpakt Mario zich en begint te graven. Dat is het enige wat hij kan doen. De grond bij de wanden weghalen en kijken hoe groot de schade is.


Het is erg warm en als we even later zitten uit te puffen, valt het ons weer op dat het water zo verrekes stinkt. Mario zegt, we laten het zomerzeil er nog maar even op liggen, want anders waait er allemaal zand in met dat graven. Het is nog een hele klus en hij krijgt het niet in één dag uitgegraven. De dag erna hebben we een barbecue bij Hans, dus komt er van graven niet zoveel terecht. Maar als hij de dag dáárna weer verder gaat met graven, ruiken wij weer het stinkende water. Het lijkt ons toch verstandig om het zomerzeil er nu maar af te gooien, want dan kunnen we het water gaan reinigen. Als wij dan langzaam het zomerzeil optillen, wordt de stank echt ondraaglijk. Mario begint te kokhalzen en laat snel het zeil los. Er drijft iets in het water, zegt hij. Ik  kijk hem aan van, wat krijg jij nou? Mario is niet snel vies van iets, dus het moet wel erg zijn. Het zeil zal er toch af moeten, dus we wagen een tweede poging. En dan zien we dat er een dode vos op het water drijft. Nouja drijft. Hij zit voor een gedeelte aan het zeil vastgeplakt en wat er drijft, dat is wat er nog over is van zijn vacht. Och wat zielig, wat een nare dood is dat geweest voor het beestje. We gooien het zeil op het gras en moeten het even tot ons door laten dringen. Nu moet het zwembad dus echt helemaal leeg. No way, dat ik hier nog ooit in ga. Mario pak de grashark en schept het slijmerige geheel van het water en kiept het in de kliko. Die komen ze morgen toch ophalen, dus dat lijkt ons de beste oplossing. Maar de vuilnismannen kijken hier wel altijd in onze kliko, om te kijken of er nog iets bruikbaars voor hun in zit. Tja dat vind ik dan ook wel weer zielig voor hun…


We zetten de dompelpomp in het bad en Mario schept de botjes uit het water. De laatste 10 centimeter moet met de waterstofzuiger gebeuren en dan zie ik dat er op de bodem allemaal tandjes liggen.


Als het zwembad leeg is gaan we er nog met schoonmaakmiddel en een dweil doorheen en het is weer als nieuw. Op de deuken na dan. Omdat de wanden naar binnen gedrukt zijn, worden ze als het ware wat lager. Dus de rand sluit niet meer aan en moet er ook af. En dan blijkt dat er nog een gaatje zit in het gerepareerde stuk van de liner, dus plakken we er nog maar een lapje overheen.


We drukken de wand zo goed en zo kwaad als het kan weer op zijn plaats en op een paar bobbels na is dat ook gelukt. Om te voorkomen dat dit nog een keer kan gebeuren, heeft Mario aan de voorkant, waar dus het meeste water komt als het regent, een muurtje in de grond gemetseld. Hopelijk is dit afdoende…. Als dan een week later ook nog een betonnen rand gestort is om het zwembad heen, zijn we er weer even klaar mee.


Op deze foto kun je al zien dat ik bezig ben met het verven van het tuinhuisje. Dat was van origine bruin. En ik hou niet zo van bruin. Ik vind het er zo somber uitzien. Dus gaat het hetzelfde worden als de andere gebouwen, wit met blauw. Hahaha geen verrassing, toch?


En als het na een paar dagen klaar is ziet het er zo uit, dat is toch veel gezelliger als dat stomme bruin?

Aan de voorkant moeten we nog wel nieuwe boeiboorden maken, maarja tijd hè.. dat blijft voorlopig ons grootste probleem.

We hebben deze zomer maar 1 keer bezoek gehad. En ze bleven maar 2 nachten. Hennie is een badmintonvriendin van mij en was 4 jaar geleden al eens in Torvaj. Nu ging ze met man Huub en zus en zwager eerst naar Wenen, toen naar Györ, dan door naar Budapest en daarna kwamen ze een paar daagjes naar ons. En wij vonden het zo leuk dat ze kwamen! Het was heerlijk relaxed en we hebben ze even van het leven op het Hongaarse platteland laten proeven. Wij zaten ’s morgens buiten op ze te wachten, zodat we gezellig samen konden ontbijten. Maar we hadden daar niks over afgesproken en op een gegeven moment dacht ik ga eens bij het bovenste huis kijken. Zitten ze daar gezellig met zijn vieren in de woonkamer aan de tafel te keuvelen. Ze zaten te genieten van een ontbijtje, het uitzicht en de buurvrouw. Die was wat rond haar huis aan het scharrelen en zij konden dat mooi in de gaten houden. Ja maar dat is ook leuk. Gewoon heel ontspannen genieten van de eenvoud. Meer moet dan niet zijn.

Toen ze in Budapest waren zijn ze in het Szechinyi bad geweest, maar ze waren daar tegelijk met heel veel Sziget-gangers. En naderhand had Hennie last van een plekje op haar enkel wat steeds pijnlijker werd. Haar voet werd helemaal dik en warm. Het was duidelijk ontstoken. Omdat ze er niet gerust op waren werd besloten om op de eerste avond nog naar de eerste hulp te rijden in het ziekenhuis in Siófok. Maar omdat het ziekenhuis verbouwd is duurde het best wel even voordat ze gevonden hadden waar ze moesten zijn. Uiteindelijk waren ze op de juiste plek, op de dokterspost, maar daar was geen dokter aanwezig. En de verpleegster was ook niet van plan om die op te roepen. Ze vond het niet nodig. Wel kregen ze het adres van de apotheek waar ze een smeerseltje konden gaan halen en dan zou het wel beter worden. Maar de volgende ochtend was de enkel nog steeds keidik en hij gloeide helemaal. Dus wij met zijn vieren naar de dokter in Tab. Ik was daar nog nooit geweest en was ook heel benieuwd hoe dit in zijn werk zou gaan. Nadat we ons gemeld hadden bij de balie, mochten we even wachten tot de dokter ons binnenriep. Het was al best druk en wij voegden ons bij de andere mensen.  Maar het even wachten werd uiteindelijk anderhalf uur wachten. De dokter kwam af en toe uit zijn kamertje om de hoek kijken, hoeveel mensen er nog op zijn hulp zaten te wachten. En dan zuchtte hij heel hoorbaar en ging maar weer naar binnen. Op een gegeven moment was hij het even zat en hij ging even weg. Even pauze. Het viel ons op dat iedereen die daar zat te wachten, een verbandje om had met zo’n netje erover heen. En de mensen die naar buiten kwamen van de dokter, hadden er allemaal weer een nieuw verbandje op zitten. Of ze nou een wond op hun hoofd, buik of arm hadden. Toen Hennie aan de beurt was, vroeg ze of ik mee naar binnen ging voor de vertaling. Ojee als hij maar geen moeilijke termen ging gebruiken. Want ik had net wel een half uurtje met een lieve oude Hongaar zitten kletsen over ditjes en datjes, maar medische woorden is toch wel heel moeilijk voor mij. Maar hij zei eigenlijk niet veel tegen ons. Hij was vooral aan Hennie haar voet aan het voelen en aan het dicteren wat de assistente allemaal in moest voeren in de computer. Na een minuut of 10 startte hij met de behandeling. Hij pakte een wit potje, haalde er met een spatel wat zwarte zalf uit en smeerde het op het plekje. Hij smeerde gewoon wat ouderwetse trekzalf op haar enkel! Eroverheen legde hij een steriel gaasje en daar weer overheen een netje. Jawel hoor, ook Hennie had zo’n mooi netje, haha. Ze moest morgenvroeg weer terug komen.

Die middag zijn we gezellig met zijn zessen naar Siófok geweest. Ik wilde ze toch graag de mooie watertoren en het prachtige Balaton laten zien. Want daar zijn wij toch heel trots op.
Maar natuurlijk hoort er ook een wandeling over de strip bij en daar hebben we ook een hapje gegeten.


Ook deze zomer staat er weer een reuzenrad en Mario en Hennie willen daar graag in, de rest, waaronder ikke, durft niet. En wij blijven beneden wachten en mooie foto’s maken. En zo is iedereen blij.




En dan zijn we mooi op tijd om te genieten van de zonsondergang. Zucht, dat verveelt echt nooit….




Maar wat is dan toch weer heerlijk thuiskomen. Genieten van de sterren, de maan, een biertje en natuurlijk: Vuur!


Een heerlijk einde van een heerlijke dag!

De volgende morgen vertrekken ze weer, nadat de arts in Tab heeft gekeken naar de voet van Hennie en gezegd heeft dat het goed komt.
Waar het niet echt goed mee komt, is het weer. Het blijft maar kwakkelen. De ene dag is het bloedheet en de volgende dag regent het. Zo ook deze middag. Op een gegeven moment begint het wat donker te worden buiten, de eerste druppels beginnen te vallen. We gaan de spullen binnen zetten, want het lijkt erop dat het wel eens best hard kan gaan regenen. Nou en dan om half 4 breekt de hemel open. Niet normaal hoeveel water er naar beneden komt! Dit hebben wij echt nog nooit meegemaakt! Omdat de weilanden boven ons al omgeploegd zijn, heeft de regen de kans om een dikke laag modder mee naar beneden te sleuren. Met geweld komt het de pad af die naast onze tuin loopt. Het is de pad die wij gebruiken om met de auto naar boven te rijden.


Het water loop helemaal tot aan de kruising bij het winkeltje. Daar vormt zich een modderspoor van een paar centimeter dik. En we kunnen niks doen om het te stoppen…


Als het wat gaat minderen, komen de eerste mensen tevoorschijn. Ze kijken allemaal naar boven, naar ons huisje. Maar wij kunnen er ook niks aan doen mensen. Het komt van de bovengelegen weilanden. Op een gegeven moment komt de burgemeester kijken en hij begint te bellen. Even later komen er wat mannen met skuppen aan en de burgemeester heeft een sneeuwschuiver bij zich. Ze beginnen de dikke laag modder van de weg af te scheppen en gooien het in de berm. Mario pakt ook zijn sneeuwschuiver en voegt zich bij de mannen.


Als wij weken later terug naar NL gaan, liggen de hopen modder nog steeds in de berm….

En dan hangen er opeens borden in ons Torvaj. Op 2 oktober is er een referendum over de vluchtelingencrisis, waarbij de burgers hun mening kunnen geven over de verplichte verdelingen van de vluchtelingen over de EU-lidstaten. Iedereen heeft daar zijn eigen mening over, maar daar ga ik nu niks over zeggen omdat dit nogal gevoelig ligt. Maar ik schrik wel van de hoeveelheid borden, posters en grote billboards die overal in Hongarije opduiken. Echt in ieder klein dorpje zie je ze aan de lantaarnpalen hangen. Ook vind ik de teksten nogal heftig;
Wist u dit? Sinds het begin van de immigratiecrisis in Europa, meer dan 300 mensen stierven in terreuraanslagen.
Wist u dit? Brussel wil een stad vol aan illegale immigranten in Hongarije vestigen.
Wist u dit? De moorden in Parijs zijn gepleegd door immigranten.
De teksten zijn zonder uitzondering heel negatief over immigranten.
Ik vind dit een campagne met een heel eenzijdig gezicht en ik hoop maar dat de mensen die gaan stemmen zelf hun eigen mening hebben gevormd. Maar de opkomst moet wel meer dan 50% zijn, anders is het referendum niet geldig.


Ik ben nu nog maar halverwege met vertellen over de zomer in Torvaj, en daarom ga ik volgende maand verder… Het moet natuurlijk wel leuk blijven hè?

Groetjes,
Marti















dinsdag 30 augustus 2016

Trabi en afscheid


Één van de eerste dingen die we tegenwoordig doen als we in Torvaj gearriveerd zijn, is de Trabant uit zijn stalling halen. 


Als ik dan dat lichtblauwe autootje weer voor de eerste keer zie, wordt ik helemaal warm van binnen. Mijn Trabi 💙 Met zijn heerlijk specifieke geur. Met zijn lekker pruttelend geluidje. Het is hard werken in de Trabi, want hij kent geen stuur- of rembekrachtiging. Achterin zit één lange gordel, alle kindjes kunnen tesamen ingesnoerd worden. Aan de zijkant, boven de gordel zitten van die lussen om jezelf vast te houden. Er zit een klein lampje tegen het dak, dat moet je zelf aan en uit zetten met een knopje. Maar dat maakt niet uit. Het is een beleving om te rijden in een Trabant. Hij past zo goed bij me, klein en robuust. Maar deze keer was er iets mis met de Trabi. Hij lekte water...en niet zo'n beetje ook. We kunnen er zo niet mee gaan rijden. 


Ondertussen heeft Mario het probleem al ondekt en geprobeerd om het kapotte onderdeeltje te verwijderen. Maar dat lukt hem niet. Dus moet hij naar de garage. Maarja hoe doe je dat als je er niet mee mag rijden. Met de sleepkabel. Dan zal ik wel trekken, zegt Mario. Ja hee, maar hier heuvel op, heuvel af, dat zie ik niet zo zitten eigenlijk. Dan ga ik wel in de Trabi en dan mag jij hem trekken, zegt hij weer. Pff ik heb dat nog nooit gedaan, en dadelijk trek ik te hard en dan vliegt hij uit elkaar. Ik zie in gedachten al een traantje uit zijn koplampje biggelen. Nee dat wil ik niet. Er moet een andere oplossing zijn. Ineens bedenk ik me dat Gyula ook een Trabant heeft gehad. Als hij weer bij de buurvrouw komt, vraagt zij aan hem of hij niet even naar onze Trabant wil kijken. En dat doet hij. Kijken. Want meer kan hij er niet mee. Hij kent er ook niks van. Maar hij kent wel iemand hier uit Torvaj die hem wel kan maken. Hij werkt in Tab in de garage en heeft verstand van Trabantjes. Kijk dat bedoel ik nou. Die moeten we hebben. De volgende dag komt hij langs en ziet meteen wat het probleem is. Hij rijdt met de Trabi naar huis en belooft hem zo snel mogelijk gerepareerd terug te brengen. Als wij de volgende dag langs zijn huis gereden komen, zie ik mijn Trabi staan. En dat is zo'n raar iets, hij hoort hier te staan. Lekker dicht bij mij. Na een paar daagjes hoor ik bekend geluid het hoekje om komen. Daar is ie weer! Hij is gemaakt! Na betaling van 3000 forint loopt hij weer als een zonnetje. Ik had van thuis nieuwe matten voor hem meegenomen, want die zaten er nog niet in. Alleen een rubberen mat en dat vond ik zo kaal. Achterin lag een op maat gesneden zeil in tegelmotief. Dat heb ik er ook uit gegooid. 


Ook had ik een gezellig knikhondje meegenomen en die ligt nu mooi op de hoedenplak te knikkebollen. Als klap op de vuurpijl nog nieuwe ruitenwissertjes gekocht en hij is weer het heertje. 


Hier in Siófok zit een winkeltje en die heeft die mini ruitenwissertjes gewoon op voorraad. 

Toen we net in Torvaj waren kregen we het bericht dat Han en Palinka overleden waren. Ze waren beide terminaal ziek en hadden er voor gekozen om samen eruit te stappen. Maar Han ging een dag eerder, op mijn verjaardag 3 augustus, en zo stierven ze een dag na elkaar. Wij leerden hun kennen hier in Hongarije, toen we net ons huisje gekocht hadden. We troffen elkaar in een restaurant en omdat we de enige waren, raakten we meteen aan de praat. We werden uitgenodigd bij hun thuis en wat volgde was een mooie vriendschap. Zij hoorden bij ons nieuwe avontuur, het hebben van een huis in Hongarije. In Nederland hadden we niet veel contact, af en toe zochten we elkaar op, maar het was vooral in Hongarije dat we elkaar tegenkwamen. Ze volgden met veel interesse onze verbouwingen en ontwikkelingen. Palinka is meerdere malen ziek geweest en dan was het vanzelfsprekend dat we haar opzochten. Toen Manon in het ziekenhuis lag, kwamen Han en Palinka op bezoek met een lángos en een grote meloen. Dat vond ik zo lief van hun! 


Han zijn verjaardag in mei, mijn verjaardag in augustus, we vierden het samen met hun. 
We hebben de uitvaart hier in Torvaj via internet kunnen horen en dat was toch emotioneel. Palinka stond nog één keer in het middelpunt van de belangstelling, want ze had een hele lange afscheidsbrief geschreven. Precies zoals ze was. Ze zullen enorm gemist gaan worden. 



Volgende schrijf ik een langere blog over onze zomervakantie hier, maar voor nu blijft het hierbij. Ik moet morgen namelijk vroeg op, want we gaan een dagje naar de overkant van het meer!

Groetjes, Marti

maandag 18 juli 2016

20 jaar Hongarije

Vandaag precies 20 jaar geleden zetten wij voor het eerst voet aan de Hongaarse grond. Niet wetende dat het ons leven compleet zou veranderen en dat we er nog zo vaak terug zouden komen.
Niet wetende dat we ons hart zo zouden verliezen aan dit land met zijn vriendelijke, gastvrije bewoners.


Ik ben eens terug gegaan in de tijd en ik weet nog dat we de eerste keer bij Kőszeg de grens over gingen. Mijn pleinvrees was toen nog zo erg dat ik weggedoken zat onder een deken. Want die ruimte om ons heen, dat vond ik maar niks. Soms piepte ik er even onderuit om te kijken, waar we nu toch weer waren. En op een gegeven moment ging de deken steeds langer omhoog, tot ik er doorheen was en er een heel vreemd gevoel over me heen kwam. Wat was dit in hemelsnaam? Ik was thuis gekomen. Hier hoorde ik thuis! Maar ik was er nog nooit geweest, dus waar kwam dit gevoel vandaan?
Wij waren jaren achter elkaar naar Frankrijk op vakantie geweest. We vonden het een mooi land, met mooie natuur en in de zomer lekker warm weer. Maar op een gegeven moment waren we die Fransen zo verschrikkelijk beu. Die mentaliteit, ik kon er niet meer tegen. Dus toen we op de laatste camping in Frankrijk met mensen aan de praat raakten die ons zeiden, je moet naar Hongarije gaan. Het is daar veel fijner als hier. De mensen zijn zo vriendelijk en behulpzaam en het is er veel goedkoper. En er is een heel mooi meer, dat zullen de kinderen wel heel fijn vinden. Het liet ons niet los.. En nadat we bij hun naar foto’s en een filmpje waren wezen kijken, waren we om. We gingen er gewoon voor. Maar ojee ik vond het zo spannend. Ik had namelijk altijd last van heimwee. Daarom gingen we altijd maar 2 weken, lang zat voor mij. Maar Mario zei, ik ga niet voor 2 weken heel dat stuk rijden, ik wil 3 weken. Ik dacht, mijn hemel, dat ga ik nooit overleven! En dan te bedenken dat we nu voor een weekje gewoon op en neer rijden. En dat ik 6 weken Hongarije nog niet lang genoeg vind. Maar ik had die vakantie voor het eerst geen heimwee. Want ik voelde me zo goed daar. Ik heb nu alleen nog heimwee naar Torvaj. Soms overvalt me ineens een gevoel van melancholie. Dan mis ik alles daar. De rust, de ruimte, de buurtjes, mijn Trabantje, het meer, want dat verveelt na 20 jaar nog steeds niet. Laat niemand het in zijn hoofd halen om iets negatiefs van ons Balaton zeggen, want dan krijg je met mij aan de stok.


20 jaar! Man o man, wat vliegt de tijd! En wat is er in die tijd veel veranderd, niet normaal.

20 jaar geleden zag je nog enorm veel Trabantjes in Hongarije, maar nu kijken ze mij zelfs na, die Hongaren. Wij kwamen de eerste keer de Hongaarse grens over en we hoorden een vreemd geluid achter de auto. Nou hadden wij een antieke caravan bij van 25 jaar oud, dus het kon wel dat hij vreemde geluiden maakte. Het was best wel een herrie. We stopten even in een dorpje op de weg, en het geluid stopte ook. Dus reden we maar weer verder en potverdorie daar begon het gerammel weer. Wij maar even op een parkeerplaats stoppen. En toen reed het gerammel ons voorbij. Het was een Trabant die achter ons reed! Een dikke rookpluim achtervolgde de tweetakt. Reed je toentertijd over de snelweg en je zag in de verte rook dan wist je, daar rijd een Trabant. Die kon en kan eigenlijk niet hard genoeg om door te rijden op de snelweg. Die tweetakt mogen in Hongarije de weg ook niet meer op. 


Maar het gebeurde toen ook wel eens dat je op de weg helemaal niks meer zag door de rook. Dan waren ze de velden aan het afbranden. En dat deden ze dus langs de snelweg ook gewoon! We zijn wel eens moeten stoppen omdat we niks meer zagen. Ook dat mag nu niet meer….

20 jaar geleden waren er nog fillérs. 1 forint was 100 fillér. De forint stond in die tijd trouwens op ongeveer 2 gulden en 50 cent. Dus 100 forint was toentertijd meer als 1 euro waard. Nu is 100 forint ongeveer 32 eurocent waard… Toen wij de euro kregen, heb ik nog lang de forint omgerekend naar de gulden en toen de gulden naar de euro. Onvoorstelbaar dat ook dat vanzelf goedkomt.


In 1996 waren er 2.1 miljoen inwoners in Budapest
Nu in 2016  zijn dat er nog 1.7 miljoen. Je zou denken dat het aantal flink gegroeid is, omdat er natuurlijk steeds meer buitenlandse bedrijven zich vestigen in de hoofdstad.

In 1996 waren er nog niet veel mobiele telefoons. Sommige mensen hadden ze wel, maar het was best uitzonderlijk nog. Toen Manon ziek werd op de camping, wilde ik onze eigen huisarts bellen. Op de camping stonden een stuk of 6 telefooncellen naast elkaar. En voor alle 6 stond een wachtrij. Je moest bij het campingwinkeltje telefoonkaarten kopen, waar beltegoed op stond. Maar als het op was, had je pech. Want dan moest je weer naar het winkeltje om nieuwe te kopen en je kon weer achteraan sluiten. En dat gebeurde mij dus ook en dat is niet leuk als je kind ernstig ziek is. Het jaar daarop hadden wij ook een mobieltje gekocht, want dit wilde ik niet meer meemaken. 

 20 jaar geleden zag je nog overal zwerfafval liggen. Als wij met de auto aan het rondrijden waren en we gingen van de harde weg af, omdat we het leuk vonden om over onverharde weggetjes te rijden, dan was het eerste wat je zag: afval. En nog niet zo zuinig ook!


Nu is dat een stuk verbetert. Oké soms ligt er nog wel wat, maar dat is in Nederland niet veel anders. Maar het afval wordt ook gescheiden, ze hebben kliko’s en grote milieustraten. En wat te denken van die dames van lichte zeden die je nogal eens langs de weg zag staan? Wij hebben onze kinderen toen wijsgemaakt dat ze stonden te liften. Maar schijnbaar hebben ze nu allemaal een lift gekregen, want ik zie ze nooit meer staan. Wat je 20 jaar geleden ook veel minder had, die grote winkels zoals Tesco, Obi, Aldi en Lidll. Wij deden onze boodschappen in de plus, dat was een supermarkt aan de boulevard van Balatonfüred. Drank kon je goedkoop in het centrum kopen bij een drankenhandelaar. Voor vlees moest je in die tijd gewoon naar de slager. Huishoudelijke dingen kocht je bij de 100-forint-shop, meer de voorloper van de Action. Een heel klein, volgepropt, warm winkeltje met allerhande zooi. Nu gaan we naar Tesco en Aldi en kunnen we alles ineens kopen. Wel gemakkelijk, maar het is wel jammer dat het steeds meer verwesterd. Maar voor de Hongaren is het natuurlijk wel fijn. Alhoewel Tesco voor de Hongaren wel duur is hoor...


 20 jaar Hongarije, wat heeft het ons gebracht?


Het eerste waar ik aan denk is het woord: geluk. Het heeft ons veel geluk gebracht. We hebben ontelbare mooie momenten gehad in Hongarije. Eerst 12 keer op de camping in Balatonfüred. Toen de kinderen klein waren was dat de perfecte plaats om vakantie te vieren. 
Een mooie camping met een eigen zandstrandje, wat vooral voor de kleintjes geweldig is. Manon en Menno hebben daar vele uurtjes doorgebracht.


Een prachtig zwembad waar je verplicht was om een badmuts te dragen.

Ze konden op de fiets de hele camping rond en hadden veel vriendjes.  Een gezellig eetstraatje, waar we vaak ’s avonds gingen eten. Winkeltjes, een ijssalon, terrasjes en een mooi restaurant aan het meer. Toen de kinderen groter werden stonden ze ’s morgens vroeg op om te gaan waterskiën of te kneeboarden. 
Overdag lagen ze met vrienden op het strand en ’s avonds naar de gokhal. Daar was het gezellig voor de jeugd, harde muziek en drankjes drinken.
We hebben veel mensen leren kennen op de camping, vrienden waar we nu nog steeds contact mee hebben. Het was een geweldige tijd en vanuit de camping hebben wij veel van Hongarije gezien en zo is onze liefde voor het land gegroeid. Onze moeders vroegen wel eens, waarom gaan jullie altijd terug naar Hongarije? Jullie gingen eerst nooit 2 keer naar dezelfde plek. Toen ze in 2000 een keertje samen met mij met een busreis naar Baltonfüred waren geweest, begrepen ze het helemaal!

En zo kwam het verlangen om een eigen plekje te bezitten in dit land waar we onszelf zo thuis voelden.

En dat is natuurlijk waar deze blog om draait: huisje op de heuvel in Hongarije. Ondertussen zijn het 2 huisjes op dezelfde heuvel. Maar dat terzijde. Wij hadden 20 jaar geleden niet gedacht dat we anno 2016 nog steeds de dagen aftellen om weer naar Hongarije te kunnen gaan.
Maar 20 jaar Hongarije heeft ons vooral heel veel foto’s opgeleverd. In het begin hadden we nog geen digitale camera’s, dus toen kocht ik voordat we vertrokken altijd 6 rolletjes voor 36 foto’s. Nu is dat belachelijk weinig, maar toen vroegen mensen mij, waar maak jij na al die jaren nog allemaal foto’s van? Die heb je toch allemaal al? Maar ik had vaak niet genoeg aan 6 rolletjes… Nu maak ik in een week Hongarije vlot 500 foto’s. Ik laat jullie daarom deze keer best veel foto’s zien van onze jaren in Hongarije. Het zijn deze keer geen foto's van het huisje op de heuvel, want daar staan er al heel veel op deze blog. Gewoon een indruk van 20 jaar Hongarije. Veel kijkplezier.




Nou dat was het voor deze maand. Ik heb geprobeerd een klein beetje een beeld te schetsen van hoe wij Hongarije hebben ervaren en nog steeds met veel geluk beleven. Het is best moeilijk om een keuze te maken uit de 30.000 foto's die ik inmiddels heb...En ik weet zeker dat er nog veel bij zullen komen, want dit land verveelt ons nooit!

Groetjes en een fijne vakantie!
Marti