maandag 31 oktober 2016

Vervolg zomer 2016

Ja en dan is het alweer einde van de maand en dan moet ik van mezelf nog een verhaaltje schrijven. En ik ga mijn best doen, maar ik ben er met mijn gedachten niet echt bij hoor. Want gisteren hebben we Manon en Bram weggebracht naar het vliegveld. Ze zijn begonnen aan hun 2e wereldreis. Deze begint in Dubai, daar blijven ze een week en dan vliegen naar Perth in Australië. Daar gaan ze op zoek naar werk en een plekje om te wonen. De bedoeling is om daar ongeveer een half jaar te blijven en dan nog een half jaartje door Australië reizen. Hoe het naderhand gaat, weet niemand… Ze willen dan nog verder reizen, maar waar naartoe en voor hoelang? Alle opties zijn nog open. Ze zien wel wat er op hun pad komt. Ik vind het geweldig voor hun, dat zij hun dromen waarmaken. Maar wat vind ik het tegelijkertijd ook verschrikkelijk moeilijk om mijn enige dochter zo lang te moeten gaan missen… Ze hebben de afgelopen anderhalf jaar samen bij ons gewoond en dat was druk, maar vooral ontzettend gezellig. En dat is nu weer voorbij. Nu zijn we weer met zijn drieën. Maar ik denk en hoop dat ik Manon en Bram nog heel vaak zal spreken hoor. Skypen gaat vaak niet, maar we appen er op los. Ze blijven we toch nog een beetje met elkaar verbonden.

Nou ik zal toch proberen om iets van een verhaaltje te schrijven en ga verder waar ik gebleven was en dat was bij de zomervakantie. We hebben ontzettend hard gewerkt maar zijn ook een paar daagjes vrij geweest. Zo waren we zondag 20 augustus vrij. We zijn eerst naar de markt in Fonyód geweest. Het was wel leuk en ik heb er ook nog wat schatten gescoord. 


Daarna een lekkere lángos eten in de hete zon en genieten van de Hongaren die het ook warm hebben en dan hun shirt omhoog rollen tot boven hun bolle buik. Waarom doen ze dat toch?...
Hierna gingen we naar het Szüreti fesztivál in Balatonboglár. Dat is een meerdaags supergezellig festival met veel drank, eten, dans en cultuur.


Logisch toch, op een wijnfestival?





En het was zo’n lekker weer die dag dat we een toeristische route langs het meer, naar huis hebben genomen.




Na zo’n dagje vrij is het dan weer heerlijk om de volgende dag met frisse moed te gaan klussen.
De ingang van de wijnkelder is nu helemaal opgeknapt; er is een nieuwe betonnen vloer gestort, een trapje gemaakt en de muren zijn gestuukt. 

Het is een mooie opslagruimte geworden, maar het werd het ook tijd voor een nieuwe deur. Maar ik vond die oude gele zo mooi. Maarja de onderste 30 cm waren zo rot als wat, dus opknappen ging echt niet meer. We hadden nog een houten schuttingdeel liggen en tezamen met de oude originele gehengen, heeft Mario een keimooie nieuwe oude deur van gemaakt. Die kan hopelijk weer een aantal jaartjes mee.



De stukadoors zijn ook in het kleine huisje (gastenverblijf) begonnen. Maar omdat wij zelf die muren gemetseld hadden was het voor hun een hels karwei om het een beetje glad af te stuken. Nou hoeft dat voor ons ook niet, maar krijg dat maar eens uitgelegd aan een Hongaar. Als ik zeg dat ik het mooi vind als een muur een beetje bobbelig en scheef is, kijken ze mij aan of ik een of andere halve zool ben. Het liefste zetten ze gipsplaten voor de oude muren want dan kunnen ze het mooi glad en strak maken, haha. Ze hebben nu 2 muren klaar en als het goed is gaan ze in november verder.

Bij het 2e huis zijn nu ook de buitenmuren gerepareerd. En dat was mooi om te zien, apart ook. Om de meter werd er een stuk lemen muur weggekapt. 


En daar werden dan nieuwe stenen opgemetseld. Daaroverheen ging dakleer, dat werd dan naar boven gevouwen en dan weer een paar lagen stenen. De volgende dag werden zo de andere meters aangepakt. Een nok die op instorten stond, omdat hij gemaakt was van zandstenen, is vervangen door een stevige gemetselde muur. En toen hebben ze nog blauw gaas, ook wel háló genaamd, over de gehele muur bevestigd. 

Dit dient er voor dat het stuukwerk goed hecht op de leem. Maar omdat ze niet genoeg tijd hadden, gaan ze het een andere keer afmaken. Als het goed is kunnen we over 2 weken naar Torvaj en hopelijk hebben ze dan wel tijd om het voor de winter af te werken.

Op de valreep hadden we nog een extra vrije dag opgenomen en zo gingen we met John en Martine een dagje naar de overkant van het meer. Lekker met de pont over het mooie Balaton.
We rijden via Tihány naar Balatonfüred. Daar is een bron waar we als eerste stoppen. Wij waren er jaren geleden voor de laatste keer en ik weet nog dat er toen vele mensen hun flessen kwamen vullen met het speciale water. En als we net uit de auto zijn gestapt, zie ik dat er al die jaren niks veranderd is. De ene na de andere komt met een tas met lege flessen en ze gaan allemaal vol in de tas mee naar huis. 

Ook wij vullen ieder een paar kleine flesjes met het water. Een Hongaar zegt tegen ons dat we het water moeten mengen met wijn, dat is lekker en gezond. Maar het water is zo ontzettend vies en we hebben het thuis bij de plantjes gegoten. We laten Martine en John ‘onze’ camping zien, waar we jarenlang gekampeerd hebben. Veel is er niet veranderd, op een paar kleine aanpassingen na. Het voelt nog steeds heel vertrouwd aan, maar ik ben zo blij dat ik niet meer op een camping hoef te staan… We zijn nu de ruimte gewend en dan is een plekje van 100 vierkante meter echt veel te klein om te kunnen ontspannen. Vinden wij dan.

We gaan ook nog even kijken bij de huisjes aan de overkant van de camping. Het is jammer, maar het is, op een nachtclub en één eettentje na, helemaal vervallen. Terwijl het toch zo mooi is aangelegd. Het ziet er al zeker 20 jaar ongeveer hetzelfde uit. Heel eventjes, ongeveer 10 jaar geleden, was het een gezellig centrum van winkeltjes, restaurantjes en kroegjes. Maar schijnbaar is het toch heel lastig om er een winstgevend bedrijf van t maken. 




Erg jammer! Martine en ik dromen even hardop weg, wat zouden wij er toch iets leuks van kunnen maken, haha. Dat hebben er al meer gedacht en het is niemand gelukt.
We gaan nog lekker wat lunchen bij de boulevard en maken daarna een wandelingetje bij de prachtige haven.



Dan gaan we het binnenland in en laten hun nog meer plekjes zien, waar wij regelmatig kwamen in onze campingjaren. Als eerste gaan we naar Tótvázsony. Daar gingen we vaak eten bij de kleine haan, maar die is er niet meer. De ijssalon zit er nog wel. Dus dat gaat onze stop worden, want een ijsje gaat er natuurlijk altijd in. Op het terrasje kunnen we genieten van het ooievaars gezin wat hoog op het nest zit. Iedere zomer zitten ze hier.


We rijden verder richting Vázsoly. Dit dorpje hebben we per toeval ontdekt en sindsdien in ons hart gesloten. Het is een heel sfeervol, vredig dorpje. 


In het dorpje is de Szent Jakab fontein, dit is een niet zo grote bron. 


Hiernaast ligt een vijver en onder deze vijver liggen nog meer bronnen en die zorgen voor een constant stromend bronwater in de vijver. Men zegt dat dit een geneeskrachtige bron is en als je wratten hebt moet je die behandelen met het water en ze verdwijnen als sneeuw voor de zon. Ook zou het water heilzaam zijn bij gynaecologische problemen. Ik weet natuurlijk niet of dit ook echt waar is, feit is wel dat het water nog nooit bevroren is geweest! Je kunt mooi om de vijver heen wandelen en er staan een paar rijen bankjes opgesteld.


Dan is het tijd om weer verder te gaan en we rijden naar Nagyvázsony. Daar is Kinizsi Vár, een oude burcht uit de 15e eeuw. 


We lopen buiten even rond en besluiten dan om niet naar binnen te gaan omdat het al aan de late kant is. Want we willen heel graag naar de Sztúpa in Zalaszánto gaan kijken. Dit gaat voor ons de eerste keer worden. Het is een leuke rit met het laatste stukje over een hobbelweggetje door de bossen. En dan staat ie daar. 


De grote witte Sztúpa, 30 meter hoog en 24 meter breed. Het is één van de grootste in Europa. Ik vind het een machtig gezicht. Dit verwacht je hier niet… Maar we gaan eerst binnen in een ander zaaltje waar een leraar zijn leerlingen toespreekt. We zijn muisstil en genieten van het mooie interieur. Ik koop wat kaarten en we gaan weer naar buiten. 


We gaan met zijn vieren de stupa beklimmen. Bovenin zit Boeddha op ons te wachten. 



We begroeten hem/haar even en gaan weer naar beneden. Ik vind het zo iets aparts om te zien. 


In de bomen hangen de gebedsvlaggetjes en onder de bomen liggen stenen opgestapeld. Maar ook hier zijn souvenirkraampjes en natuurlijk moeten we daar even iets kopen. Als we een mooie windgong hebben uitgekozen, kunnen we terug naar de auto. We sluiten af met een lekker etentje en we zijn het er alle vier over eens; dit was een Top-dag!

En dan zit onze zomervakantie er eigenlijk al weer op. We waren 5 weken in Torvaj en het hadden er gerust nog 5 meer mogen zijn. Ik zeg eigenlijk, want als we zien dat het oogstfeest in Tab op zaterdag 3 september is, besluiten we om nog 1 dagje langer te blijven om dit fenomeen te bekijken.
Het begint om 13:00 uur met een optocht van tractoren van wijnboeren uit de omgeving. Ook lopen er wat dansgroepen en muzikanten mee.





Er wordt wijn en pogácsa uitgedeeld. Het is leuk om een keer mee te maken, maar om daar nou een dag langer voor te blijven… och je kunt maar een excuus hebben om langer te blijven, haha. ’s Avonds gaan we nog even terug naar Tab, want er komt vuurwerk met water, staat op de poster. Als wij aankomen is de muziek nog in volle gang. Er staan verschillende eet- en dranktenten en de meeste Hongaren zijn zo te zien al de hele dag aan het feesten. We lopen wat rond om te sfeer te proeven en om te wachten op het spektakel wat komen gaat. En dan om 9 uur begint het! We weten een mooi plaatsje vooraan te bemachtigen en we zijn vol verwachting. En het is maar goed dat we vooraan stonden, want anders had ik er niks van kunnen zien. Het was een waterballet met af en toe een vuurpijl. Het was wel leuk hoor, daar niet van. Ik heb in ieder geval een paar leuke foto’s kunnen maken.


En toen moesten we echt weer richting Nederland en was onze vakantie echt over en uit.

Groetjes, Marti





vrijdag 30 september 2016

Het gras is niet altijd groener aan de overkant.

Nee nee, deze zomer was het gras bij ons in Torvaj knalgroen. Mals gezond groen gras, dat iedere ochtend nat was. Vroeger toen wij nog kampeerden, en we kwamen dan ergens waar het gras groen was, dan vonden we dat geen goed teken. Dan zeiden we, hier blijven we niet, we rijden nog een stukje verder. Maar dat is nu een beetje raar, om 1350 km te rijden, even op de heuvel te kijken en dan te zeggen, hier blijven we niet, we rijden een stukje verder. Maar het is echt niet normaal hoor, in de zomer in Hongarije. Normaal groeit er gewoon hooi op de gele klei. Van die harde stoppels, waar je de hele zomer niks aan hoeft te doen… Dit jaar niet, dit jaar bleef het gras maar groeien. En de bosmaaiers bleven maar brommen. En de Hongaren bleven ook maar brommen. Steeds maar maaien… We hebben wel iets beters te doen met onze tijd. Want we hebben wel iemand die het gras maait voor ons, maar die komt niet als wij er zijn. Dus moest Mario het zelf doen…


In de tijd dat wij in er niet waren in het voorjaar, heeft het veel en hard geregend in Torvaj. En dat zagen we natuurlijk aan het groene gras, maar ook toen we de deur van het eerste huis open deden. In de ruimte waar de badkamer moet komen, liep een modderspoor. De lemen muur moet aan de onderkant helemaal verzadigd zijn geweest, zodat er uiteindelijk een stroompje gevormd is. De houten stoelen in de keuken zaten ook vol met schimmel. Dus alle ramen en deuren open gooien, schimmel wegpoetsen en spinnen vangen. We moeten even wennen aan de temperatuur, want het is er nu erg warm. Dus gaan we op ons nieuwe terrasje zitten bij het tuinhuisje bij het zwembad. Als we daar zo zitten te genieten van het feit dat we er weer zijn, valt het me op dat het water van het zwembad zo stinkt. En toch is het water niet zo groen, zegt Mario. Maar morgen gooien we het afdekzeil er wel even af en dan kijken we wel.


Wat ons nog meer opvalt is dat het stikt van de slakken.


Van die kleine slakjes met een huisje op hun rug. Echt niet normaal zoveel. Als je door het gras loopt hoor je ze kraken onder je schoenen. Dat komt natuurlijk ook door de vele regen die er gevallen is. Ze zitten met grote getale op de witte muren, lekker te genieten van het zonnetje.


De volgende dag gaan we dan toch maar het afdekzeil eraf halen, zodat we kunnen kijken hoe zwembad erbij staat. Het zomerzeil laten we er nog even op liggen. En dan schrikken we ons rot. Want de wanden van het zwembad zijn voor een groot gedeelte naar binnen gedrukt. Wel snotverdorie, nu dit weer, denk ik! Hoe kan dit nu, roep ik tegen Mario. En gooi het maar dicht, mopper ik er achteraan. Ik heb mijn buik er meer dan vol van. Nu blijkt dus dat door de vele regen, de grond, die harde kleigrond, weggespoeld en verzakt is. En heeft de stalen wanden gewoon naar binnen gedrukt.


En dat komt omdat het zwembad maar voor de helft gevuld was. Was het gewoon vol, dan was dit hoogstwaarschijnlijk niet gebeurd. Daarom moet je dus altijd genoeg water in het zwembad laten staan… Maar het zwembad moest in het voorjaar half leeg zijn, omdat ze die grote gaten kwamen repareren. En toen dat eindelijk gebeurd was, moesten wij alweer bijna terug naar Nederland en hebben zodoende het water niet meer aangevuld.
Na een half uurtje vloeken, herpakt Mario zich en begint te graven. Dat is het enige wat hij kan doen. De grond bij de wanden weghalen en kijken hoe groot de schade is.


Het is erg warm en als we even later zitten uit te puffen, valt het ons weer op dat het water zo verrekes stinkt. Mario zegt, we laten het zomerzeil er nog maar even op liggen, want anders waait er allemaal zand in met dat graven. Het is nog een hele klus en hij krijgt het niet in één dag uitgegraven. De dag erna hebben we een barbecue bij Hans, dus komt er van graven niet zoveel terecht. Maar als hij de dag dáárna weer verder gaat met graven, ruiken wij weer het stinkende water. Het lijkt ons toch verstandig om het zomerzeil er nu maar af te gooien, want dan kunnen we het water gaan reinigen. Als wij dan langzaam het zomerzeil optillen, wordt de stank echt ondraaglijk. Mario begint te kokhalzen en laat snel het zeil los. Er drijft iets in het water, zegt hij. Ik  kijk hem aan van, wat krijg jij nou? Mario is niet snel vies van iets, dus het moet wel erg zijn. Het zeil zal er toch af moeten, dus we wagen een tweede poging. En dan zien we dat er een dode vos op het water drijft. Nouja drijft. Hij zit voor een gedeelte aan het zeil vastgeplakt en wat er drijft, dat is wat er nog over is van zijn vacht. Och wat zielig, wat een nare dood is dat geweest voor het beestje. We gooien het zeil op het gras en moeten het even tot ons door laten dringen. Nu moet het zwembad dus echt helemaal leeg. No way, dat ik hier nog ooit in ga. Mario pak de grashark en schept het slijmerige geheel van het water en kiept het in de kliko. Die komen ze morgen toch ophalen, dus dat lijkt ons de beste oplossing. Maar de vuilnismannen kijken hier wel altijd in onze kliko, om te kijken of er nog iets bruikbaars voor hun in zit. Tja dat vind ik dan ook wel weer zielig voor hun…


We zetten de dompelpomp in het bad en Mario schept de botjes uit het water. De laatste 10 centimeter moet met de waterstofzuiger gebeuren en dan zie ik dat er op de bodem allemaal tandjes liggen.


Als het zwembad leeg is gaan we er nog met schoonmaakmiddel en een dweil doorheen en het is weer als nieuw. Op de deuken na dan. Omdat de wanden naar binnen gedrukt zijn, worden ze als het ware wat lager. Dus de rand sluit niet meer aan en moet er ook af. En dan blijkt dat er nog een gaatje zit in het gerepareerde stuk van de liner, dus plakken we er nog maar een lapje overheen.


We drukken de wand zo goed en zo kwaad als het kan weer op zijn plaats en op een paar bobbels na is dat ook gelukt. Om te voorkomen dat dit nog een keer kan gebeuren, heeft Mario aan de voorkant, waar dus het meeste water komt als het regent, een muurtje in de grond gemetseld. Hopelijk is dit afdoende…. Als dan een week later ook nog een betonnen rand gestort is om het zwembad heen, zijn we er weer even klaar mee.


Op deze foto kun je al zien dat ik bezig ben met het verven van het tuinhuisje. Dat was van origine bruin. En ik hou niet zo van bruin. Ik vind het er zo somber uitzien. Dus gaat het hetzelfde worden als de andere gebouwen, wit met blauw. Hahaha geen verrassing, toch?


En als het na een paar dagen klaar is ziet het er zo uit, dat is toch veel gezelliger als dat stomme bruin?

Aan de voorkant moeten we nog wel nieuwe boeiboorden maken, maarja tijd hè.. dat blijft voorlopig ons grootste probleem.

We hebben deze zomer maar 1 keer bezoek gehad. En ze bleven maar 2 nachten. Hennie is een badmintonvriendin van mij en was 4 jaar geleden al eens in Torvaj. Nu ging ze met man Huub en zus en zwager eerst naar Wenen, toen naar Györ, dan door naar Budapest en daarna kwamen ze een paar daagjes naar ons. En wij vonden het zo leuk dat ze kwamen! Het was heerlijk relaxed en we hebben ze even van het leven op het Hongaarse platteland laten proeven. Wij zaten ’s morgens buiten op ze te wachten, zodat we gezellig samen konden ontbijten. Maar we hadden daar niks over afgesproken en op een gegeven moment dacht ik ga eens bij het bovenste huis kijken. Zitten ze daar gezellig met zijn vieren in de woonkamer aan de tafel te keuvelen. Ze zaten te genieten van een ontbijtje, het uitzicht en de buurvrouw. Die was wat rond haar huis aan het scharrelen en zij konden dat mooi in de gaten houden. Ja maar dat is ook leuk. Gewoon heel ontspannen genieten van de eenvoud. Meer moet dan niet zijn.

Toen ze in Budapest waren zijn ze in het Szechinyi bad geweest, maar ze waren daar tegelijk met heel veel Sziget-gangers. En naderhand had Hennie last van een plekje op haar enkel wat steeds pijnlijker werd. Haar voet werd helemaal dik en warm. Het was duidelijk ontstoken. Omdat ze er niet gerust op waren werd besloten om op de eerste avond nog naar de eerste hulp te rijden in het ziekenhuis in Siófok. Maar omdat het ziekenhuis verbouwd is duurde het best wel even voordat ze gevonden hadden waar ze moesten zijn. Uiteindelijk waren ze op de juiste plek, op de dokterspost, maar daar was geen dokter aanwezig. En de verpleegster was ook niet van plan om die op te roepen. Ze vond het niet nodig. Wel kregen ze het adres van de apotheek waar ze een smeerseltje konden gaan halen en dan zou het wel beter worden. Maar de volgende ochtend was de enkel nog steeds keidik en hij gloeide helemaal. Dus wij met zijn vieren naar de dokter in Tab. Ik was daar nog nooit geweest en was ook heel benieuwd hoe dit in zijn werk zou gaan. Nadat we ons gemeld hadden bij de balie, mochten we even wachten tot de dokter ons binnenriep. Het was al best druk en wij voegden ons bij de andere mensen.  Maar het even wachten werd uiteindelijk anderhalf uur wachten. De dokter kwam af en toe uit zijn kamertje om de hoek kijken, hoeveel mensen er nog op zijn hulp zaten te wachten. En dan zuchtte hij heel hoorbaar en ging maar weer naar binnen. Op een gegeven moment was hij het even zat en hij ging even weg. Even pauze. Het viel ons op dat iedereen die daar zat te wachten, een verbandje om had met zo’n netje erover heen. En de mensen die naar buiten kwamen van de dokter, hadden er allemaal weer een nieuw verbandje op zitten. Of ze nou een wond op hun hoofd, buik of arm hadden. Toen Hennie aan de beurt was, vroeg ze of ik mee naar binnen ging voor de vertaling. Ojee als hij maar geen moeilijke termen ging gebruiken. Want ik had net wel een half uurtje met een lieve oude Hongaar zitten kletsen over ditjes en datjes, maar medische woorden is toch wel heel moeilijk voor mij. Maar hij zei eigenlijk niet veel tegen ons. Hij was vooral aan Hennie haar voet aan het voelen en aan het dicteren wat de assistente allemaal in moest voeren in de computer. Na een minuut of 10 startte hij met de behandeling. Hij pakte een wit potje, haalde er met een spatel wat zwarte zalf uit en smeerde het op het plekje. Hij smeerde gewoon wat ouderwetse trekzalf op haar enkel! Eroverheen legde hij een steriel gaasje en daar weer overheen een netje. Jawel hoor, ook Hennie had zo’n mooi netje, haha. Ze moest morgenvroeg weer terug komen.

Die middag zijn we gezellig met zijn zessen naar Siófok geweest. Ik wilde ze toch graag de mooie watertoren en het prachtige Balaton laten zien. Want daar zijn wij toch heel trots op.
Maar natuurlijk hoort er ook een wandeling over de strip bij en daar hebben we ook een hapje gegeten.


Ook deze zomer staat er weer een reuzenrad en Mario en Hennie willen daar graag in, de rest, waaronder ikke, durft niet. En wij blijven beneden wachten en mooie foto’s maken. En zo is iedereen blij.




En dan zijn we mooi op tijd om te genieten van de zonsondergang. Zucht, dat verveelt echt nooit….




Maar wat is dan toch weer heerlijk thuiskomen. Genieten van de sterren, de maan, een biertje en natuurlijk: Vuur!


Een heerlijk einde van een heerlijke dag!

De volgende morgen vertrekken ze weer, nadat de arts in Tab heeft gekeken naar de voet van Hennie en gezegd heeft dat het goed komt.
Waar het niet echt goed mee komt, is het weer. Het blijft maar kwakkelen. De ene dag is het bloedheet en de volgende dag regent het. Zo ook deze middag. Op een gegeven moment begint het wat donker te worden buiten, de eerste druppels beginnen te vallen. We gaan de spullen binnen zetten, want het lijkt erop dat het wel eens best hard kan gaan regenen. Nou en dan om half 4 breekt de hemel open. Niet normaal hoeveel water er naar beneden komt! Dit hebben wij echt nog nooit meegemaakt! Omdat de weilanden boven ons al omgeploegd zijn, heeft de regen de kans om een dikke laag modder mee naar beneden te sleuren. Met geweld komt het de pad af die naast onze tuin loopt. Het is de pad die wij gebruiken om met de auto naar boven te rijden.


Het water loop helemaal tot aan de kruising bij het winkeltje. Daar vormt zich een modderspoor van een paar centimeter dik. En we kunnen niks doen om het te stoppen…


Als het wat gaat minderen, komen de eerste mensen tevoorschijn. Ze kijken allemaal naar boven, naar ons huisje. Maar wij kunnen er ook niks aan doen mensen. Het komt van de bovengelegen weilanden. Op een gegeven moment komt de burgemeester kijken en hij begint te bellen. Even later komen er wat mannen met skuppen aan en de burgemeester heeft een sneeuwschuiver bij zich. Ze beginnen de dikke laag modder van de weg af te scheppen en gooien het in de berm. Mario pakt ook zijn sneeuwschuiver en voegt zich bij de mannen.


Als wij weken later terug naar NL gaan, liggen de hopen modder nog steeds in de berm….

En dan hangen er opeens borden in ons Torvaj. Op 2 oktober is er een referendum over de vluchtelingencrisis, waarbij de burgers hun mening kunnen geven over de verplichte verdelingen van de vluchtelingen over de EU-lidstaten. Iedereen heeft daar zijn eigen mening over, maar daar ga ik nu niks over zeggen omdat dit nogal gevoelig ligt. Maar ik schrik wel van de hoeveelheid borden, posters en grote billboards die overal in Hongarije opduiken. Echt in ieder klein dorpje zie je ze aan de lantaarnpalen hangen. Ook vind ik de teksten nogal heftig;
Wist u dit? Sinds het begin van de immigratiecrisis in Europa, meer dan 300 mensen stierven in terreuraanslagen.
Wist u dit? Brussel wil een stad vol aan illegale immigranten in Hongarije vestigen.
Wist u dit? De moorden in Parijs zijn gepleegd door immigranten.
De teksten zijn zonder uitzondering heel negatief over immigranten.
Ik vind dit een campagne met een heel eenzijdig gezicht en ik hoop maar dat de mensen die gaan stemmen zelf hun eigen mening hebben gevormd. Maar de opkomst moet wel meer dan 50% zijn, anders is het referendum niet geldig.


Ik ben nu nog maar halverwege met vertellen over de zomer in Torvaj, en daarom ga ik volgende maand verder… Het moet natuurlijk wel leuk blijven hè?

Groetjes,
Marti