woensdag 30 november 2016

Met de auto heen, met het vliegtuig terug.

Ja dat is niet zoals het normaal gesproken gaat, maar ons is het deze keer toch overkomen. We vertrokken donderdagsmiddags met een volle aanhanger richting Torvaj. Na een half uurtje op de snelweg vond ik dat het stonk in de auto. Een rare chemische lucht. Mario rook er niks van. We tuften rustig verder over de Duitse snelweg. Maar de stank werd steeds erger en ik vroeg aan Mario of hij de ventilatie dicht wilde zetten. Hij rook het nu een beetje, maar dacht dat het de auto’s voor ons waren. Ja dat kan, maar dan reden die stinkauto’s al uren voor ons… ik geloofde er niks van. We gingen overnachten bij een motel en toen we uitstapten, stonk de auto verschrikkelijk. Maar het kwam omdat Mario de auto met de aanhanger achteruit ingeparkeerd had. En dat kan hij niet zo goed, haha. Maar hij heeft daar eigenlijk altijd veel moeite mee gehad en toen heeft de auto nooit zo gestonken. Maar Mario weet zeker dat het daar aan ligt. De volgende morgen vertrekken we weer bijtijds en na een tijdje rijden begint het toch weer zo te stinken. Ik op een gegeven moment met mijn vest voor mijn mond omdat ik misselijk wordt van de geur. Vrachtwagens achter ons seinen regelmatig. Als we bij de Hongaarse grens stoppen voor een vignet komt er blauwe rook onder de motorkap vandaan. Mario gooit de motorkap omhoog en kijkt wat er loos is. Op het motorblok ligt een laagje olie. Maarja wij hebben er geen verstand van…. We gaan om de beurt naar de wc en kijken nog eens naar de motor. Het roken is gestopt en we besluiten om naar het restaurant in Nyúl te rijden. Dan kan de motor daar langer afkoelen en kunnen we tegelijkertijd een hapje eten. We rijden voorzichtig verder en ik vind het ondertussen toch wel spannend worden. 


Na drie kwartier zijn we er en Mario gooit de motorkap maar weer open. We gaan het restaurant in en Mario begint de ANWB te bellen. Ze vragen of we een sleepauto nodig hebben, maar Mario zegt, stuur eerst maar een monteur langs. Ze nemen contact op met de Magyar autóklub en na een half uurtje komt er een monteur aangereden. Hij heeft een heel zwak lampje bij en Mario schijnt bij met zijn telefoon. Hij poetst het motorblok met een doek schoon en zegt dat er een klein gaatje in een slang zit, waardoor er olie gelekt is. Het is niet gevaarlijk zegt hij en we kunnen gerust verder rijden naar Torvaj. Als hij de olie gaat peilen ziet hij geen streepje. Mario had dit onderweg ook wel gedaan, maar dacht dat het goed was. Als de monteur er 2 liter olie in heeft gedaan, beseffen we dat we niet veel langer door hadden moeten rijden. De monteur zegt nogmaals dat we gerust verder kunnen rijden en dat we thuis met de auto naar de garage moeten gaan. Ja dat lijkt ons ook wel verstandig. We vervolgen onze weg in het pikkedonker en ik vind het niet leuk meer. Als er een auto achter ons rijdt, zien we in het schijnsel van de koplampen dat er een grote blauwe rookvolk onder onze auto vandaan komt. Arme bestuurder achter ons… we stoppen regelmatig en kijken dan weer onder de motorkap. Maar veel kunnen we niet doen en op hoop van zegen vervolgen we onze weg. Ik ben zooooo blij als we veilig bij het huisje op heuvel aanbeland zijn. De geur is niet meer te harden en we besluiten om de volgende dag naar de garage te gaan. Het is ijskoud in het huisje en nadat we de gevelkachels op hoog gezet hebben, kruipen we ons bedje in.

Omdat er op zaterdag en zondag geen garage open is, blijven we deze 2 dagen lekker thuis. Het is prachtig nazomerweer en de temperatuur loopt op tot 20 graden. 



Spontaan komen de vliegen en lieveheersbeestjes weer tot leven. Die hadden in de kieren en naden van het huis al een warm plekje gezocht voor de winter. In het halletje van het huis ligt een dikke zwarte laag van dode vliegen. Getverderrie! Als ik ze opzuig gaat het van pok,pok,pok. Echt niet normaal, zoveel! Ik hang maar weer van die ouderwetse plakstrips op en na een halve dag zitten er al zeker een stuk of 20 op.
Omdat we volgend jaar aan ons eerste huisje beginnen met verbouwen, moet het beetje voor beetje leeggehaald worden. Eén kamer doet nu dienst als opslag voor gereedschap, tegels en verf. Maar omdat we in dit kleine huisje geen kamer over hebben straks, moet dit allemaal voorgoed naar het 2e huis. Maar de kamer die daar dienst gaat doen als ‘gereedschapskamer’, is de enige kamer waar nog niks aan gedaan is. 


Het is een vies muf donker hol. Die kamer is altijd heel vochtig geweest. Als het hard regende, stond er gewoon een laagje water op de vloer. Later blijkt dat het water ook gewoon door de muur naar binnen sijpelde. Dus die kamer moet nu als eerste aangepakt worden. Het één wacht altijd op het ander.
We dragen alles naar buiten en sorteren het dan. Een hoop kan in de kliko, een hoop kan opgestookt worden en een hoop moet toch nog bewaard worden. Wat fijn om weer nuttig bezig te zijn!
Als de kamer leeg is zien we dat de vloer en de muren, sinds er een nieuw dak op het huis zit, mooi droog geworden zijn. Dat is al een hele geruststelling.


Als het maandag is, rijden we naar Siófok, naar de Peugeot garage. Nadat we verteld hebben wat het probleem is, loopt er een monteur met ons mee naar buiten. Hij kijkt onder de motorkap, zoals wij de afgelopen dagen ook vaak gedaan hebben. Maar het verschil is, ook met de meneer van de Magyar autóklub, dat hij meteen ziet wat het probleem is! Catastrofe. Nagy probléma. We mogen absoluut niet meer rijden met de auto, want hij kan spontaan in brand vliegen. De katalysator is kapot. En omdat er te lang olie is gelekt, zijn er nog meerdere onderdelen kapot gegaan. Jeetje. Hij zegt dat we geluk hebben gehad dat we heelhuids daar aangekomen zijn. pfff dat moet even bezinken hoor. Kunt U het maken, vraagt Mario. Ja dat is geen probleem, het onderdeel moet hij wel bestellen, maar dat is allemaal geen probleem. Wanneer is de auto dan klaar, vraagt Mario. Volgende week dinsdag, denkt hij. Vandaag dus. Ojee, maar we moeten zondag weer naar Nederland, zegt Mario tegen de monteur. Ja dat gaat dus echt niet lukken, want ze hebben niet genoeg personeel. Ze hebben niet eerder de tijd. En nu? Mario belt maar weer eens met de ANWB. Die zegt dat ze gaan kijken naar andere opties. Ze bellen binnen anderhalf uur terug, beloven ze. Wij besluiten om dan maar naar het centrum te lopen en daar even een bakkie te gaan doen. We gaan op ons gemak lunchen, we gaan schoenen kopen, we lopen nog wat verveeld rond.


Ondertussen zijn we een paar uur verder, maar nog niks van de ANWB gehoord. Mario belt zelf maar weer eens. Ze weten nog niks. We zijn er druk mee bezig, meneer. We lopen nog maar wat rond, maar het voelt zo nutteloos. Als we weer een uur verder zijn, belt Mario ze maar weer op. Dan zeggen ze dat we met een taxi terug naar Torvaj kunnen gaan en dat er een huurauto naar Torvaj gebracht wordt. Wij vragen waarom wij niet zelf de huurauto op kunnen gaan halen? Dat scheelt toch weer taxikosten. Maar nee, dat kan niet. Ze gaan ook kijken of er een garage in de buurt is die de auto wel op tijd klaar kan hebben. Als we per taxi naar huis zijn gebracht, krijgen we een telefoontje van de ANWB dat de auto naar een andere garage in Siófok gaat. Zij kunnen de auto op tijd klaar hebben, zodat we met onze eigen auto terug naar Rooi kunnen. Mooi zo.

Dinsdag komt een jongen uit het dorp bij ons kijken of hij het gras bij kan gaan houden. Nadat onze buurman naar Engeland vertrokken is, hebben we een probleem met het gras. In het voorjaar hebben we kennis gemaakt met Géza, hij zou het gras bij komen houden. Stond ie hoor, met zijn big smile. Hoe wilden we het hebben? Hoe vaak? We konden het hebben zoals we wilden, geen probleem. Toen wij  in de zomer terug waren in Torvaj, zei onze buurvrouw dat hij 2 keer was komen maaien. Oké, zeiden we dan krijgt hij maar voor 2 keer betaald. Toen hij onverwachts langs kwam om te incasseren, zei hij dat hij 3 keer geweest was. Ik zei, de buurvrouw zei dat je maar 2 keer geweest was. Hij twijfelde even, maar zei toen dat hij echt 3 keer geweest was. Mario zegt, ik heb nu niet genoeg geld in huis, dus je moet toch terug komen. ik ging nog even naar de buurvrouw en vertelde dit verhaal. Ze zei toen twijfelend, ik denk dat hij maar 2 keer geweest is. We hebben hem toen het voordeel van de twijfel gegeven en voor 3 keer betaald. Toen hij zijn geld op kwam halen, had hij zijn hele gevolg bij, inclusief iemand die zijn huis aan ons wilde verkopen. Natuurlijk voor 4 x de verkoopprijs. Helaas voor hem, trapten wij daar niet in. We spraken toen af, dat hij in september en oktober ook nog zou komen maaien. Maar eind oktober kregen we van de buurvrouw een briefje waarin stond dat hij helemaal niet meer geweest was. Nou dat was einde verhaal van deze stommeling. Onze buurvrouw had het erover met een jongen bij ons uit het dorp en hij zei dat hij het wel wilde doen. Dus toen hij met zijn meisje kwam kijken hoeveel het was, had ik wel zoiets van, ik hoop echt dat deze jongen langer zijn afspraken na gaat komen… je wordt er toch een beetje voorzichtiger van hoor. In het voorjaar gaat hij bij ons beginnen. Wij gaan die dag ook nog naar de garage waar nu onze auto staat. Nadat we een kwartier gezocht hebben, blijkt dat we op het terrein van de Eon moeten zijn. Het ziet er niet uit, maar de vriendelijke mevrouw achter de balie, maakt het meer dan goed. Ze staat ons in gebrekkig Duits te woord en zegt dat de auto donderdag of vrijdag klaar is. Wij halen nog wat spullen uit de auto en rijden met een gerustgesteld gevoel terug naar Torvaj.



Woensdag zijn we al vroeg uit de veren, want de stukadoor komt vandaag. Het 2e huis zal aan de buitenkant gestuukt worden. Ze zijn met zijn 2en en gaat meteen aan de slag. Jeetje wat knapt een huis daar van op! Na een dag hard werken is de achterste lange muur bijna klaar.


De daarop volgende dagen werken ze gestaag door en na 3 dagen zijn er 2 muren helemaal netjes opgeknapt. Je kunt wel zien dat hier meisters aan het werk geweest zijn.
In het voorjaar komen ze terug om de rest van het huis te stuken.


En dan komt het bericht dat ook de andere garage de auto niet op tijd klaar kan hebben. We balen als een stekker, maar het onderdeel is gewoon niet op tijd bij de garage. We overleggen met de ANWB hoe nu verder. We kunnen niet wachten op de auto omdat Mario dinsdag weer aan het werk moet. En als de auto op transport gezet gaat worden, kan het tot 6 weken duren voordat hij weer in Rooi is. Dat is ook geen optie. En dus is de beste oplossing voor ons om nu met het vliegtuig naar NL te gaan, dan vrijdag weer met het vliegtuig naar HU te gaan en dan zondag weer met de gerepareerde auto naar Rooi te rijden. Best omslachtig, maar het is nu niet anders. We moeten gewoon een weekendje extra naar HU, wat erg ;-)

Maar ondanks het gedoe rondom de auto, hebben we toch nog heerlijk kunnen genieten hoor. Ik ben met mijn vriendin lekker een middagje schatten wezen scoren bij de kringloopwinkel. Zij heeft een prachtig honderd jaar oud kacheltje op de kop getikt. En ik heb een oude houten krat met 10 oude Hongaarse spuitflessen gekocht. Ik ben er superblij mee. 

We hebben gesmuld van de Hongaarse taart van het jaar. Ieder jaar is er een landelijke taartenbakwedstrijd. Dit jaar was het thema de opstand van 1956, nu dus 60 jaar geleden en de ingrediënten waren pompoenpitten die op drie verschillende manieren in de taart verwerkt moesten worden en krokante praliné diende gebruikt te worden. Geen makkelijke opdracht dus en de lat lag weer hoog. Maar we hebben hem zelf geproefd en we kunnen met recht en rede zeggen dat het een heerlijke taart geworden is en zijn geld meer dan waard is! Lekker, echt lekker ... Een aanraden en te vinden in de meeste cukrászdas (gebakzaakjes). 


Met dank aan Hongarije Natuurlijk, voor deze uitleg!

En zaterdag zijn we met zijn vieren naar Vörs geweest, een klein plaatsje in onze provincie. Daar hebben ze in de kerk een prachtige Bethlehem gebouwd. Zo noemen ze in Hongarije een kerststal. Maar dit is een kerststal met daaromheen het meest gedetailleerde landschap ter wereld. 







Het is heel gedetailleerd gemaakt en ze hebben er met vele mensen 8 dagen aan gewerkt. De vriendelijk pastoor vertelt ons alles over het ontstaan en de geschiedenis van deze Bethlehem. We kopen een paar kaarten en kalenders bij de man en steken nog een kaarsje voor onze overleden dierbaren aan.
Hierna rijden we verder naar Florridora’s Pantry in Zalaszántó. Dit is een theemuseum waar je lekkere thee kunt drinken. Vandaag is er ook een winterfair waar je eigengemaakte producten kunt kopen. 


Het theehuisje wordt gerund door 2 Engelse heren die al een hele tijd in Hongarije wonen. Ze verkopen niet alleen thee maar ook scones, kruidenmelanges, jams en nog veel meer.
We besluiten om nog even naar een echte kerstwinkel in Keszthely te gaan. Het blijft vooral bij vergapen, want er is zoveel te zien! Je kunt het zo gek niet bedenken, of het is daar te koop. We sluiten deze dag af met een lekkere maaltijd in onze favoriete restaurant, de bisztró in Tab.

De kerstboom en Bethlehem staan ook weer.

Zondag gebruiken we om te socializen in Torvaj en om op te ruimen. Het komt nu niet zo nauw omdat we over een paar dagen weer terug zijn in HU. Wat een rare gedachte zeg. Als we op maandag door onze vrienden naar Budapest gebracht worden, hebben we nog even de tijd om over de kerstmarkt op het vörösmarty tér te lopen. Zelfs op een maandagmorgen is het er heel gezellig en sfeervol. Er is echt van alles te koop.















Als we 2 uur voor vertrek op het vliegveld aankomen, zien we dat het vliegtuig 2 uur vertraging heeft. Dat wordt dus 4 uur lamballen. Verplicht uitrusten. Och er zijn ergere dingen. 



Na een goeie vlucht zijn we om 19:00 uur weer in Eindhoven.

Groetjes, Marti